Door Ton Brinker
Wie het huis van Liesbeth Willemars en haar man Frank aan de Dorpsstraat in Hellendoorn binnenstapt, weet in één oogopslag dat hier geen alledaags leven wordt geleefd. Chinese kunst aan de muur, Aziatische kasten en een vrouw die Oostenrijkse kookworkshops geeft. “Mensen vinden mij bijzonder,” zegt ze schouderophalend. “Zelf vind ik dat teveel eer, maar ik snap het wel.”
Van Driebergen via Azië naar Hellendoorn
Liesbeth (bijna 65) groeide op in Driebergen, als dochter van een Oostenrijkse moeder en een Friese vader, die tijdens de oorlog als dwangarbeider naar Duitsland werd gestuurd. Haar moeder moest na de oorlog integreren in een land, dat met argwaan keek naar alles wat Duits klonk. “Ze wilde perfect Nederlands spreken. Jarenlang zei ze bijna niets, bang dat mensen haar accent zouden horen.”
Zelf studeerde Liesbeth in Utrecht tandheelkunde en rechten, maar die studies maakte ze nooit af. Niet door onwil, maar door haar levensinstelling; doen wat je leuk vindt. Voor Liesbeth betekent dat vooral met mensen bezig zijn. Zo rolt ze het werkend leven in bij Randstad Uitzendbureau, waar ze snel carrière maakt.
Met haar man Frank vertrekt ze begin 2000 voor zijn werk naar het buitenland. Eerst naar China, dan naar Japan en tenslotte naar Vietnam. Echte expatjaren met kleine kinderen in vreemde culturen. “We wilden avontuur. Nou, dat kregen we.“
Hellendoorn: opnieuw aarden in een andere cultuur
Na jaren buitenland kiest het gezin uiteindelijk voor Laren, omdat het zo lekker centraal ligt in het werkgebied van haar man. Maar wanneer Frank bij Bolletje in Almelo aan de slag kan, is een verhuizing naar Oost-Nederland onvermijdelijk. “We hebben een jaar lang op diverse vakantieparken gebivakkeerd, omdat we geen huis konden vinden. Telkens als we een bod uitbrachten werden we weer overtroefd.” Op een zeker moment kwam het huis aan de Dorpsstraat in Hellendoorn via Funda in beeld. Liesbeth lacht wanneer ze vertelt hoe ze het huis kochten: “We zijn gelijk naar de makelaar gerend en we boden ongezien. We waren er klaar mee, we moesten ergens wonen.”
Maar aarden in Hellendoorn blijkt anders dan ze gewend is. “Als je geen dialect spreekt, blijf je toch een beetje een buitenstaander,” zegt ze nuchter. Toch ziet ze vooral de positieve kanten: de veiligheid, de betrokkenheid, de manier waarop mensen voor elkaar klaar staan. “In het Westen zouden ze nooit met z’n allen je hond gaan zoeken als die wegloopt. Hier wel.”

De erfenis van een Oostenrijkse moeder
Liesbeth’s passie voor de Oostenrijkse keuken is haar met de paplepel ingegoten. Van jongs af aan helpt ze haar moeder, die in Nederland alle gerechten uit haar jeugd probeert te maken: apfelstrudel, nudels, kaiserschmarrn, flamkuchen. Jaren later, in China, waar weinig Westers eten te krijgen is, moet ze nogal improviseren. Dus bakt ze zelf broden, koekjes – én weer die Oostenrijkse gerechten. Liesbeth: “Toen realiseerde ik me pas echt wat voor bijzonder cadeau mijn moeder me heeft meegegeven.”
Wanneer Liesbeth in Nederland terugkomt, pakt ze fotografie op. Online begint ze foto’s van haar Oostenrijkse baksels te delen. Ze valt op en ze wordt benaderd door een Nederlandse uitgever, die een tijdschrift over Oostenrijk uitgeeft. Eerst voor foto’s, later voor recepten. Uiteindelijk vraagt de uitgever haar om een kookboek te schrijven. Eerst komt het Alpenkookboek, dan het Schnitzelboek. Ze verschijnt in Heel Holland Bakt, maakt een eigen podcast en geeft kookworkshops. Vooral die laatste worden steeds populairder. Zo populair dat ze denkt aan afschalen. “Het loopt een beetje uit de hand,” zegt ze lachend. “Soms staan hier twaalf mensen tegelijk in mijn Hellendoornse keuken. Het was nooit bedoeld als bedrijf. Het overkwam me.”
En nu? Het volgende avontuur?
Liesbeth denkt aan een derde kookboek: Het Groene Alpenkookboek, vol vegetarische Oostenrijkse gerechten – precies zoals haar moeder vroeger vaak kookte. Maar dan op z’n Liesbeth’s: met een knipoog en met humor.
In Hellendoorn heeft ze haar basis gevonden. Hier blijft ze doen wat ze altijd heeft gedaan: mensen verbinden, smaken delen – en een vleugje Oostenrijk brengen naar een dorp dat haar inmiddels heeft omarmd.





