Te veel geld om te sterven en te weinig om in leven te blijven in de werkverschaffing

Als in 1940 de oorlog uitbreekt is dat voor de mensen geen verrassing. De dreiging is er al jaren. En aan ontberingen heeft het niet ontbroken. De tijden waren al zwart en worden alleen maar zwarter. Dit is deel 2 van een serie artikelen op weg naar 80 jaar vrijheid.

Interessant? Deel het artikel

Te veel geld om te sterven en te weinig om in leven te blijven in de werkverschaffing

De crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw is overal te voelen. Niet alleen in de gezinnen van de fabrieksarbeiders. Ook de lokale middenstand ziet de omzet drastische teruglopen. Vakbondsleden krijgen nog een korte tijd een bijdrage uit het steunfonds, maar het aantal hulpbehoevenden is zo groot dat de bodem van het fonds al snel in zicht is.

Het gemiddelde gezinsinkomen in die tijd is een stuk lager dan in de jaren twintig. Nu heeft men een uitkering tussen de 11,50 en 13,50 gulden per week. De hoogte hangt af van de grootte van het gezin. Soms is er een aanvulling op de uitkering in de vorm van bonnen. Op vertoon daarvan krijg je in de winkel een flinke korting. 

“Te veel geld om te sterven en te weinig om in leven te blijven.” Zo omschrijft men de uitkering die een werkloze krijgt. Door de regering is de werkverschaffing in het leven geroepen. Onder toezicht van de Heidemij worden voor de regering verschillende projecten uitgevoerd: ontginning van een deel van het Wierdense Veen, graven van het Twentekanaal en de zijtak naar Almelo, kanalisering van de Regge en andere werken. Werklozen kunnen verplicht worden aan de werkverschaffing mee te doen. Doe je dat dan niet, vervalt je uitkering en moet je leven van de armenzorg.

In de werkverschaffing krijgen de werklozen geen echte baan aangeboden, maar zijn ze door de overheid verplicht om in grote werkploegen ongeschoold werk uit te voeren. De Ontginning van het veen en graven van kanalen gebeurt met schop, kruiwagen en kiepkar. De werkverschaffing is omstreden. Met name socialisten zien deze als een vorm van uitbuiting. Het werk is verschrikkelijk zwaar, de werkweken zijn zo’n 50 uur, de omstandigheden erbarmelijk en het loon is heel laag: tussen de 13 en 17 gulden per week.

Gemeente heeft ook eigen projecten

Naast projecten van de rijksoverheid zijn er gemeentelijke werkverschaffingsprojecten. Daarbij bepaalt de gemeente het loon. Soms werkt men dicht bij, soms verder weg. Het aanleggen van de Wieringermeer gebeurt ook door mensen uit onze gemeente. Eén keer per acht weken is er geld om ze naar huis te laten vervoeren. Wie vaker naar huis wil, moet zelf betalen.

Elk project voor werkverschaffing komt in de raad. Zo kunnen bij werkzaamheden aan de Regge 25 mensen geplaatst worden, waarvan 20 uit Nijverdal (alleen hoofden van gezinnen en kostwinners). Zij

gaan elke dag met de bus naar het werk. Leuk is het niet en lang niet alles loopt naar wens. Op een gegeven moment is een ploeg het zat en kiepert zand in de Regge in plaats van ernaast. De ploegbaas ziet dat, maar weigert later de namen van de boosdoeners te vertellen. Ontslag op staande voet is de hoge prijs die hij betaalt voor zijn solidariteit…..

Veel nieuwe werklozen kunnen aan de slag in de werkverschaffing in Wierden. Ook in en om Nijverdal zijn veel activiteiten in het kader van de werkverschaffing. Zo is er de verbetering van de Midden-Regge (die in 2013 weer teniet is gedaan). In 1932 zijn maar liefst 900 mensen werkzaam bij dit project: 300 “grootestads-werkloozen” en 600 uit Twente. Deze laatsten reizen elke dag op en neer; de stedelingen wonen in kampen in Nijverdal, Zuna, Enter en Harbrinkhoek.

Natuurlijk is de werkverschaffing geen vetpot. Met regelmaat zijn er strubbelingen. In mei 1932 leggen 150 werkers aan de Midden-Regge het werk neer uit protest tegen de hongerlonen die zij krijgen. De crisis duurt onverminderd voort. Georganiseerde arbeiders krijgen een hogere uitkering  dan ongeorganiseerden. Dat zet kwaad bloed.

