Hoe Lia de Waard in Hellendoorn terecht kwam
Op 14 november 2024 interviewden wij de Hellendoornse wethouder mevrouw Lia de Waard-Oudesluijs. Aanleiding voor het interview is het feit, dat zij op een bijzondere manier na een hectische periode in de Hellendoornse raad op deze stoel terecht gekomen is. Een en ander vraagt om een toelichting.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 behaalde de partij Lokaal Hellendoorn een absolute meerderheid in de raad. Hun programma ‘Het kan anders, het kan beter’ had de kiezer aangesproken.

Daarmee had die partij goud in handen. En om een nog groter draagvlak te krijgen werden GroenLinks en de VVD uitgenodigd om deel te nemen in de nieuwe coalitie. Daarmee had men 17 van de 25 zetels. Het eens zo machtige CDA werd naar de oppositiebankjes verwezen.
Helaas bleek niet heel lang na de verkiezingen dat het niet boterde in Lokaal Hellendoorn. Daarbij ging het niet om de inhoud, maar om de aanpak en om persoonlijke verhoudingen. Vijf raadsleden van Lokaal Hellendoorn stapten uit de fractie en richtten de nieuwe partij Samen Hellendoorn op.
We zullen niet ingaan op details, maar er ontstond uiteindelijk een bestuurlijke chaos. Drie bemiddelaars werden ingevlogen om de boel weer vlot te trekken, maar geen van hen slaagde. Inmiddels was wethouder Gea Oord naar huis gestuurd en hield wethouder Peter Lage Venterink het voor gezien.
Een ernstig incompleet college van burgemeester en wethouders ging door. Toch moest er een oplossing komen. Besloten werd om op zoek te gaan naar wethouders met de nodige bestuurlijke ervaring die geen binding hadden met Hellendoorn. Uit 25 kandidaten werden mevrouw Lia De Waard-Oudesluijs en meneer Jan Van den Bosch gekozen en benoemd.
Wat bracht mevrouw De Waard aan ervaring mee? In 2018 werd ze namens de SGP-CU wethouder in de gemeente Epe en in 2022 is ze begonnen aan haar tweede termijn in die gemeente. In augustus 2023 verruilde ze het wethouderschap voor een droombaan bij een zorginstelling. Ze werd directeur zorg van de instelling WZU, die zich bezighoudt met wonen, welzijn en zorg.
Door fusieperikelen werd haar jaarcontract echter niet verlengd, waardoor ze de handen vrij had om iets nieuws aan te pakken. Dat werd dus het wethouderschap in de gemeente Hellendoorn die snakte naar bestuurlijke rust in de gemeenteraad en in het college van burgemeester en wethouders. De keuze voor Hellendoorn was de aanleiding voor een interview.
Waarom hebt u uw vinger opgestoken voor het wethouderschap van de gemeente Hellendoorn in de wetenschap dat u niet in een gespreid bedje terecht kwam?
Lia de Waard-Oudesluijs: “Omdat de zorgorganisatie waar ik voor werkte ging fuseren, moest ik op zoek naar ander werk. Toen kwam ik deze vacature tegen. Ik ben erover na gaan denken en heb met een aantal mensen gesproken. Natuurlijk was er op politiek-bestuurlijk vlak enige beroering geweest, maar eerlijk gezegd houd ik wel van een klus. Ik vind het fijn als ik echt iets te doen heb en nog iets kan toevoegen.”
“De gesprekken die daarna volgden met raadsleden waren erg prettig. Zowel Jan van den Bosch – die tegelijkertijd met mij begon – als ik waren geen onderdeel van het politiek-bestuurlijke verleden. Dat betekent dat we vrij konden binnenstappen. Het gaf ook rust. We zijn hier echt hartelijk ontvangen.”
U hebt, net als twee van uw collega’s, geen formele achterban in de raad. Dat lijkt enigszins op de positie van onze minister-president. Hoe ervaart u dat?
“Ik ben wethouder voor alle inwoners van de gemeente Hellendoorn. Namens alle partijen die in de gemeenteraad zitten. Toen ik in het verleden wethouder was in de gemeente Epe, was ik weliswaar naar voren geschoven door mijn partij de ChristenUnie, maar ook toen voelde dit voor mij zo. Voor mij staat voorop dat ik – samen met anderen – het verschil wil maken in individuele levens van de mens.”
