Weer vrij (4): zuiveringen en Tribunalen

Direct na de bevrijding beginnen zuiveringen en worden tribunalen ingesteld. Alle ‘foute’ mensen moeten boeten. Dat gaat in het begin heel fel. Vrouwen die een Duitse vriend hadden werden kaal geschoren. Andere mensen werden uit huis gehaald en buiten publiekelijk te schande gemaakt. Er was geen ruimte voor nuances; je was ‘goed of ‘fout’.

Interessant? Deel het artikel

Weer vrij (4): zuiveringen en Tribunalen

Zuivering gaat om de niet-strafrechtelijke maatregelen (zuiveringen) na de Tweede Wereldoorlog gericht tegen mensen die mogelijk met de vijand hadden geheuld. Daarbij werden sancties opgelegd zoals beroeps-, publicatie-, en tentoonstellingsverboden. Tussen 1946 en 1950 werden 60.000 Nederlanders onderzocht. Daarna werden niet minder dan 20.000 sancties aan evenzovele Nederlanders opgelegd.

Tribunalen in eerste instantie bemand door geallieerden

De Tribunalen (Bijzondere Rechtspleging) waren rechtscolleges die ingesteld werden door het Tribunaalbesluit van 17 september 1944. In tegenstelling tot de Bijzondere Gerechtshoven stonden de tribunalen onder leiding van geallieerde militairen (later: gerespecteerde burgers) en juristen die niet altijd waren opgeleid als rechter en waarvan de overige leden geen juridische achtergrond hadden.

De Tribunalen behandelden de minder zware gevallen. Ze waren bevoegd om maximaal 10 jaar gevangenisstraf op te leggen. In totaal werden er 20 tribunalen ingesteld, die tezamen 49.920 zaken behandelden. Per 1 juni 1948 werden de Tribunalen opgeheven en hun taken overgenomen door kantonrechters.

Veel aangiftes van burgers tegen ‘foute’ Nederlanders

Naast deze organen waren er tuchtrechters die uitspraken deed over prijsopdrijving. Schaarste leidde ertoe dat ‘slimme’ middenstanders en agrariërs de prijzen opdreven of hun producten clandestien verkochten (zonder bon).

Heel gevallen van zuivering zijn aangebracht door burgers. Mensen die wisten dat iemand in de oorlog fout was geweest. Of vermoedden dat dat zo was. Of zo probeerde van een vervelende buurman af te komen. Er waren ook opsporingsdiensten, zoals de POD (Politieke Opsporingsdienst) of de PRA (Politieke Recherche Afdeling).

POD vindt NSB-burgemeester van Hellendoorn

Op 19 juli 1945, bijvoorbeeld, meldt de krant dat NSB-burgermeester van Hellendoorn, N. Stevens, door een ambtenaar van de POD is gevonden in een kamp in Gouda. “In dit kamp vertoefde ook Boon, die de rechterhand van Stevens was.” 

Nürnberg-tribunalen

In Nürnberg beginnen de geallieerden hun processen tegen de kopstukken van de nazi’s.  Maanden en maanden kunnen de mensen deze processen volgen in de kranten en op het Polygoonjournaal in de bioscoop.

Zuiveringscommissie Hellendoorn

Ook in Hellendoorn komt en zuiveringscommissie met aan het hoofd de commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten, H. Wijnants. Mensen die verdacht worden van heulen met de vijand worden tijdelijk opgesloten en verhoord in de Mulo-school aan de De Joncheerelaan.

Af en toe laat men mensen los en die kunnen naar huis. Dat leidt tot misverstanden bij de bevolking. Iemand waarvan iedereen weet dat hij fout was, kan zo maar naar huis. Commandant Wijnants laat een boodschap uitgaan aan de inwoners van de dorpen.

Op 28 april 1945 laat hij de mensen weten; “Wanneer politie arrestanten uit de Muloschool worden ontslagen, betekent dit niet dat ze ook werkelijk vrij zijn. Ten eerste wordt hun bewaringstelling in de Muloschool veranderd in  huisarrest. Formeel blijven ze dus in arrest en in ieder geval wordt hun zaak rechterlijk behandeld; hetzij voor het tribunaal of voor een bijzonder gerechtshof…… Het is zelfs niet uitgesloten dat iemand die om bepaalde omstandigheden huisarrest heeft gekregen, zwaarder wordt bestraft dan hij die in bewaring is gesteld.”

De commandant vervolgt dat “we niet de fout moeten maken iemand te veroordelen zonder bewijs”. Dat bewijs moet dus geleverd worden en, zo deelt hij mee, daarvoor is de medewerking uit de bevolking heel belangrijk. Hij roept iedereen op alle klachten bij voorkeur schriftelijk in te dienen bij de Binnenlandse Strijdkrachten. “En daarmee de gemeente Hellendoorn te zuiveren van alle landverraderlijke elementen.”  

Burgemeester Witschey beschuldigd

De man die tot lang in de bezetting burgemeester was, Ed. Witschey, blijft niet buiten schot bij de zuiveringen. Direct na de bevrijding komt hij weer terug als burgemeester. Maar niet voor lang. Er gaan vanuit de bevolking stemmen op dat de burgemeester niet helemaal oké was. Op 10 juli 1945 schrijft ene Wallart een ingezonden brief in De Waarheid over de zuiveringen en dat gaat over de burgemeester.

Wallart beweert dat dat in de tweede week van oktober 1942 vier fabrieksarbeiders (verdacht van communisme) zijn afgevoerd, geboeid naar kamp Amersfoort. “Dit geschiedde op aanwijzing van burgemeester Witschij die ‘t Moffengebroed gunstig wilde stemmen ten opzichte van zijn positie. De politieman die deze 4 menschen heeft weggebracht, verstrekt thans ten gemeentehuize te Hellendoorn bewijzen van Politieke betrouwbaarheid.”

Hierna volgt een hele epistel over het feit dat direct na de bevrijding een klacht tegen de burgemeester werd ingediend en hoe daarmee is omgegaan. Volgens hem is namelijk alleen de vrouw van een van de vier mannen ondervraagd. De zuiveringscommissie reageerde daarop dat men de zaak zeer ernstig nam.

De briefschrijver vraagt zich af waarom er verder geen actie is ondernomen. De andere vrouwen zijn niet ondervraagd. Hij vraagt zich ook af waarom de burgemeester niet is geschorst. “Is uw Commissie een zuiveringscommissie? Zo ja, Maakt Hellendoorn weer zuiver, vooral in de bovenste top”.  

Hoe het precies is gegaan is niet duidelijk. Vast staat dat het gemeentepersoneel een paar dagen later staakte, bedoeld als een protest tegen de nieuwe ambtsaanvaarding van Witschey. Een advertentie op 25 juli 1945 maakt bekend dat de burgemeester is geschorst. Per 31 juli 1945 is mr. G.W. baron van der Feltz, een ambtenaar uit Almelo, zijn opvolger.  

De schorsing van Witschey duurt bijna anderhalf jaar. Per 1 december 1946 is hij in ere hersteld en weer de burgemeester van onze gemeente. Als hij in april 1950 afscheid neemt als burgemeester en in dezelfde functie vertrekt naar Alphen aan den Rijn, is er geen mens die ook maar met één woord rept over de positie van Witschey in de oorlog. Namens de hele bevolking krijgt hij een glas-in-loodraam aangeboden. Dat raam kreeg een plek in de gerestaureerde raadszaal. 

“Witschey als alleenheerser haalde het slechtste in hem boven”

In het rapport Joodse burgers in Hellendoorn (april 2023) schrijven de onderzoekers over Witschey:

“Burgemeester Witschey werd in 1943 door de bezetter ontslagen. Beter gezegd: zijn mandaat werd aan het einde van zijn ambtsperiode niet verlengd. Zijn terugkeer in het gemeentehuis, een halfjaar na de bevrijding, leidde tot ongewone ophef in de lokale politiek en burgerij.”

