Windstil weer. Na een paar sluiers in de morgen een stralende dag. De thermometer geeft 19 graden aan, maar het voelt veel warmer. De jas kan snel uit. Op het land mogen de koeien de laatste restjes gras eten voor de winterstal wacht. Schapen doen vrolijk mee. De mais wacht op de oogst.
Bomen beginnen te kleuren. Rood, geel, oranje, bruin. De eerste klachten over gevallen blaadjes zijn er al weer. De dahlia’s doen net of het nog zomer is. Zelfs de framboos geeft nog vruchten. Op de hei wachten de bosbessen als wintervoer voor de dieren. In de straten bonte kleuren.
De winterverlichting hangt klaar voor gezelligheid en straks de ijsbaan in Nijverdal. De zomer is voorbij. De caravan verkocht of naar de stalling.
Ja, en als je in het late zonnetje zit en wegdroomt, schuift langzaam Johanna van Buren in het beeld. Wat kan zij het mooi zeggen!
Krönnenzommer
Krönnenzommer, teumt nog effen,
Oewen glaans is oons zoo leef.
’t Leste bettien, det oons van
de Grote wealde oaverbleef.
Krönnenzommer, gauw kump ’t scheiden,
Van den riekdom en dén fleur
Noew goa-w nog zoo ingelukkig
Oewe lichte daege deur.
Nog siert volop ’t greun de beume,
Al is ’t eerste mooi vergoan.
Wegend’ weer hef eankelt ene ’t
Kleurenkleed al an edoan.
Nog bleuit dahlia’s en rozen
Met nen fellen, laeten glood,
Iiesterkrallen, rozenwepen
Hangt as hete droppels blood.
Nog geet zunne oaver ’n akker
En oons warm de rugge langs,
Löt oons achterumme zeen en
Maakt weer wakker ’n oald verlangs.
Krönnenzommer, net of harfstied
Ginder oew te wenken steet.
Krönnenzommer, teumt nog effen,
Nog neet hengoan, toe, nog neet.



















1 reactie
Rob de Bruyn
Wat een heerlijk stukje met dat prachtige gedicht. Je komt ervan tot rust. Ook door de mooie herfstfoto’s, die naadloos aansluiten bij Johanna van Buren.