Elke dag 13 tot 14 uur van huis

Tewerkgestelden zijn lang niet altijd blij. Natuurlijk, er is werk en ze krijgen extra geld. Maar het is loodzwaar. Velen moeten werk doen dat ze nog nooit hebben gedaan en een aanslag is op het lichaam. In het Twentsch Volksblad verschijnt een ingezonden brief van een tewerkgestelde Nijverdaller. Hij schrijft naar aanleiding van het bericht dat een aantal mannen aan het werk gaat aan Regge-werkzaamheden bij Goor.

“Vrijdag 23 maart 1933 is het werk begonnen. De arbeiders gaan er per trein heen. De trein vertrekt ’s morgens om 6 uur vanaf Hellendoorn en kunnen de te Nijverdal wonende arbeiders in Nijverdal instappen. Dit is ’n extra trein, maar ’s avonds gaan de tewerkgestelden per gewone trein terug. Het terrein waar gewerkt wordt, ligt een half uur loopens vanaf de spoorlijn.”

“Daar de terugreis per gewone trein is, moeten menschen drie kwartier in open lucht aan de spoorlijn staan wachten en komen ze eindelijk om 7 uur ’s avonds aan ’t station van vertrek aan. De dichtstbijwonenden zijn dus per dag 13 a 14 uur van huis.” De man vraagt zich af of er ook ’s avonds niet een extra trein kan rijden of een bus.

Om de crisis het hoofd te bieden, neemt de regering tal van maatregelen. Een ervan is de verlaging van de salarissen van rijksambtenaren met 5%. De minister vraagt gemeenten dat voorbeeld te volgen, waarbij de verlaging ook geldt voor de burgemeesters, wethouders, secretarissen en ontvangers. De raad van Hellendoorn besluit om aan de provincie mee te delen dat men daar niets voor voelt. Later gaat de raad schoorvoetend akkoord met 4% verlaging.

 Boter en vlees van de regering

 Nijverdaller Henk op den Dries herinnert zich: “Er was veel werkeloosheid in de jaren vlak voor de oorlog en de regering ging er toe over de werklozen te helpen met vlees in blik en margarine boter. Ik weet niet waar dat vlees weg kwam. Ik heb wel eens gehoor dat het van de noodslachting kwam maar zeker weten doe ik dat niet. Het vlees kwam in blikjes verpakt en je keek naar een glibberige bovenlaag wanneer je zo’n blik open deed. Sommige mensen noemden het kikkerdril en een zeker iemand zei dat het kikkerbilletjes waren, geïmporteerd uit Frankrijk.”

——————————————————————————————————————————————————————————————————————–

Henk op den Dries van de Molenweg heeft rond de eeuwwisseling naar 2000 zijn herinneringen op papier en internet gezet. Hij is de zoon en een van de tien kinderen van Derk op den Dries en Geertje Ekkel die in 1948 vanuit Nijverdal emigreren naar Canada. Zijn geheugen heeft nog niets te lijden gehad en is nog zo goed dat sommige van zijn herinneringen de moeite waard zijn hier op te nemen.

——————————————————————————————————————————————————————————————————————–

“Wij hadden niet veel keus en vonden dit vlees helemaal niet zo slecht maar het kan ook wezen dat het beter smaakte omdat we niet verwend waren. Dan had je een soort gehakt in blik en ik vond dat bepaald lekker vooral als je het gebraden uit de pannenkoekenpan haalde. Verder had je een soort margarine boter en dat kwam in vet papier.”

Voetbal voor crisis-slachtoffers

Als de inhoud van de portemonnee slinkt en slinkt, moeten prioriteiten gesteld worden. Dan moet het betalen van contributie voor de voetbalclub gaan concurreren met het kopen van brood. Het is daarom ook logisch dat de clubs (en natuurlijk niet alleen voetbal) leden verliezen.

In januari 1933 spelen de voetbalverenigingen De Zweef en DES tegen elkaar een vriendschappelijke wedstrijd waarvan de opbrengst is bestemd voor het plaatselijke crisiscomité. “Of het daaraan lag, weten we niet, maar het vertoonde spel, vooral voor rust, was ook crisis”, staat in het Twentsch Volksblad van 21 januari.

“Na rust werd het iets beter, doch boven het middelmatige kwam men niet.” DES wint de wedstrijd met 1-0. Het Twentsch Volksblad merkt nog op dat de reservekeeper van DES iedereen versteld liet staan van z’n kunsten. “Wat hij dien middag klaar wist te spelen, zou een ander hem moeilijk hebben kunnen verbeteren.” De opbrengst van de wedstrijd is f 24,75. Dat lijkt niet veel, maar is dus twee keer het weekloon van een arbeider.