“Witschey was geen lid van de NSB geweest. Hij was ook niet uitgesproken antisemitisch en had zich niet meer aan collaboratie bezondigd dan andere burgemeesters in de regio die op hun post waren gebleven.”

“De algemene indruk uit de archieven is eerder dat juist de positie van alleenheerser tijdens de bezetting – zonder raad en college – het slechtste in Witschey naar boven had gehaald. De politieke opsporingsdienst in het kader van de bijzondere rechtspleging noemde nadrukkelijk zijn autoritaire houding en eigenbelang.

“Anderen noemden hem ‘doortastend’ en ‘politiek betrouwbaar’ als burgemeester in oorlogstijd. Kennelijk grepen sommigen de zuivering aan om te proberen deze onpopulaire burgemeester te lozen.”

Prijsopdrijving en illegale handel

In de periode na de oorlog kwam er ook een tuchtrechter voor prijsopdrijving. C. Braakman uit Nijverdal moet voorkomen omdat hij schoenspijkers te duur verkocht. Braakman verdedigde zich door te melden dat er nergens meer spijkers te koop waren en hij ze ook (duur) op de zwarte markt had gekocht.

In de slagerij van de weduwe H.W. werd slager W. en zijn knecht H. op heterdaad betrapt op clandestien slachten. Het bleek al de vierde koe te zijn die buiten de regels om werd geslacht en verkocht. Het hele spul gaat de gevangenis in. De weduwe mag na het opname van het proces verbaal weer naar huis. De slager en knecht blijven in het gevang. 

Slager G. Pl. wordt in 1949 betrapt op het clandestien slachten van en koe en een varken. Achter het huis vindt men later een geheime bergplaats, vol met rund-, paarden- en varkensvlees. In de oorlog was deze bergplaats in gebruik voor onderduikers. Na de bevrijding kwam daar een koeling te staan. De slager krijgt gevangenisstraf.

De politie deelt bekeuringen uit in Wierden, Rijssen, Nijverdal en Hellendoorn voor het clandestien vervoeren van turf.  Vaak gebeurt dat na acties van de Prijzencontrole Gelderland en Overijssel. Aan het eind van 1945 werd in Wierden, Rijssen, Hellendoorn en Nijverdal 97 zaken gecontroleerd. Er waren er 26 in overtreding. 

SD-moordenaars zwaar gestraft

Direct na de oorlog beginnen processen tegen Duitsers die oorlogsmisdaden hebben gepleegd. Zo staan drie SD-ers terecht voor de Geallieerde Krijgsraad in Almelo (zie foto bovenaan dit artikel). Zij hebben een Engelse militair en een paar dagen later de Nijverdaller Bote van der Wal zonder enige reden uit de gevangenis in Almelo gehaald, meegenomen en in de omgeving van Zenderen geëxecuteerd.

De rechtbank veroordeelt de twee die daadwerkelijk hebben geschoten tot de dood door ophanging. Dat vonnis wordt enkele weken daarna voltrokken. De twee andere Duitsers krijgen 15 jaar.

Ondergedoken SS-er gepakt

In maart 1947 pakt de Amsterdamse PRA (Politieke Recherche Afdeling) SS-er S. de C. op. Sinds het einde van de oorlog heeft hij zich verborgen gehouden. “Intussen is over C. al een lijvig dossier samengesteld, waaruit o.a. blijkt dat hij in Nijverdal en omgeving in illegale kringen wist door te dringen om spionagediensten voor de Duitschers te verrichten”, schrijft de Maasbode.

Het Tribunaal Almelo

Zoals gemeld werden na de bevrijding “Tribunalen” ingesteld. Die behandelden de minder zware gevallen. Ze waren bevoegd om maximaal 10 jaar gevangenisstraf op te leggen. De gemeente Hellendoorn viel onder het Almelose Tribunaal.In september 1946 publiceert de krant een uitspraak waarbij de Nijverdalse bakker W. (zijn naam staat in de krant voluit gespeld) wordt veroordeeld tot 1,5 jaar gevangenis, waarvan 11,5 maand voorwaardelijk en een proeftijd van drie jaren.

In  november dat jaar staan moedert en zoon tegenover elkaar bij het Tribunaal. Zoonlief had dienst genomen in het Duitse leger. Moeder was daar tegen, maar accepteerde wel het salaris dat de vijand overmaakte op haar rekening. Voor het Tribunaal bekende ze dat ze het geld goed kon gebruiken, omdat ze maar een klein pensioen had van haar vroeg overleden man.

Zoonlief was in het voorjaar 1945 gedeserteerd en ondergedoken. De moeder gaf de Grüne Polizei de naam van een vrouw die wist waar haar zoon ondergedoken had gezeten. Met als gevolg dat de eigenaar van het onderduikadres werd gearresteerd.

Straffen worden steeds lager

Hoe langer de oorlog afgelopen is, hoe lager de straffen. In november 1947 staat een politieman terecht die in de oorlog brigadecommandant was van de marechaussee in Nijverdal. Hij heeft naar zeggen in de oorlog een aantal Joodse onderduikers gearresteerd in het huis van J.H. Plomp in Hellendoorn.

“Dat was in december 1942 en de gearresteerde mejuffrouw H.J. van Dam, B. Posner en diens echtgenote zijn uitgeleverd aan de SD, naar Duitschland getransporteerd en vermoedelijk in een concentratiekamp om het leven gekomen.” In 1944 zou de marechaussee nog een arrestatie hebben verricht van een onderduiker.

Uit het krantenverslag van de zitting blijkt dat bij de arrestatie drie marechaussees aanwezig waren (Hendriks, Schone en Oostrom). Zij en andere getuigen worden uitvoerig ondervraagd. Daarbij komt naar voren dat een Joodse onderduiker kon ontsnappen, omdat een van de marechaussees een oogje toekneep.

Ook onderweg naar de kazerne in Nijverdal krijgen de gearresteerden de kans te ontsnappen. De drie marechaussees laten het echtpaar op hun verzoek het bos in gaan. Het paar komt echter terug met de boodschap dat ze het meisje niet in de steek wilden laten.

De informatie over de brigadecommandant die opdracht gaf tot de arrestatie wordt nog aangevuld met de mededeling dat hij regelmatig omging met NSB-ers en een abonnement had op Volk en Vaderland (de NSB-krant). De man komt er uiteindelijk vanaf met een boete van f 200,-. Reden voor die straf is dat men rekening hield met diens lange dienstverband en het feit dat hij ook veel goed dingen had gedaan.

Moordenaars van Herman Kampman gevonden

De Amsterdamse PRA komt in de laatste maand van 1947 naar buiten met een rapport over misdaden begaan door de “groep Bakker”, bestaande uit 26 leden van de Grüne Polizei. Zij misdroegen zich vanuit hun hoofdkwartier aan de Wierdensestarat in Almelo. De PRA arresteert zo’n 60 mensen en lost daarmee een groot aantal afschuwelijke misdaden in Twente op. Een daarvan is de moordpartij in Wierden, waarbij Hellendoorner Herman Kampman het leven liet.

Niet gestraft voor politieke uitlatingen

Niet iedereen die voor het tribunaal komt, wordt veroordeeld. Zo behandelt men in 1948 een klacht van een predikant die op bezoek was bij landbouwer R. uit Hellendoorn. Die had een zoon in Duitse dienst en was zelf lid van de Boerenraad en blokhoofd van de NVD  (de Nederlandsche Volksdienst). Hij zou grove politieke uitlatingen hebben gedaan. De landbouwer wordt daarvoor niet gestraft.   

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant