‘t Vennetje: vuilbomen, gagel, ringslang, zonnedauw en heeel veel werk

De meeste Nijverdallers kennen ’t Gagelmansveentje wel. Ingeklemd tussen Meester Ponsteenlaan en Duivecatelaan in het Doktersbos. Iets ouderen herinneren zich het schaatsplezier en misschien nog wel het stukje tussendoor. Maar lang niet iedereen weet dat je daar vuilbomen groeien, net zoals gagel en zonnedauw. Dat er ringslangen broeden en je 45 soorten paddenstoelen kunt vinden.

Interessant? Deel het artikel

‘t Vennetje: vuilbomen, gagel, ringslang, zonnedauw en heeel veel werk

En dat er heel veel werk te doen is. En dan kom je op het domein van de Vennekearls. Een groep van zo’n man of tien die zich elke donderdag niet hoeft te vervelen, want er is vreselijk veel werk te doen. We lopen een rondje met ‘ploegbaas’ Gerard Huis in ’t Veld. Aan het begin van het werkseizoen is goed te zien wat er allemaal moet gebeuren.

Bramen, brandnetels en berken

Bramen, brandnetels en berken. Deze drie tekenen van teveel stikstof hebben hun sporen duidelijk achtergelaten in dit unieke veengebied. “Alles zou eruit moeten en worden zoals hier”. Hij wijst een plek aan die mooi schoon is en waar de heide paarsblauw bloeit. Al het gras weghalen is echter geen optie. Daarvoor ontbreekt de mankracht en is er te veel water, waardoor hei daar niet gaat groeien. Het blijft bij plekken.

Vanaf 2017 zijn de Vennekearls aan het werk als uitvloeisel van ‘natuurwerkdagen’ samen met de scouting. De groep is nu wekelijks aan het werk. Gratis en voor niks. Nou ja, niet helemaal. “We krijgen vijf euro voor de koffie”. In ruil daarvoor wordt er gezaagd, gerooid (alle gras moet worden afgevoerd), zwerfvuil opgeruimd.

“Gelukkig kunnen we water inlaten”

“We gaan eerst maaien. Het pad langs het water (foto) weer vrij maken. Dat is nu het belangrijkste.” Hoewel het pad veel gebruikt wordt, is het behoorlijk overgroeid. Ondanks de droogte staat er behoorlijk wat water in het veentje. Bijzonder, want het wordt niet gevoed door afwatering.

Een paar jaar geleden was het water bijna helemaal weg. Er werd een bedrijf ingehuurd die met tanks water kwam brengen. Dat werd te veel en te duur. Er kwam ’s nachts een slang over de Duivecatelaan om water aan te voeren vanuit de bron van de gemeente op sportpark Gagelman. Inmiddels is er een ondergrondse doorgang gemaakt. Zo kan men water inlaten.

Dat is wel nodig, want niet alleen verdampt er water en komt er niks bij als het niet regent; er zit ook een lek in de bodem. Water loopt daar langzaam in de bodem. “We weten waar de plek zit”.

Vleesetende zonnedauw

De peilstok (foto) aan de kant van het water geeft 9.10 meter boven NAP aan. “Veel te laag eigenlijk”. We gaan van het pad af en lopen het gebied in. Normaal mag dat niet, maar als je daar werkt is dat gewoon nodig. Op een nat-mossig stukje hoogveen komt de vleesetende zonendauw voorzichtig boven de grond.

Terug naar het pad wijst hij een vuilboom aan (foto). “Een van de ecologisch meest waardevolle planten in ons land. Wordt al eeuwen gebruikt voor allerlei doeleinden.” Wie het opzoekt komt een rij van andere namen tegen voor dezelfde boom: porkehout, bloedboom, pijlhout, Hondskers, Honzehout, sprokkel, Peggehout, duvelskeersj, houtjeshout, buskruithout, stinkboom.

Namen die meestal te maken met het (vroegere) gebruik. Kenmerk is dat de struik doorbloeit en bloemen en bessen levert. Bijen en vlinders zijn er gek op. Verderop groeit gagel. “We hebben dat geïmporteerd uit de Egbertsdijkvenen, want hier groeide het niet meer. We vonden dat je gagel moet kunnen vinden in het Gagelmansveentje.”

Uitgekomen slangeneitjes.

Ringslang broedt in ‘t veentje

Gerard wijst naar een -zo lijkt het- afvalhoop tegen de bomenrij. “Dat is een broeihoop waarin de ringslang z’n eitjes kan leggen. In zo’n hoop wordt het 25-30 graden. Dat is precies het aantal eieren dat een slang gemiddeld legt.” Hij haalt een doosje uit z’n zak met daarin een heel stel (uitgekomen) ringslangeitjes.

“Elk voorjaar leggen we nieuwe hopen aan en halen de oude leeg. We hebben tot nu toe al 48 uitbroedde eitjes gevonden.” De slangen blijven hier of trekken weg. “Af en toe komen we ze hier tegen. Weet je dat hier ook levend-barende hagedissen zitten? En zwarte spechten?”

