Oorlog of niet: Gewone leven moet door, maar dat lukt moeilijk

80 jaar Vrijheid betekent extra aandacht voor WOII. Aan de gemeente Hellendoorn gaat de oorlog zeker niet zonder meer voorbij. Dit artikel is deel 2 uit een serie van vier artikelen over de oorlog in onze gemeente. Het dagelijks leven gaat door, maar vraag niet hoe.

Interessant? Deel het artikel

Oorlog of niet: Gewone leven moet door, maar dat lukt moeilijk

Ondanks de bezetting en alles wat daarbij hoort, proberen de mensen het dagelijkse leven zoveel mogelijk op te pakken. Jaarlijkse bijeenkomsten en feestelijkheden gaan gewoon door. In augustus is er weer gewoon een week vakantie, die in 1941 letterlijk in het water valt. Activiteiten die niet door gaan zijn natuurlijk de Oranjefeesten die altijd in augustus plaatsvinden.

Na de eerste oorlogsdagen en de capitulatie is het stil. Letterlijk. Scholen gaan tijdelijk dicht, er rijdt geen openbaar vervoer.  De Duitsers hebben tijd nodig voor een nieuwe organisatie. Een paar weken na de capitulatie gaat alles weer van start. Ouders van jongens die in dienst moesten, vragen zich af of hun zoon nog leeft. Gelukkig keren de meesten veilig huiswaarts.

Evacuees en verzwakte kinderen uit het westen naar Twente

In Twente raakt de oorlog de mensen relatief minder dan in met name de grote steden in het westen van het land. Vooral in de laatste oorlogsjaren heerst armoede en groot gebrek aan eten. Heel wat evacuees en kinderen uit Rotterdam en Amsterdam vinden hun weg naar Nijverdal. Voor evacuees houden verschillende verenigingen uitvoeringen en organiseren andere activiteiten om de zinnen een beetje te verzetten.

Natuurlijk zijn de geëvacueerden blij met deze activiteiten. Maar voor sommigen kan het nooit te veel zijn. Zo meldt het Nieuwsblad van het Oosten, editie Reggestreek, in april 1943 dat tijdens de bonte avond voor deze groep mensen in hotel Hofstee uit de jaszakken van de burgemeester een paar suède herenhandschoenen is verdwenen. Het blad vraagt om aanwijzingen die kunnen leiden tot het terug bezorgen van de handschoenen.

Roeien met de riemen die je hebt

Bedrijven gaan dicht voor vakantie.

Nederland is bezet. De Duitsers kondigen allerlei maatregelen aan. Er is in winkels minder te koop. De voor de oorlog al begonnen distributie gaat gewoon door. Er komt een spertijd (uren waarop mensen niet buiten mogen zijn) en verplichte verduistering. De mensen proberen zich zoveel mogelijk aan te passen aan de nieuwe situatie.

Dat betekent ook dat men in de eerste oorlogsjaren op vakantie gaat. In eigen land. De vraag naar zomerhuisjes in onze omgeving is heel groot. Het aantal bezoekers van de jeugdherberg groeit. Campings staan overvol. De kranten maken wekelijks bekend welke jeugdherbergen en campings er open zijn.

Kinderen gaan weer gewoon naar school. Op zondag met de hele familie naar de kerk. Sporten op zaterdag of zondag. Er zijn concerten en uitvoeringen van verenigingen. Alles is weer bijna als vanouds. Niet helemaal, want op een gegeven moment gaan voetbalwedstrijden niet meer door omdat er geen scheidsrechter komt opdraven. Oorzaak zijn niet op tijd rijdende treinen.

Schaarste en kou in de eerste oorlogsjaren

Al gauw is duidelijk dat de problemen in de crisisjaren niet worden opgelost. Er is steeds meer schaarste. Bijvoorbeeld aan bouwmaterialen. De bouw van een nieuwe school in Nijverdal kan daardoor niet doorgaan.

Ook schaarste in voeding en genotmiddelen. Alles is op de bon, maar veel niet of nauwelijks te krijgen. Echte koffie maakt al gauw plaats voor surrogaat. Tabak kun je ook zelf telen, maar de zelfgemaakte peuken smaken niet.