Bent u weer als wethouder beschikbaar voor een volgende periode in onze gemeente?
“Ik ben aangenomen tot de verkiezingen van 2026. Met de verkiezingen zijn de inwoners van Hellendoorn weer aan zet om een nieuw gemeentebestuur te kiezen. Daarna kijken we wel verder.”
Is het wel waar dat er weinig kunst is in de gemeente?

Onlangs is een artikel over kunst in de openbare ruimte gepubliceerd in het medium HierinHellendoorn. Daarin wordt gesteld dat onze gemeente karig bedeeld is met kunst in de openbare ruimte. Er worden ook enkele concrete suggesties gedaan voor verbetering van de situatie. Hoe ervaart u op dit punt de situatie in Hellendoorn?
“Het artikel heb ik niet gelezen. Ik weet trouwens niet of het wel écht waar is dat er weinig kunst in openbare ruimte is. Het afgelopen half jaar heb ik al best wat kunst gezien. Denk bijvoorbeeld aan Naatje, het standbeeld in de Grotestraat of het lint met lichtpuntjes in de vloer van het Huis voor Cultuur en Bestuur dat doorloopt op het Henri Dunantplein en de loop van de Regge symboliseert. Ik heb echt al veel mooie dingen gezien. Ik weet ook dat onze cultuurburgemeester Jan Verhoek bezig is met een aantal mensen om een nieuw kunstwerk van de textielarbeider gerealiseerd te krijgen.
De gemeente gaat niet over een buitenpoli
In een artikel in het medium HierinHellendoorn wordt gepleit voor het vestigen van een buitenpoli in Nijverdal in navolging van de goed functionerende buitenpoli’s in Rijssen en Raalte. In het artikel worden de logistieke en milieuvoordelen toegelicht. Bent u bereid hierover in gesprek te gaan met de directie van het ziekenhuis in Almelo?
“Primair is het aan het ziekenhuisbestuur om hierover te beslissen. Heel formeel gezien gaan gemeenten hier niet over. Persoonlijk vind ik ook dat zo’n initiatief meer vanuit het zorgveld zou moeten komen. De medische centra – en met name huisartsen – hebben over het algemeen heel goed contact met ziekenhuizen. Als er daadwerkelijk grote behoefte is aan een polikliniek in Nijverdal, dan verwacht ik dat zij dit kenbaar maken bij het ziekenhuisbestuur en actie ondernemen. Ik heb in ieder geval nog geen concrete signalen ontvangen vanuit het zorgveld dat deze behoefte bestaat.”
Veel kinderen hebben jeugdzorg nodig, maar er zijn ook veel gezinnen waar jeugdzorg niet nodig is

Twintig jaar geleden deed 1 op de 27 jongeren een beroep op de jeugdhulpverlening. Tegenwoordig is die verhouding 1 op 9. De Amsterdamse wethouder mevrouw Moorman vindt dat er iets grondig misgaat in de samenleving gezien het aantal kinderen dat jeugdzorg nodig heeft. Zij spreekt over een zieke samenleving. Bent u het met haar eens?
“Ik heb óók mijn zorgen over het feit dat veel kinderen jeugdzorg ontvangen. Maar ik ga niet zo ver met mijn uitspraken. Er zijn namelijk ook veel gezinnen met kinderen waar geen jeugdzorg nodig is. Ik ben het dus niet eens met de stelling dat de samenleving ziek is, maar deel wel onderliggende zorgen.”
“Ik moet hierbij wel zeggen dat we leven in een best ingewikkelde maatschappij. Er is veel veranderd ten opzichte van vroeger. Alles komt bijvoorbeeld veel directer tot ons, óók tot de jeugd. Denk aan de invloed van sociale media. Grote problemen die vroeger alleen volwassenen bereikten, bereiken nu ook de kinderen. De sociale media en bijvoorbeeld influencers zorgen daarnaast voor prestatiedruk: alles moet perfect zijn. Ik denk dat dit ook invloed heeft op onze kinderen.”
“Wat ook van invloed is, zijn gebroken gezinnen. Vechtscheidingen zorgen voor hevige emoties en laten kinderen een zware periode doorgaan.”
Samen met organisaties kunnen we mensen met financiële problemen snel signaleren
De Participatiewet gaat ervan uit dat iedereen naar vermogen deelneemt aan de samenleving en zoveel mogelijk in het eigen onderhoud kan voorzien. U bent de verantwoordelijke wethouder op dit terrein. Wat zijn uw ervaringen?
“Wij hebben als gemeente vanuit de Participatiewet wettelijke taken en die voeren we netjes uit. Wij hebben aandacht voor de mensen die een bijstandsuitkering ontvangen en voelen ons verantwoordelijk voor inwoners die kunnen werken. Daarnaast kennen we in onze gemeente een rijk netwerk van (vrijwilligers)organisaties die ons hierbij ondersteunen. Denk aan de voedselbank, stichting Boom Hellendoorn of stichting Noabers voor Noabers. Samen kunnen we gelukkig veel van onze inwoners helpen.”
“Veel signalen over geldzorgen komen bij de gemeente binnen bij ons team Vroeg Eropaf. De gemeente werkt samen met onder andere energiebedrijven, zorgverzekeraars en woningverhuurders. Bij betalingsachterstanden krijgt de gemeente een melding. Dit wordt ook wel vroegsignalering genoemd.”
Nauwelijks wachttijden voor de WMO; ik kan weinig zeggen over de gevolgen van bezuinigingen door het Rijk

Samen met de taak van de gemeente op het terrein van de jeugdzorg is voor de toepassing van de Wet maatschappelijke ondersteuning – de WMO – in de begroting voor 2025 een bedrag geraamd van afgerond 30 miljoen euro. Dat is ongeveer een kwart van de begroting. Lukt het de gemeente om alle taken die vallen onder deze wet – ook in de toekomst – uit te voeren zonder financiële tekorten?
“In het algemeen kan ik zeggen dat er financieel (nog) geen financiële problemen zijn in verband met het uitvoeren van deze wet. We hebben momenteel een sluitende begroting. Er zitten wel in 2026 fikse bezuinigingen aan te komen vanuit het rijk. In gemeentekringen wordt gesproken over het ‘ravijnjaar’. Daarover valt nu weinig te zeggen.
“Ik ben tevreden over de inhoudelijke toepassing van de wet, die onder meer beoogt mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Een van de vele belangrijke items van de wet is de huishoudelijke hulp; we hebben gelukkig nauwelijks te maken met wachtlijsten.”
U participeert als gemeente in Samen Twente, een overkoepelende organisatie van drie professionele uitvoeringsorganisaties: de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Twente, Veilig Thuis Twente en de organisatie voor Zorg en Jeugdhulp in Twente. Wegen de baten van dit instituut op tegen de lasten?
“Samen Twente voelt zich verantwoordelijk voor een gezond, veilig en vitaal Twente. Deze instelling coördineert en faciliteert veel zaken en voert ook een aantal wettelijke taken voor de gemeente uit. In die zin is het een organisatie die ik als onmisbaar beschouw.”
Iedereen in ons land moet een gelijke start krijgen; ongeacht waar je woont
Er is bij de gemeenten in Nederland sprake van diversiteit in de toepassing van zorgwetten, met name in financieel opzicht. Het maakt nogal uit in welke gemeente iemand woont. Zelfs de Verenigde Naties pleiten voor landelijke normen en richtlijnen die voor alle gemeenten gelden. Hoe staat u hierin?
“Als we zorgvormen gaan normeren met landelijke normen, dan gaan we alles weer centraliseren. We hebben nu juist deze decentralisaties van wettelijke taken gehad om zorg dichterbij de inwoner te kunnen organiseren. Er is toen ook genoemd dat je hierdoor ongelijke gevallen ook ongelijk kunt behandelen. Op het moment dat je alles weer gaat harmoniseren, dan kan het gebeuren dat je zorgvormen krijgt die in onze gemeente perfect werken maar minder geschikt zijn voor andere gemeenten of andersom.”
“Ik geloof er wel in dat als je het meer specifiek hebt over kansengelijkheid of gezondheidszorg, dat we hier wel meer kunnen normeren. Denk bijvoorbeeld aan vaccinaties of het volgen van onderwijs op school. Als je dit landelijk normeert, dan betekent het dat iedereen in ons land een gelijke start kan krijgen – ongeacht waar je woont. Dat vind ik belangrijk.”





