Churchill

Ook rond de tweede wereldoorlog gaan genoeg van die prachtige anekdotes die we wat mij betreft moeten vastleggen en bewaren. Van die heerlijke verhalen die keer op keer werden verteld en waarom vooral in de sombere tijden hartelijk werd gelachen. Tuurlijk zijn ze iets aangedikt, maar dat maakt ze nou net zo leuk!
Neem de vertelling van Jan Winkel uit Daarle. Hij stond aan het eind van de oorlog eens buiten te kijken naar de overrazende geallieerde vliegtuigen. Door het enorme gebrul van de vliegtuigmotoren leek het alsof vlak over hem heen vlogen. Hij was zo hevig opgewonden van al het overvliegende geweld dat hij zich af en toe zelfs bukte. Van de geringe hoogte waarop de toestellen vanuit De Piksen over hem heen scheerden raakte hij dusdanig in paniek dat hij zijn handen aan de mond zette en luidkeels riep: “Churchill…Churchill, niet leger… niet leger.”
Later, enigszins bijgekomen van de schrik, vertelde hij aan iedereen die het wilde horen: ”Die vliegtuung van Churchill gungen zo alderbassent leege, zie vleung bie oons onder ’n lich-droad deur!
Gedicht van Lotte Vrugteveen (13)
Lotte Vrugteveen uit Hellendoorn schreef, toen ze 13 jaar oud was, onderstaand gedicht bij de foto van haar oom die vlak voor de bevrijding (26 jaar) werd gefusilleerd door een vuurpeloton.
Vrij
Zwart op wit sta jij
lacht verlegen naar mij.
Overleefde de oorlog niet,
hoop dat jij mij ziet.
Vermoord,
om ras of soort,
door hen de grond in geboord.
Onjuist,
alles zo onterecht.
Je was nog maar net oud genoeg,
voor zo’n gruwelijk gevecht.
Getrapt,
tot je bloedde,
Alles deed je,
alles deed je voor het goede.
Een traan,
speciaal voor jou.
Want al dat vreselijks,
vergeet je niet gauw.

Verdriet,
want jij was jij,
Jij was uniek
en er nu niet meer bij.
Gestorven.
Voor vrijheid.
Alles ondenkbaar,
toen die tijd.
Tenslotte,
lieve oom,
hoop ik dat je het goed hebt,
net zoals wij.
En ik beloof je,
eerlijk zullen we alles delen,
want wij zijn vrij!
Oorlogsbijnamen
Ook in de oorlog kregen mensen bijnamen toebedeeld, vaak begonnen die met botter, suuker of zwarte, hetgeen te maken had met de gevarieerde ruilhandel die in die jaren plaatsvond. Zo kennen we bijvoorbeeld:
Botter Henk
(Henk Konijnenbelt uit Nijverdal), eigenaar van een manufacturenzaak ruilde in de oorlog ook wel kleren voor boter. Overigens werkte ook zijn broer Mannes in deze zaak, hij was het die eens een partij BH’s in de uitverkoop deed en erbij schreef: ‘voor een kwartje kunt u ze niet laten hangen’.
Belgen Jan
Jan Nijs (Nijverdal), vluchtte vanuit België naar Nijverdal toen de Duitsers zijn vaderland binnenvielen en de eerste wereldoorlog begon.
Spek Mans
Mannes Weertman uit Hellendoorn kreeg in ruil voor geleverde kleding wel eens een ‘zieje spek’
Poesie Mauw
S. een Nijverdalse NSB’er die miauwde als een kat als hij bij zijn nachtelijke omzwervingen teveel lawaai maakte.
Doom’n Mans
kwam in de oorlog bij een heftig bombardement op Nijverdal eens verstoord overeind van zijn werk, keek zijn doodsbange familieleden vragend aan en vroeg nietsvermoedend: “Zol ‘t onweern?”
’n Duutsen boch
Zo werd de scherpe bocht in de Toeristenweg nabij de Koningsbelten genoemd omdat zich daar tijdens de oorlog mannen voor de kabelwacht verzamelden, waarna ze op een aangewezen plaats de wacht moesten houden bij telefoonkabels.
Kippen Jantje
S. (Nijverdal), NSB’er, was in 1944 burgemeester van Hellendoorn, als opvolger van Witschey, maar volkomen ongeschikt voor die taak. Hij kreeg de bijnaam omdat hij in ruil voor een geslachte kip nog wel eens ‘wat wilde regelen’
Pleetonne (een waargebeurd verhaal)
In de Tweede Wereldoorlog moest je heel erg voorzichtig zijn met illegale zaken. Altijd en overal kon je door dorpsgenoten of omwonenden worden verraden. Dat ondervond een zekere Jan uit Marle ook, toen hij in het diepste geheim een schaap had geslacht. Een best schaap dat hem voor een paar maanden vlees zou verschaffen. Na de slacht werden alle stukken vlees secuur in een grote ton gepakt, een flinke laag vet er overheen en zo kon het kostbare eten een hele poos goed bewaard blijven. Nadat alle sporen van de slacht zorgvuldig waren gewist en het slachtafval diep in de grond was begraven, keek Jan nog even tevreden rond. Mooi gelukt, geen haan die ernaar kraaide.
Nou ja, geen haan…
Al een dag later stonden er een politieagent met een Duitse trawant op de stoep. “Aufmachen… huiszoeking!” En jawel hoor, binnen de kortste keren kregen ze de ton met vlees in de smiezen. Ze hadden gevonden wat ze zochten, duidelijk verraad. Zelfvoldaan tilden ze de ton naar buiten en schoven die behoedzaam in een kleine, groene vrachtwagen. De twee ellendelingen stapten zonder verder iets te zeggen in en reden kalm richting Hellendoorn.
“Och och och” jammerde Jan hoofdschuddend: “Daar gaan die smeerlappen met mijn goeie vlees.” Hij zat flink over de inbeslagneming in en was helemaal van slag. Al zijn heerlijke en voedzame vlees weg, naar de Moffen! Hij zag ze al zitten schransen, dat tuig. Aangeslagen viel hij neer op een stoel en prakkiseerde zich suf hoe hij zijn vlees terug zou kunnen krijgen.

Ineens kreeg hij een ingeving. Hij sprong op zijn fiets en jakkerde in hoog tempo naar het politiebureau. Een NSB-mispunt stond hem daar argwanende te woord: “Wat moet je hier?” blafte de landverrader.
Jan hield zich onnozel, zijn pet hield hij onderdanig in zijn handen en hij stotterde: eh… ja noh… eh… ze hebben m’n vlees in beslag genomen en daar wou ik het graag even met u over hebben.”
De NSB-er verschoot van kleur: nu zullen we het dan helemaal beleven; eerst clandestien slachten en er dan ook nog over komen zeuren?
“Ja noh” ging Jan onverstoorbaar verder: “Dat is anders niet zo erg, maar die ton wil ik wel graag terug hebben… want euh… dat is namelijk onze pleetonne!”
En verdomd het lukte! Diezelfde middag trok Jan met zijn ton vol vlees op een kar door Marle. Vergenoegd stapte hij op huis aan en keek triomfantelijk rond in de hoop dat de mensen hem zouden zien.
De vrede is van mij
Voor de viering van het 75-jarig bevrijdingsfeest in de gemeente Hellendoorn, werd een nieuw bevrijdingslied uitgebracht. Het lied vormde de afsluiting van de theatervoorstelling ‘wie bint vrie’, en werd gecomponeerd door Jan Niewold en Peter Deiman. De tekst is van ondergetekende en het wordt gezongen door Zoë Wolff. De historische beelden die erbij worden getoond zijn van Johan Huis in ’t Veld. Het bevrijdingslied is eenvoudig te vinden op YouTube, of te downloaden via Spotify.
Nazi Duitsland, holocaust, verzet, verraad, de blinde angst,
en de miljoenen doden, honger, deportatie, Auschwitz,
toen al het leven werd verwoest, Wir haben ‘s nicht gewusst.
Als enkel nog het wapen praat
gesteund door macht of wraak en haat
waar er geen rede wordt gehoord
en zoveel mensen zijn vermoord
Op de bodem van het leven
is het oorlog om ons heen
een dode stroom van bloed gegeven
zo gruwelijk gemeen
vrij, vrij, vrij, de vrede is van mij
vrij, vrij, vrij, die oorlog is voorbij

Ik hoor stemmen, ik moet vluchten
het is oorlog in mijn hoofd
ik moet vluchten voor die stemmen
maar mijn benen zijn verdoofd
In de verte zie ik leven
maar er is geen uitzicht meer
en dan twijfel ik heel even
want er is geen verte meer
vrij, vrij, vrij, de vrede is van mij
vrij, vrij, vrij, die oorlog is voorbij
In een leven zonder toekomst, geen ideaal meer overeind,
bevrijding kan er komen, hoop op vrede móet er zijn,
waar je vrede wordt gestolen, is het donker aan het eind,
raak niet verstrikt in nare dromen, stop de marteling en pijn.
vrij, vrij, vrij, de vrede is van mij
vrij, vrij, vrij, die oorlog is voorbij
Bedankt voor de bevrijding
dankjewel voor al uw moed
verslagen is die nazileiding
verdronken in een zee van bloed
Laat ons lachen, laat ons dansen
maar het is geen eerlijk feest
tussen alle bloemenkransen
mis ik toch de doden ’t meest.
Vrij, vrij, vrij, de vrede is van mij
Vrij, vrij, vrij, die oorlog is voorbij
Vrij, vrij, vrij,
het leven is van mij.