Alsof de duvel er mee speelt, zijn de eerste oorlogsjaren erg koud. Dat begon al in de winter van 1939/1940 en ging gewoon door. In zowel 1940, als 1941 en 1942 zijn er Elfstedentochten. De kou duurt en duurt. Logisch dat met brandstofschaarste mensen het veen en de bossen intrekken op zoek naar brandstof.

Arbeiders uit buurtdorpen overnachten doordeweeks bij bekenden in Nijverdal, zodat ze niet door de kou van en naar huis hoeven te fietsen. Sommigen die dat toch doen, komen met bevroren ledematen op het werk of worden onwel als ze in de warmte komen. Scholen gaan dicht wegens gebrek aan brandstof.

De gemeente hervat met schoolvoeding op de openbare school. “Meer dan 70 leerlingen nemen er nu aan deel. Dr. Smit, naar wiens voorschrift de kooksters en helpsters zich moeten gedragen, was den eersten middag aanwezig om te zien of alles naar wensch ging.” Een jaar later is het aantal kinderen dat op school te eten krijgt, gestegen naar 150.

Illegale slacht en handel aan de orde van de dag

Er is tekort aan bijna alles. Niet alleen brandstof, maar ook eten en kleding. Het ligt voor de hand dat er op grote schaal illegaliteit optreedt. Stiekem een koe of varken slachten en verkopen. Niet-gemelde voorraden zwart verkopen.

De controle op dergelijke illegaliteit is streng. Met grote regelmaat lopen boerten en slagers tegen de lamp en de straffen zijn niet mis. Slager Maassen van de Brink uit Nijverdal bijvoorbeeld, moet één jaar en drie maanden de gevangenis in voor het illegaals slachten van drie koeien.

Voor werklozen verandert er niet veel. De werkverschaffing blijft bestaan en wordt uitgebreid. Nieuw is bijvoorbeeld de ontginning van het westerveen tussen Nijverdal en Wierden. Sommigen zij dat werk zo zat, dat ze zich vrijwillig melden om in Duitsland te gaan werken.

De Nederlandser Staat koopt honderdtallen hectares bos en hei op de berg (Eelerberg, Twilhaar, Helhuizen, Rietslenke). De bedoeling is om een National park te stichten. Tegelijkertijd maakt men van de gelegenheid gebruik daar te gaan ontginnen. Zo bouwt man in Nijverdal Kamp Twilhaar. Daar komen we later nog over terug.

Het gemeentebestuur gaat op de kop; de raad moet stoppen

De gemeenteraad mag nog blijven tot medio 1941. Vanaf dat moment is alleen de burgemeester nog “de baas” en zijn de wethouders gedegradeerd tot zijn helpers. De raad kan naar huis. Burgemeester Ed. Witschey mag nog blijven tot mei 1943. Dan krijgt hij ontslag en komt een NSB-er op zijn stoel.

Het uitschakelen van de gemeenteraad en ook het provinciebestuur heeft tot gevolg dat een groot voorstel van de provincie oiv er wijziging van gemeentegrenzen en opheffen van gemeenten, de ijskast in gaat. Tot grote blijdschap van Wierden, die een groot stuk grondgebied (De Brake, Notter en een stuk Zuna) zou kwijtraken. Na de oorlog zijn deze plannen alsnog uitgevoerd.

Alle overtredingen komen voor de rechter

De bezetter kiest ervoor om elke overtreding voor de rechter te brengen. Voorbeelden stellen is de reden. Dat leidt tot een gestage stroom rechtbankberichten met veroordelingen voor zaken als:

•             Illegaal kappen van bomen en struiken
•             Stropen van konijnen en reeën
•             Banden van fietsen stelen
•             Fietsen stelen
•             Kippen stelen
•             Illegaal slachten en illegaal verkopen van vet en vlees
•             Gestolen laarzen en schoenen
•             Diefstal van groenten en aardappels uit tuinen

Weinig nieuws in de krant

Hoe langer de oorlog duurt, hoe minder nieuws er is. De Duitsers controleren de berichtgeving. Kranten worden dunner door papiergebrek. Vanaf 1942 lezen mensen in Hellendoorn bijna uitsluitend sportnieuws, rechtbankverslagen en kerkberichten.

