Op vertoon van bonnen kun je eten kopen of huishoudelijke artikelen. In de krant staan advertenties in welke week welke bonnen ingeleverd kunnen worden. Het bonnensysteem werd nog tot vijf jaar na de oorlog gebruikt.


60 vrachtwagens met “kostelijke levensmiddelen”
Omdat het oosten van het land begin april is bevrijd, komt daar de noodhulp eerder op gang dan in de rest van het land. Op 21 april staat in de krant dat men heeft kunnen zien dat een groot konvooi vrachtwagens Almelo binnen reed.
“Deze auto’s, circa 60 in getal, kwamen uit het Zuiden en waren alle beladen met kostelijke levensmiddelen, bestemd voor het rayon Almelo, Vriezenveen, Nijverdal, Hellendoorn. Wierden, Rijssen, Tubbergen en den Ham.” Aangevoerd werden 50 ton biscuits, 15 ton chocolade, 40 ton suiker, 45 ton peulvruchten, 100 ton tarwebloem en 20 ton melkpoeder.”
Distributiekantoor weer open

Leider Marinus de Vaal van het Distributiekantoor Hellendoorn maakt bekend dat het kantoor weer geopend is. Vanaf 7 mei 1945 kan iedereen weer terecht in het gebouw voor Christelijke Belangen in Nijverdal
In de krant verschijnen hoopvolle berichten. Bijvoorbeeld dat de kans bestaat dat er thee beschikbaar komt. Er zal een bon worden aangewezen voor 55 gram thee per persoon. Ook schijnen er sigaren onderweg te zijn. De bedoeling is dat er rantsoenen komen van vijf grote sigaren en tien senoritas. De prijs is 18 cent voor ene grote sigaar en 10 voor een senoritas. “De kwaliteit is niet de allerfijnste, doch volgens de huidige mededeeling wordt het niettemin een goede sigaar.”
Uit het verslagen Duitsland komen buitgemaakte goederen terug in Nederland. Besloten is dat die niet terug gaan naar degene vanwege ze gestolen zijn. De oorlogsbuit komt “ten algemene nutte tegen betaling”.
Fabrieken krijgen machines, maar hebben er geen recht op
De Canadezen hebben uitdeelpunten gemaakt. “Fabrieken zullen zooveel mogelijk haar gestolen machines krijgen toegewezen, maar recht erop hebben ze niet. Koeien en paarden zullen onder de getroffen boeren worden verdeeld.”

De bombardementen in Nijverdal hebben veel mensen dakloos gemaakt. Ook zijn ze hun spullen kwijt. Je kunt je bij de gemeente aanmelden voor nieuw spul. Wie nog geen aanvraag heeft gedaan voor textiel, keukengerei en houten meubelen krijgen in juli 1945 nog een tweede kans dat te doen.
Extra rantsoenen voor zwaar werk
Iedereen is op rantsoen. Voor bepaalde beroepen zijn extra rantsoenen te krijgen. In mei 1945 maakt het Distributiekantoor bekend dat er extra rantsoenen voor mensen met “zwaren, zeer zwaren en langdurigen of nachtarbeid”. Je moet een formulier inleveren en een bewijs dat je werkelijk bijzondere arbeid verricht.
Bijvoorbeeld voor landbouwwerkzaamheden. “Mannelijke en vrouwelijke personen die oogstwerkzaamheden verrichten en op a Juli 1945 de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, kunnen in aanmerking komen voor een toeslag van 36 rantsoenen brood per periode.” Je moet een formulier invullen (met inkt) en dat inleveren bij Marinus de Vaal van het Distributiekantoor Hellendoorn.
In augustus 1945 is de krant enthousiast over de levering van ruim 6500 paar schoenen. Het is een extra toewijzing van het Rijksbureau voor Huiden en Leder. De verdeling van de schoenen gaat naar het aantal inwoners. De gemeente Hellendoorn krijgt 592 paar.
Duizend bommen en granaten

Een maand later verschijnt er een mededeling van de burgemeester, die waarschuwt voor boobytraps in de vorm van jachtpatronen, achtergelaten door het Duitse leger. Het afschieten van zo’n patroon met een jachtgeweer doet het geweer ontploffen is is dus levensgevaarlijk voor de schutter.
Zo kort na de oorlog zijn er over nog gevaren. Bommen, munitie, granaten. Alles kan langs de weg of in de bossen worden gevonden. Op 20 juni 1945 stapt een jongen van Rozenkamp in Haarle bij het maaien op een landmijn. Hij gaat zwaargewond naar het ziekenhuis in Almelo waar hij overlijdt.


Pas op voor boobytraps
Heel nauwkeurig schildert men hoe de patroon eruit ziet. Kleur, nummer, opschrift, gewicht. Bij genomen proeven verlaat het de lading de loop in zijwaartse richting, waardoor de bascule scheurt en de houten kolf versplintert. In het gemeentehuis is een patroon ter inzage gelegd.
Op 19 juni 1946 kondigt men aan dat er “in deze gemeente nog bommen liggen. Deze zullen nu worden opgeruimd. Woensdag komen daarvoor enige manschappen van den opruimingsdienst uit Breda, die zich met dit gevaarlijke werkje zullen belasten.”

