Sinds 2024 zijn bouwers verplicht maatregelen te nemen om de uitstoot te beperken. De gemeenteraad vroeg eind 2024 aan het college om aansluiting bij het landelijke convenant te onderzoeken.
Dat onderzoek wees uit dat deelname voordelen heeft: het convenant geeft duidelijke kaders en helpt om voorbereid te zijn op strengere regels die vanaf 2030 en 2035 gaan gelden. Ook aannemers reageren positief. Vooral als het gaat om licht materieel dat al vaak schoon kan werken.
Hogere kosten en meer werk
Toch is deelname niet zonder gevolgen. Het vraagt extra inzet van de gemeente bij vergunningverlening, aanbestedingen en handhaving. Bovendien zijn de kosten hoger, zeker zodra ook zwaar materieel uitstootvrij moet worden ingezet. Het rijk heeft wel een subsidieregeling, maar die dekt slechts een deel van de extra uitgaven.
Kanttekening: het moet dus wel kunnen
Met dit besluit kiest Hellendoorn voor een stap in de goede richting, maar de vraag is of de gemeente en lokale bouwbedrijven de extra kosten kunnen dragen. Schoon bouwen is noodzakelijk voor klimaat, natuur en luchtkwaliteit, maar het mag niet leiden tot vertraging of onbetaalbare projecten. Het succes hangt dus af van voldoende steun vanuit Den Haag én realistische fasering in de praktijk.
Wethouder Egbert Nijenbanning benadrukt dat het convenant een groeimodel is: “We beginnen met eisen voor licht emissieloos materieel en bouwen dit de komende jaren verder uit. Zo houden we ruimte om te leren en ervaring op te doen.”
Een belangrijke voorwaarde voor schoner te bouwen is elektriciteit. En dat is op veel plekken een probleem. Het kost een bouwbedrijf nu al heel veel moeite om bouwelektriciteit te krijgen. Laat staan als het gaat om nog veel grotere hoeveelheden stroom.