Nederlandse soldaten alsnog krijgsgevangen; Grüne Polizei schiet met scherp

Op 29 april 1943 maken de Duitsers bekend dat Nederlandse oud-militairen (die gevochten hebben in mei 1940) zich moeten melden voor krijgsgevangenschap en arbeidsinzet in Duitsland. Na het tekenen van de capitulatie, vijf dagen na het uitbreken van de oorlog, mochten nagenoeg alle Nederlandse militairen naar huis.

De bezetter neemt geen krijgsgevangenen. Als echter het grootste deel van de Duitse mannen in het leger zit, is er ernstige behoefte aan arbeidskrachten en in Nederland lopen nog 300.000 ex-militairen rond. Een van de maatregelen die de bezetter dus neemt is het terugvoeren van al die militairen in krijgsgevangenschap.

In de Reggestreekeditie van het Nieuwsblad van het Oosten komt een mededeling dat personeel van het 2e, 3e, 9e en 11e beneden de rang van officier Regiment Infanterie zich moet melden. Veel soldaten doen dit, want het alternatief is onderduiken en daarmee de kans op zware straffen.

De mededeling dat militairen terug moeten in  krijgsgevangenschap komt in Hellendoorn op 30 april 1943. Het is maar even en de fabrieksarbeiders in Nijverdal volgen het voorbeeld van arbeiders in Hengelo: uit protest legt iedereen onmiddellijk het werk neer, zoals dat na Hengelo ook gebeurt in Enschede, Almelo, Oldenzaal en Haaksbergen. De dag daarna verschijnt de Grüne Polizei en schiet op mensen. Duidelijk wordt gemaakt dat het beter is weer aan het werk te gaan.

Nog meer arbeiders nodig: Arbeitseinsatz (verplicht werken in Duitsland)

Het terugvoeren van de militairen in krijgsgevangenschap is niet het enige dat de Duitsers doen om arbeidskrachten te krijgen. Bijna alle Nederlandse mannen moeten zich melden voor de “Arbeidseinsatz”. Zo roept de bezetter in de Reggestreek van juni 1943 alle mannen op die geboren zijn in 1920.

Zij moeten zich melden bij het Arbeidsbureau Hengelo. De formulieren daarvoor kunnen in Nijverdal worden opgehaald maar moeten persoonlijk worden ingeleverd in Hengelo. Sommigen hebben geluk en kunnen in eigen omgeving of net over de grens aan het werk. Zij kunnen elke avond naar huis. Anderen komen in fabrieken verder in Duitsland en zien hun familie pas weer terug na de bevrijding.

Personeelsgebrek in fabrieken; verenigingen lopen leeg

Tijdens de oorlog is er minder werk in de fabriek door schaarste aan grondstoffen. Werkloze werknemers van de KSW worden ingezet bij het rooien van stobben in de Eelerberg en bij het turf winnen in het Gagelmansveentje. De stobben en de turf worden gebruikt in de gaarkeuken in het complex van de KSW.

Door de Arbeitseinsatz loopt het aantal personeelsleden verder terug. Niet alleen op de fabriek, maar overal. Dat geldt natuurlijk ook voor het aantal leden van verenigingen. Niet alleen overigens doordat (jonge) mannen elders werken, maar ook door geldgebrek.

Hellendoorn en steun aan de Duitsers

In zijn boek ‘Stampende laarzen’ schrijft Willem Poorterman dat de steun van Hellendoorn aan de Duitse bezetter niet groot is. Het aantal leden van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) is klein. Poorterman telt 18 leden in 1941. Bij verkiezingen krijgt de NSB tussen de 100 en 150 stemmen. Groter is het aantal mensen dat lid is van organisaties die verbonden zijn aan de NSB, zoals de Winterhulp,  Nederlandse Volksdienst e.d. Het gering aantal volgelingen van het nationaal socialisme is geen garantie voor veiligheid.

———————————————————————————————————-

Winterhulp (opgericht in 1940)  is de benaming van de Stichting Winterhulp Nederland (WHN), de nationaalsocialistische organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog alle maatschappelijke hulpverlening van de overheid, particuliere en kerkelijke organisaties in Nederland moet overnemen. Onder het nationaalsocialisme kan er volgens de leer geen armoede bestaan, alleen in tijden van winterkou zal extra liefdadigheid in de vorm van voedsel, kleding en dergelijke nodig zijn.

———————————————————————————————————-

De Nederlandsche Volksdienst (NVD, 1941) wordt opgericht op initiatief en met hulp van de Duitse bezetter. Het gaat de bezetters om de nazificering van het maatschappelijk werk in Nederland. Door zich in te zetten voor de NVD, steunt men in feite de vijand. Het doel van de NVD is: de verzorging van alle Nederlanders, uit een oogpunt van zorg voor het volk en de welvaart. In de praktijk komt de zorg neer op steun aan slachtoffers van bombardementen, verstrekking van voedsel, kleding en babyuitzetten aan aanstaan de moeders, jeugdtandverzorging en wijkverpleging.

———————————————————————————————————-

Niemand weet precies wie in welk kamp staat. In onze gemeente zijn onderduikadressen en mensen die betrokken zijn bij het verzet of hulp bieden aan de bemanning van neergestorte geallieerde vliegtuigen. In archieven van de Duitsers zijn anonieme briefjes gevonden met tips om op bepaalde dagen en tijdstippen naar een bepaald adres te gaan, om daar meneer X tegen te komen die buitgemaakte bonnenvellen bij zich heeft.

NSB-ertje pesten

Ondanks het feit dat er niet veel zijn in onze gemeente (of juist misschien daarom) is hun  aanwezigheid soms aanleiding tot problemen. Mensen worden aangeklaagd wegens beledigen van NSB-ers. In de rechtbank is het vaak hun woord tegen dat van hen, maar legt de rechter toch een boete op.

In september 1940 wordt Nijverdaller T. (NSB-lid) ’s morgens wakker en merkt dat onverlaten ’s nachts zijn ramen en deuren aan de straatkant van het huis oranje hebben geverfd. Als reactie zet hij een Bijbel voor het raam, opgeslagen op het deel waarin staat dat je je naaste moet liefhebben. De NSB-krant maakt er een groot verhaal van; vooral omdat burgemeester Witschey niet zijn kant kiest, maar het gebied de bijbel weg te halen. Uiteindelijk wordt de Duitse bezetter erbij gehaald en moet een Feldwebel de zaak sussen.

Controle op Arbeitseinsatz

Er zijn verschillende legerinstanties die zich met malversaties bezig houden, maar ook civiele organisaties. Om te controleren of iedereen zich netjes houdt aan de oproep te verschijnen om mee te doen aan de Arbeitseinsatz bestaat de Arbeidskontroledienst (AKD). De AKD wordt geleid vanuit het strafkamp Erica in Ommen en bestaat uit ex-kampbewakers, de zogenaamde Ommen-politie.

AKD-ers jagen op mensen die de Arbeitseinsatz ontlopen en andere onderduikers. Ze treden ook eigenmachtig op en gedragen zich bijzonder bruut en meedogenloos, ongevoelig voor het veroorzaakte leed (bron: Wikipedia). Een van hen is Berend Kerkdijk uit Nijverdal die in 1948 tot levenslang wordt veroordeeld.

“Kerkdijk was voorheen een klein, onaanzienlijk schildertje, doch werd in de oorlog een gewetenloos individu, dat op de meest laaghartige wijze op mensenjacht is uitgegaan, vooral in Twente en de Achterhoek”, schrijft het Twents Volksblad.

Voor Joden verboden

In 1942 verordonneren de Duitsers dat Joden lang niet alles meer mogen wat de andere landgenoten wel mogen. Overal verschijnen bordjes “Voor Joden verboden”. Op gebouwen, bij verenigingen. Burgemeester Witschey noteert dat de bevolking nogal onder de indruk is van deze maatregel. Voor de voetbalverenigingen DES en Volharding is het verplicht ophangen van het bord reden om het bijltje erbij neer te gooien en zich terug te trekken uit de competitie.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant