De raad nam er de hele avond de tijd voor; de dreigende sluiting van de Jan Barbierschool aan de Ommerweg. Diverse deskundigen van buiten de raad, ervaringsdeskundige van elders en een ouder kregen het woord.
Vooral het succesverhaal van het behoud van een (te) kleine school in Loo Bathmen en de toelichting van de advocaat die de ouders daarbij hielp, trok de aandacht van de raad. “Zie je wel dat het kan”, glimde in de ogen. Ook de opmerkingen in het betoog van een ouder dat er haalbare alternatieven zouden zijn, werden genoteerd.
De vraag is of het op dit moment nog reëel is een ander weg in te slaan met de Jan Barbierschool. Iets, dat overigens alleen kan als de stichting IKT meedoet. Op de vraag uit de raad: “Is het vijf voor twaalf of vijf over twaalf?” was het antwoord van de ouder: “Tien over twaalf”.

Uit de betogen en de vragen vanuit de raad kan de conclusie getrokken worden dat Ieder Kind Telt bewust of onbewust steken heeft laten vallen in de besluitvorming. Ouders lijken niet te zijn geraadpleegd. Onderzoeken zouden niet gedeeld zijn.
Wat in de bijeenkomst ook duidelijk werd gemaakt is dat het veranderen van de school in een buurtgebouw of nieuwbouw daarvan niet betekent dat de sociale functie van de school behouden blijft. “In een buurtgebouw moet je activiteiten organiseren en dan maar afwachten of er iemand komt”.
“Nu zien ouders elkaar een paar keer per dag bij de school en dat is voor de leefbaarheid en sociale samenhang van groot belang”, werd gesteld. Dat bij een fusie met de Marliaantjes de ouders elkaar nog steeds een paar keer per dag blijven zien, kwam overigens niet ter sprake.
Tegenover de wens van de (meerderheid van de) raad staat de wethouder, die namens het college opnieuw moest aangeven dat de gemeente geen partij is bij de sluiting van de school. Dat is de bevoegdheid van de schoolstichting, van IKT.
Het enige dat de gemeente kan doen is reageren op de ‘fusie effect-rapportage’ waarin staat beschreven wat de gevolgen zijn van een fusie van in dit geval de Jan Barbierschool met de Mariaantjes in Marle. “En in die reactie nemen we zeker het gevoelen van de raad mee. Dat moet u geloven op mijn groene ogen”, zei wethouder De Waard.

De raad gaf aan dat men wel graag zou willen meepraten over de inhoud van die reactie. Dat zegde de wethouder niet toe. Omdat werd aangekondigd dat in de eerstkomende raadsvergadering (10 juni) men met een motie zal komen, zei wethouder De Waard dat zij met het versturen van de reactie zal wachten tot na die dag.
“Wat doet u, wethouder, als de motie waarin staat dat de school behouden moet blijven, wordt aangenomen?” Net als in de vorige vergadering waarin de Jan Barbierschool aan de orde kwam, zei de wethouder opnieuw dat zij niet de bestuurder van de school is. Als de raad zo’n motie aan neemt wil ze wel graag daarbij de opdracht die ze moet uitvoeren.
Het was een bijeenkomst vol emoties; bij de een meer gemeend dan de ander. Duidelijk is wel dat iedereen voorstander is van het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de buurtschappen. In een brief aan Plaatselijk Belang Egede-Hancate-Rhaan heeft het college dat ook duidelijk aangegeven.
Men schrijft: “Wij begrijpen dat het fusievoornemen en de mogelijke gevolgen voor het gebouw zorgen oproepen. De toekomst van een basisschool raakt niet alleen aan onderwijs, maar ook aan de sociale samenhang en leefbaarheid in het gebied.”
“Wij zijn bereid om samen met Plaatselijk belang, de school en andere betrokkenen te kijken naar een goede oplossing voor het gebouw en de gemeenschap. De eerste contacten met de werkgroep die actief aan de slag gaat met de toekomstige invulling van het gebouw zijn gelegd.”
“We vinden het belangrijk om dit op een zorgvuldige en open manier te doen. Daarbij willen we samen bekijken wat er mogelijk is voor het gebouw en andere voorzieningen in het gebied.”
“Als de fusie doorgaat en de locatie van basisschool Jan Barbier per 1 augustus 2025 wordt opgeheven, dan komt het gebouw terug in eigendom bij de gemeente. Wij zijn vanaf dat moment verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer.”
“Bij het bepalen van die toekomstige functie betrekken wij graag de omgeving en lokale gemeenschap. De inzet is om samen te kijken welke rol het gebouw kan blijven vervullen voor de gemeenschap — met oog voor de leefbaarheid in het buitengebied.” Wethouder Dubbink, die gaat over het platteland, deelde mee dat het maken van een ‘dorpsplan’ door de mensen zelf aan de orde is.






1 reactie
Bennie schrijver
Gymzaal met toilet ruimte buurthuis maken. Rest senioren woningen en starterswoning