Verwachte oorlog doorbreekt crisis eventjes

In de loop van 1934 komen berichten naar buiten dat de werkloosheid aan het afnemen is. In de Amerikaanse staalindustrie gaat het beter, terwijl de bedrijvigheid in Engeland ook toeneemt. Veel meer werk komt er desondanks niet zo snel. Vreemd noemt het Twentsch Volksblad het dat de katoenprijzen zo stijgen.

Men zegt dat dat te maken heeft met katoen die nodig is voor het maken van springstof “voor den volgende oorlog, welke overal heet te worden voorbereid” Dat verklaart ook de stijging van wolprijzen. “Zeker is dat over den komenden oorlog reeds veel wordt gesproken als iets vanzelfsprekends; iets dat onafwendbaar is en we dus maar te aanvaarden hebben….”

Ook bij de gemeente is de financiële nood hoog

De begroting van de gemeente Hellendoorn voor 1936 vertoont een tekort van f 50.000,-, terwijl de begroting van 1935 nog niet is goedgekeurd. Burgemeester L.C. van den Steen van Ommeren (foto) spreekt van een noodtoestand. De belangrijkste reden voor het tekort is het tegenvallen van de belastingopbrengst door de crisis en bijbehorende werkloosheid. Ook al gaat het een beetje beter.

In een interview met Tubantia zegt Van den Steen van Ommeren dat er nergens meer op bezuinigd kan worden. De salarissen van het gemeentelijk personeel zijn verlaagd met 4%, terwijl men ook nog eens 10% moet bijdragen aan de pensioenpremies. “Over de Gemeentebegroting is eigenlijk niets te zeggen. Het is hier een wanhopige toestand; we leven van den eenen dag in den anderen, toekomstplannen kunnen we niet maken, want we hebben geen geld om ze uit te voeren”, zegt de burgemeester.

Aan het einde van de jaren dertig trekt de economie iets aan. In 1937 gaat het zoveel beter dat de arbeiders onderhandelen over een loonsverhoging van 10% voor de 16- en 18-getouwenwevers smal werk. Uiteindelijk moeten ze met 7,5% genoegen nemen en de breedwerkers met 6%. Dat betekent niet het einde van de crisis. In 1938 nog ontslaat de KSW mensen wegens slapte en stelt de gemeenteraad geld beschikbaar om werklozen te ondersteunen. Veel mensen verdienen noodgedwongen nog steeds geld in de werkverschaffing.

Op weg naar de Tweede Wereldoorlog: burgemeester vraagt niet te hamsteren

In 1934 al ontstaat  het idee dat er een oorlog zal komen. In de jaren daarna ebt dat gevoel een beetje weg, maar in de laatste jaren van dit decennium komt het in alle hevigheid terug. Lezers van het Twentsch Volksblad krijgen uitgebreid informatie over alle brandhaarden op de wereld. Compleet met kaarten en steeds meer foto’s: van vluchtelingen in Spanje, Frankrijk, China; van Duitse soldaten in Wenen, portretten en levensbeschrijvingen van de leiders in die dagen. Mensen zijn bang van wat er om hen heen gebeurt.

Op 28 september 1938 plaatst burgemeester Witschey een advertentie, waarin staat dat hem ter ore is gekomen dat “tal van personen, uit vrees voor moeilijkheden, bezig zijn door inkoop van meer dan normale hoeveelheden, voorraden aan te leggen. Niet alleen wordt de onrust hierdoor vooralsnog vergroot, maar worden bestaande normale toestanden voor de voedselvoorziening bemoeilijkt.”

De burgemeester vindt dat aan het hamsteren een einde moet komen; ook al omdat dat prijsopdrijving in de hand werkt. Hij roept de winkeliers op aan mensen niet meer te verkopen dan men normaal koopt. Hamsteraars laat hij weten dat eventueel wordt overgegaan tot het in beslag nemen van de voorraden.

Een dikke Duitser staat gelijk aan hoogverraad

De oorlogsdreiging wordt groter en groter. Het Twentsch Volksblad meldt uitvoerig de ontwikkelingen in Europa en de rest van de wereld. Men vraagt zich af of het Nederland lukt neutraal te blijven. De dreiging en oorlog leiden tot distributie. Veel eten en goederen zijn alleen nog maar te krijgen met bonnen, die je in de winkel moet inleveren.

Niet alleen in Nederland is er distributie: in bijna alle landen in Europa gebeurt hetzelfde. Zelfs in Duitsland. In de Duitse kranten komen artikelen waarin staat dat een dikke Duitser een Duitser is die te veel bonnen heeft verzilverd of illegaal aan eten is gekomen. Daarom: een dikke Duitser staat gelijk aan hoogverraad.

Verschillende mensen bouwen in hun tuin een schuilkelder, samen of met buren. Er zijn ook kant-en-klaar stalen schuiltenten te koop.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant