“Waarom duren die raadsvergaderingen dan zo lang? En gaat het altijd tegen elkaar? ” was de terechte vraag. Het antwoord is dat men niet alleen lief was voor elkaar, maar vooral ook probeerde het eigen partij-standpunt naar voren te brengen en zeker niet het achterste van de tong liet zien. Daardoor was het af en toe best wel saai.
Alleen de verstandhouding tussen Lokaal Hellendoorn en Samen Hellendoorn was een beetje ‘tricky’, maar dat bleef een beetje onder het oppervlak. Het idee dat interrupties wat vaker de standpunten op scherp zouden zetten, werd niet echt gehonoreerd.
Bij de discussie over een AZC bijvoorbeeld ging niemand in op het idee van veel partijen dat de zogenaamde ‘kleinschalige opvang’ van een paar centra voor max 50 asielzoekers eigenlijk een onhaalbaar idee is. Lees het rapport van b&w van vorig jaar april er nog maar eens op na.
Ook maakte niemand melding van het feit dat de raad indertijd bij het stellen van de kaders voor een AZC unaniem (dus met z’n allen) heeft ingestemd met een opvang voor 150-200 mensen. En dat van het nieuwe kabinet van ons wordt verlangd minimaal 200 asielzoekers op te vangen.

Over participatie (de rol van de burger) bij het nemen van beslissingen bleven de standpunten redelijk bij elkaar, terwijl er wel grote verschillen zijn. De VVD en Samen Hellendoorn waren daarin het meest duidelijk: soms zijn beslissingen nodig, die mensen niet of niet graag willen.
De organisatie van HierinHellendoorn had ervoor gekozen dat de lijsttrekkers het verschil moesten maken en niet met vragen en factsheets het debat te beïnvloeden. Er was alleen af en toe een tussenvraag om de discussie een wending te geven. De lijsttrekkers moesten zelf het debat vormgeven.
Ze kozen ervoor om in z’n algemeenheid lief te zijn. Opvallend was dat nieuwkomer Wever van de ChristenUnie zich goed profileerde, zich prima had voorbereid en op onderdelen een duidelijke mening liet horen. Dit in tegenstelling tot Hogenkamp van de Noaberschap Partij, die zich een bescheidener rol had aangemeten.
De kritiek op VVD-lijsttrekker Nijenbanning dat hij te vaak met de wethouderspet op (hij is nu wethouder) het debat voerde, was terecht, maar hij werd daar door zijn collega’s soms toe gedwongen. Maar veel moeite hadden de anderen daar niet mee, want er was niemand die hem daarop aansprak.
Het was interessant om te zien dat de mensen die nu in het college van b&w zitten (Nijenbanning en Dubbink) anders tegen zaken aankijken dan partijen die niet in het college zitten. Als het gaat om participatie (meedoen door burgers) zeggen zij bijvoorbeeld dat het soms nodig is door te pakken; ook als mensen het er niet mee eens zijn.
In het debat mocht elke lijsttrekker twee keer inbreken op een lopende discussie. Daar maakten ze niet allemaal gebruik van.
Het debat in ZINiN ging aan de hand van tien stellingen. Telkens twee lijsttrekkers gingen met elkaar in gesprek. Daarnaast mocht elke partij zich presenteren. Per stelling en presentatie hebben we een opname. Voorafgaand aan de discussie kon het publiek bij elke stelling aangeven of men het al dan niet eens was met de betreffende stelling.
Samenvattend komt het erop neer dat het een leuke avond was, maar of het debat het kiezen van een partij straks op 18 maart vergemakkelijkt heeft, is de vraag.






1 reactie
Alex
Op zich een prima avond maar wel een tip voor de presentatoren. Ipv aan de zijkant te gaan staan afwachten, waarom gingen jullie er niet tussen staan? Het is logisch dat lijsttrekkers hun eigen standpunten willen verdedigen maar volgens mij is het juist de rol van de presentator om de tegenstellingen te benadrukken en hiermee het debat op gang te helpen. Een gemiste kans denk ik, maar wellicht iets voor over 4 jaar om mee te nemen (als de huidige redactie dan nog actief is)