Langs de vissende reiger (er zitten veel kikkers en padden) en een waterlelie (“die moet weg; anders is het hele ven straks waterlelie”) komen we bij de kop van het veen. Ook daar groeit zonnedauw (“er groeien hier twee soorten”) en staat de eiken Vennekearlsbank. Daar ontmoeten we de rest van de groep.

“Een plek om de aanhanger te stallen zou mooi zijn”

Trots poseren de mannen bij de onlangs gekregen aanhangerwagen waarin alle het gereedschap is opgeslagen. O ja, de mannen hebben nog een probleem. “We hebben nog geen plek waar we dat ding kunnen stallen. Ergens hier in de buurt zou mooi zijn, maar maakt eigenlijk niet zoveel uit. Als hij maar ergens kan staan. het hoeft niet voor niets.”

Beuk op landgoed Duivecate.

We lopen langs de natuurbegraafplaats naar de vroegere woonplaats van dokter Moquette, naar wie een laan is genoemd. Hij was het die het ‘doktersbos’ open stelde voor publiek. We mogen het erf op en een blik werpen op het huis en de omgeving. De bewoner (Peter Verburg) komt ons tegemoet. Hij is erg betrokken bij het wel en wee van het bos, dat inmiddels eigendom is van de gemeente.

Walnotenboom met een verhaal

We zien de hele oude, statige en reusachtige beuk in de achtertuin. Horen het verhaal van de walnotenboom. Duitsers wilden in de oorlog deze boom in beslag nemen om te dienen als materiaal voor geweerkolven. Toen ze later kwamen om hem om te zagen, had de eigenaar het land onder water gezet. Het was zo’n baggerbende geworden, dat het zaagplan in de prullenbak belandde.

Met tuinklauwen de graspollen eruit

De mannen van het veen zijn inmiddels druk bezig met het vrijmaken van het wandelpad. De tuinklauwen liggen klaar om de graspollen uit de grond te trekken. Die gaan in zakken en worden afgevoerd.

Een vrouw wandelt voorbij met de hond. Netjes aan de lijn. “Het gaat ons niet om de drollen die ze achterlaten, maar als die dieren hier loslopen, laten ze overal geursporen na. Dat schrikt reeën en andere dieren af. Er zijn hier best veel reeën. Vooral op het eiland. Daar zijn ze veilig.”

Zichtlijn vanuit het uitvaartcentrum.

Vanaf de plek waar de mannen aan het werk zijn loopt een zichtlijn over het hele veentje, tussen de bomen door naar de kerkzaal van het uitvaartcentrum. De Vennekearls hebben goede relaties met dat centrum. Men houdt het zicht goed op orde, plaatst en onderhoudt vogelhokjes. “Vorig jaar waren 12 van de 18 hokjes bezet”.

Behalve werken in de natuur rond het veentje houdt Gerard Huis in ’t Veld ook regelmatig rondleidingen. Als dat het geval is en er zijn geen diensten, loopt hij naar de achterkant van het gebouw om van daaruit naar het vennetje te kijken.

Door de jaren heen hebben de mannen veel kennis opgedaan van en over de natuur. Kennis die veel verder gaat dan zagen, wieden en rooien. “Wij zouden makkelijk met elkaar een flora- en faunaonderzoek of een beheerplan kunnen schrijven. Als dat nodig is, zou dat de gemeente een hoop geld kunnen besparen.”

We lopen langs de kant van de Ponsteenlaan terug. Daar groeien veel varens. “Op zich mooi, maar het wordt een beetje een mono-cultuur. Alles was daaronder groeit, verdwijnt. Daar moeten we dus ook mee aan het werk.“

Op het laatste stukje wijst Gerard de plek aan waar het lek in de bodem van het vennetje zit. “Een bedrijf heeft dat met radar kunnen lokaliseren. Dat moeten we dichtmaken, maar dat gaat geld kosten. Daar moeten we nog een potje voor vinden”

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

1 reactie

  • Goedendag,
    Wat jullie doen vind ik tof, zelf loop ik vaak met de camera rond om vogels en insecten te fotograferen. Waar ik me wel aan erger is dat bijna altijd rond het broedseizoen er allerlei activiteiten in het bos worden gehouden. Waarom moeten deze gasten van Wilgenweerd daar hun activiteiten houden. Merk gewoon dat er vogel soorten zijn verdwenen die paar jaar terug er nog waren. Zo jammer.
    Komend voorjaar maar weer eens in de gaten houden. Nog 1 ding, vind het geweldig dat er 5 soorten spechten daar voorkomen hoewel ik dit jaar de kleine bonte specht niet heb gezien.
    Wij gaan ook verder met zwerfvuil verwijderen, heren succes en wie weet sluit ik me bij jullie team aan.

Laat je reactie achter

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant