Een avond vol streektaal, muziek, humor en warme waardering
In de middeleeuwse dorpskerk van Hellendoorn, door Johanna van Buren in haar gedichten zo vaak bezongen als de n oaln griezen, is vrijdagavond 8 mei de Johanna van Buren Cultuurprijs uitgereikt aan acteur, schrijver, regisseur en theatermaker Laurens ten Den. Het werd een avond waarin de streektaal niet alleen werd geëerd, maar vooral ook volop leefde: in woorden, muziek, dans, humor en ontroering.

De keuze voor de Hellendoornse dorpskerk kon haast niet passender. Johanna van Buren, geboren in Hellendoorn in 1881, gaf met haar gedichten in het Helders, een Sallandse variant van het Nedersaksisch, stem aan het gewone leven, de natuur, het dorp en de mensen om haar heen. Haar taal was dicht bij huis, maar haar zeggingskracht reikte veel verder. Dat juist in deze kerk, midden in haar geboortedorp, de prijs werd uitgereikt aan Laurens ten Den, maakte de avond extra bijzonder.
De presentatie was in handen van André Emanuel, die met veel humor en vaart de bezoekers door het programma leidde. Natuurlijk stak hij uitvoerig de loftrompet over het leven en werk van Ten Den. Zelfs Donald Trump mengde zich, althans voor even, in de avond: een telefoontje van de voormalige Amerikaanse president bracht Emanuel kortstondig in verwarring. Trump vond namelijk dat de prijs eigenlijk aan hem had moeten worden toegekend. Het zorgde voor een vrolijk moment in een avond die toch al ruimhartig gevuld was met een lach.
Een gedicht van Johanna van Buren mocht uiteraard niet ontbreken. Annet Tigchelhof-Stokkers droeg het toepasselijke gedicht Fees voor. Daarmee klonk de stem van Johanna zelf als het ware weer even door de kerk. Haar werk, ooit wekelijks gelezen door een groot publiek in het Twentsch Zondagsblad, blijft voor velen herkenbaar: warm, precies, dichtbij en vaak met een diepere laag onder de eenvoudige woorden.
Ook muzikaal was er veel te genieten. Het Hellendoornse ensemble VanJansen bracht a capella prachtige stukken ten gehore, uiteraard in het plat. De stemmen vulden de kerk op een manier die goed paste bij de sfeer van de avond: ingetogen waar het kon, krachtig waar het mocht.

Daarna werd de kerk letterlijk in beweging gebracht. De Malletband van muziekvereniging Juliana uit het naburige Den Ham gaf een wervelende show tussen de kerkbanken. Even later was het de beurt aan Dansgroep Noabers, die met dans een extra feestelijke kleur aan de bijeenkomst gaf.
De voorzitter van de prijsuitreikende stichting, Harry Grooters, hield een bevlogen lofrede op Laurens ten Den. Hij prees diens veelzijdigheid en betekenis voor de Nedersaksische taal en cultuur. Ten Den spreekt, zingt, schrijft, speelt en regisseert in de streektaal en weet daarmee een breed publiek te bereiken.
Hij werd onder meer bekend door zijn rol als Hein Bode in Van Jonge Leu en Oale Groond, maar werkte ook als schrijver, eindredacteur en theatermaker aan uiteenlopende producties. Van Shakespeare tot boerenrevue, van televisie tot openluchtspel: steeds opnieuw weet hij de taal van deze streek een volwaardige plek te geven.
De prijs werd uitgereikt door Sylvia Andringa, actrice en regisseur van het theatergezelschap King’s Men waar Laurens ten Den deel van uitmaakt. Daarmee kreeg Ten Den een plaats in een indrukwekkende rij laureaten. Eerder ontvingen onder anderen Willem Wilmink, Herman Finkers, Bennie Jolink, Daniël Lohues en Johanna ter Steege de Johanna van Buren Cultuurprijs.

Voor Laurens ten Den heeft de prijs een bijzondere betekenis. Hij groeide op in Haarle, aan de voet van de Sallandse Heuvelrug, en woont inmiddels al lange tijd in Enschede. Zelf omschrijft hij het verschil tussen Sallands en Twents graag als het verschil tussen thuus en bie hoes: Haarle is waar hij vandaan komt, Enschede is waar hij thuis is geraakt.
De streektaal noemt hij de taal van het hart. Dat hij juist de Johanna van Burenprijs ontvangt, voelt voor hem als het rondmaken van een cirkel. Thuis werden vroeger de gedichten van Johanna van Buren hardop gelezen. Nu wordt hij zelf geëerd voor zijn bijdrage aan de taal en cultuur die hem gevormd hebben.
De avond kreeg nog een verrassend slot met een optreden van cabaretière en columniste Nathalie Baartman. Daarna sprak Laurens ten Den zelf een dankwoord uit. Daarmee eindigde een feestelijke, warme en goedgevulde avond waarin duidelijk werd dat het Nedersaksisch niet alleen iets is van vroeger, maar springlevend blijft zolang mensen het spreken, zingen, schrijven, spelen en doorgeven.
De Johanna van Buren Cultuurprijs wordt eens in de drie jaar toegekend aan iemand die zich inzet voor de streekcultuur in Oost-Nederland en daarbij een uitstraling heeft die verder reikt dan de eigen regio. Met Laurens ten Den heeft de prijs opnieuw een winnaar gevonden die de streektaal niet bewaart onder een stolp, maar haar volop laat klinken op het toneel, op televisie, in muziek en in verhalen.
In de oaln griezen van Hellendoorn werd vrijdagavond niet alleen een prijs uitgereikt. Er werd gevierd dat streektaal leeft. En dat zij, net als in de gedichten van Johanna van Buren, nog altijd mensen weet te raken.





