In 2018 wordt Toos uit het landelijk darmonderzoek gevist. Een coloscopie wijst uit dat ze flinke poliepen heeft. Een ervan is kwaadaardig. Gelukkig is ze er op tijd bij. Wat volgt is een ziekenhuistraject in Deventer. Inclusief een half-afgemaakte Alzheimertest.
Dat leidt ertoe dat ik mee mag de operatiekamer in tot ze is weggemaakt. Voor ze bijkomt zit ik al naast haar bed. Men is bang voor een delier (dan ben je echt helemaal de weg kwijt). Gelukkig gebeurt dat niet. Voor de huisarts is deze gebeurtenis aanleiding de geriatrisch verpleegkundige in te schakelen, die op haar beurt zorg voor een casemanager.
Mooi hoor zo’n manager. Toos is heel wantrouwig (“Wie is dat mens; die ken ik niet”). We verslijten in een paar maanden door omstandigheden drie van die managers. Dan komt een al wat oudere dame, die het vertrouwen van Toos wint. Zij begint over twee of drie dagdelen dagbesteding.
Het is juni 2019. We gaan (onder de nadrukkelijke voorwaarde: ‘vrijblijvend’) kijken in Luttenberg. Toos, de casemanager en ik. Een leuke zorgboerderij waar Toos ook heerlijk in de tuin zou kunnen werken (haar grootste hobby). Ze ziet daar zelfs bekenden. Jammer genoeg werkt dat tegengesteld. “Die vrouw is gek. Al die mensen zijn gek. Ik ga niet naar dat gekkenhuis”.
“Ik word weggegooid”
Het bezoek werkt niet goed. Ze wordt bozer en wantrouwiger. Het heeft haar gesterkt in het idee dat wij haar kwijt willen. “Ik word weggegooid,” schrijft ze op een van de vele briefjes waarmee ze wanhopig controle op haar leven probeert te houden.

Er komt nog één moment waarop de dagbesteding weer in beeld komt. Dat is als ik plotseling ontstekingen krijg in de slagaders in mijn slaap. Aan beide kanten. Een van die ontstekingen heeft mijn oog bereikt waardoor ik tijdelijk blind wordt aan dat oog. “Je hebt er toch twee”, reageert Toos laconiek als ik in paniek de huisarts bel.
De ontsteking en bijbehorende behandeling is aanleiding voor een tweede poging Toos naar de dagbesteding te krijgen. Nu onder druk van de huisarts die zegt dat dat nodig is voor mijn herstel.
Hoewel ze het niet snapt, stemt ze er in toe een ochtend daar heen te gaan. Zoon S. brengt haar weg en hij kan haar zonder probleem achter laten. Dat is maar even. Rond 11 uur wordt hij gebeld met het verzoek Toos weer op te halen.
Ze heeft behoorlijk stennis geschopt en veel cliënten daarmee bang gemaakt. S. krijgt de boodschap mee dat Toos in deze vorm niet welkom is.