V1’s en V2’s onderwerp van studie
Veel aandacht in het eerste vredesjaar ook voor de V1’s en V2’s die de Duitsers vanuit onze gemeente schoten. Een Canadese verslaggever gaat het gebied rond de lanceerbasis van V2’s bekijken. Hij ziet dat de lanceerinstallaties verwonderlijk eenvoudig zijn. Vier houten paaltjes met daarop en metalen plaat.
Dat het vaak mis ging, leidt hij af van de 100 bomkraters binnen 100 meter van de lanceerplaats. Rondom Hellendoorn liggen nog verschillende V2’s die nog niet zijn ontploft. Van de 150 gelanceerde V2’s zijn er 33 meteen weer naar beneden gekomen. Uit het verhaal komt naar voren dat door een V2 een bommenwerper uit de lucht is geschoten die neer kwam bij Eelen en verschillende Nederlanders en Duitsers doodde.
Bij een ontploffing van en blindganger op 4 december 1944 in Luttenberg komt Nijverdaller Albert Tijhuis (16 jaar, zoon van meester Tijhuis) om; samen met 18 anderen. Hij gaat kijken bij een neergestorte V2-raket, die explodeert als hij erbij staat. Omdat vader Tijhuis in het verzet zit en de Duitsers op hem loeren, kan die de begrafenis van zijn eigen zoon niet bijwonen.
Gebrek aan werk en gebrek aan personeel

Zo kort na de oorlog is er aan alle kanten gebrek. Gebrek aan eten. Gebrek aan huishoudelijke spullen. Gebrek aan werk in de fabrieken wegens gebrek aan grondstoffen. Gebrek aan personeel. Dat laatste breekt bijvoorbeeld het Volkssanatorium in Hellendoorn zwaar op.
Er is een groot tekort aan verpleegsters. De directie pakt dat probleem groots aan, want in bijna alle kranten in Nederland verschijnt het bericht dat het Volkssanatorium in gevaar is. Gevaar voor patiënten die het risico lopen ongenezen naar huis te worden gestuurd.
Men vraagt zelfs het Rode Kruis om hulp. “Deze voor onze samenleving zoo belangrijke inrichting -er worden op dit moment 300 tbc-patiënten verpleegd- heeft nl een groot personeelsgebrek.“ Het grote aantal patiënten komt ook, omdat veel mensen die terugkeren uit Duitsland (gevangenschap en Arbeitseinsatz) aan tbc lijden.

Veel tbc-patiënten, maar geen verpleegsters. Volkssanatorium deels dicht
De oproep heeft niet het gewenste effect. Dat betekent dat het sanatorium in het vroege voorjaar een patiëntenstop moet invoeren. Dat helpt niet veel. De krant snapt er niks van. “Waarom stellen de meisjes zich niet beschikbaar voor dit bij uitstek sociale beroep dat bovendien zo specifiek vrouwelijk is?” Uiteindelijk moet de directie een vleugel van het sanatorium tijdelijk sluiten.
Meisjes gevraagd

Meisjes in Nijverdal en Hellendoorn lezen in de krant een advertentie van Smits en Co uit Almelo waarin zij worden opgeroepen te komen werken in de kledingindustrie. Wie belangstelling heeft kan op 27 juni terecht ten huize van de heer Willems aan de Wilhelminastraat in Nijverdal. Daar zijn inlichtingen te krijgen over het werken bij dit bedrijf. “Prettig werken. Goed verdienen.”
Wachtgeld voor fabrieksarbeiders
Omdat de KSW nog niet open kan (er zijn geen grondstoffen), krijgen de arbeiders een wachtgeldregeling. Dat duurt niet lang, want al gauw bedenkt men dat ze voor dat (wacht)geld ook wel werk kunnen doen. De arbeiders krijgen een oproep voor tewerkstelling. Ontginnen van het Wierdenseveld.
Dat valt verkeerd bij de mannen. Zij besluiten massaal niet te gaan. De belangrijkste redenen zijn het loon: 46 cent per uur en het aantal uren dat men moet werken, namelijk 48 uren. Dat is te lang en te zwaar met de kleine rantsoenen die men krijgt.
Hogere rantsoenen in de tewerkstelling

Later gaan de rantsoenen voor de arbeiders omhoog als men kan aantonen zolang te werken in de ontginning. De spontane staking van de arbeiders leidt ertoe dat het loon omhoog gaat naar 58 cent en dat de werkweek wordt verkort naar 42,5 uren. In plaats van ven ontginnen, moeten nu stobben worden gerooid als brandstof voor de Hellendoornse bevolking.
Daarmee is het probleem nog niet opgelost. Wat blijkt? Na vijf dagen komt iemand van het Arbeidsbureau en zegt dat de lonen omlaag moeten naar 49 à 50 cent. Dat pikken de mannen weer niet en stoppen hun arbeid. Zij zeggen dat het Militair Gezag akkoord is gegaan met de 58 cent. Hoe het ook zij: het is iedereen in die tijd onduidelijk wie er de ‘baas’ is.
Fabrieksarbeiders in de tewerkstelling

Bijna een jaar later is het loon gestegen naar 73 cent. Dat staat in een krantenbericht. In dat bericht staat dat arbeiders van de KSW ouder dan 50 jaar voor dag geld aan de slag gaan in de tewerkstelling. Zij gaan een stuk heidegrond ontginnen op de Koningsbelten.
Begin februari 1948 is er een staking van de arbeiders van de KSW. Bijzonder, omdat daar nauwelijks stakingen zijn. De arbeiders en de fabrikanten hebben het altijd goed met elkaar kunnen vinden. Maar nu even niet. De mensen klagen al een tijdje dat het werk te zwaar is en het loon te laag. De directie belooft beterschap , maar reageert niet.
Als de directie represailles neemt tegen een wever die weigert zware canvas te verwerken tegen tariefloon, zijn zijn collega’s solidair en gaan staken. “Het is te hopen dat deze staking een lering is geweest en dat arbeiders en directie nader tot elkaar zullen komen.”






