De provincie Overijssel heeft het voortouw genomen bij de ontwikkeling van windenergie in de regio. In februari 2024 werd gestart met de projectprocedure voor Energiepark Daarle: een windpark met vijf tot zeven windturbines tot 280 meter hoog, ten westen van de N751, op het grondgebied van Hellendoorn en Wierden. Tegelijkertijd is er een vergelijkbaar plan voor drie turbines langs het riviertje de Stouwe, tussen Daarle en Daarlerveen. De betrokken initiatiefnemers hebben sindsdien gewerkt aan de planvorming en de omgeving betrokken via participatie. De eerste officiële stukken – het Participatieplan en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) – lagen van 3 april tot 14 mei 2025 ter inzage.
De plannen leiden tot veel onrust in de lokale gemeenschappen. Gemeenten als Hellendoorn, Wierden en Twenterand uiten kritische geluiden, terwijl de actiegroep Tegenwind DHDW (Daarle, Hoge Hexel, Daarlerveen, Wierden) en Raalte zich krachtig verzet. Op hun Facebookpagina klinkt felle taal:
“We willen deze lelijkerds niet op de grens van onze gemeenten. Windmolenwaanzin moet NU stoppen. Er is géén draagvlak voor industriële turbines van meer dan 200 meter die het landschap domineren en de gezondheid aantasten.”
Gezondheid als belangrijkste bezwaar
Volgens Martin Kremer, woordvoerder van Tegenwind Daarle, zijn de gezondheidsrisico’s de belangrijkste reden voor verzet. De groep is niet tegen duurzaamheid, maar pleit voor alternatieve locaties zoals het industrieterrein ’t Lochter in Nijverdal of andere vormen van energie zoals kernenergie. Wat hen steekt, is dat overheidsinstanties zoals het RIVM volgens hen te rooskleurige rapporten hanteren, terwijl andere studies met serieuze zorgen over gezondheid genegeerd worden. Kremer vindt dat er méér en objectiever onderzoek moet komen voordat windturbines in bewoond gebied worden geplaatst.
Organisaties zoals NLVOW (belangenvereniging voor omwonenden) en WindWiki verzamelen onderzoek en signalen van artsen en wetenschappers die wijzen op risico’s. Lokale groepen zoals Tegenwind maken dankbaar gebruik van die informatie. De discussies zijn vaak technisch en lastig te volgen voor leken.
Geluidsoverlast en slaapverstoring
Windturbines veroorzaken verschillende soorten geluid, waaronder zoevende en zwiepende geluiden, maar ook laagfrequent geluid dat vaak niet hoorbaar is. Er werd eerder gesteld dat hogere turbines minder geluid produceren, maar volgens Tegenwind klopt dat niet. Hoe hoger de turbine, hoe meer luchtverplaatsing – en dus ook meer geluid.
De afstand tot woningen is een punt van discussie. In Denemarken geldt een minimale afstand van 2 kilometer. In Nederland ontbreekt een vaste norm en wordt vaak tweemaal de tiphoogte aangehouden. Dat kan minder dan 500 meter betekenen.
Volgens verschillende onderzoeken kan geluidsoverlast leiden tot verstoring van de diepe slaap, waardoor lichamelijk en psychisch herstel wordt belemmerd. Op lange termijn kan dit bijdragen aan hart- en vaatziekten, hoge bloedsuiker, obesitas, angst en depressie. Een studie vermeldt dat 79% van de mensen die binnen 500 meter van een turbine wonen slaapstoornissen ervaart.
De Nederlandse geluidsnorm van 47 Lden wordt als te hoog en onvoldoende onderbouwd beschouwd. Volgens artsen op WindWiki zou een norm van maximaal 20 dB binnenshuis voor laagfrequent geluid medisch verantwoord zijn, maar zo’n norm ontbreekt. Hierdoor voelen omwonenden zich onvoldoende beschermd.
Schadelijke stoffen en milieu-impact
Windturbines worden gemaakt van diverse materialen, waaronder staal, beton, koper, aluminium en zeldzame aardmetalen. De bladen bevatten epoxyhars met Bisfenol A – een stof die door de EU is verboden in voedselverpakkingen vanwege schadelijke effecten op vruchtbaarheid, het immuunsysteem en de hormoonhuishouding, zelfs bij lage concentraties.
De bladen zijn blootgesteld aan zware belasting zoals wind, hagel en temperatuurverschillen. Hierdoor slijten ze en komen er microplastics in de directe omgeving terecht – met onbekende langetermijneffecten op milieu en voedselketen. In landbouwgebieden, zoals in Daarle en Daarlerveen, kan dit materiaal via sloten en weilanden terechtkomen in drinkwater of melk. Dit is extra zorgwekkend omdat het gebied een waterwingebied is.

Effect op dieren
Volgens Tegenwind zijn er ook gevolgen voor de natuur. In het Bruineveld, vlak bij het geplande windpark, leven beschermde vogels zoals de blauwe kiekendief en de kraanvogel. In Nederland sterven naar schatting jaarlijks 50.000 vogels door botsingen met windmolens. De draaiende wieken vormen een barrière voor trekvogels en kunnen rust-, voedsel- en broedgebieden verstoren.
Er zijn wel maatregelen, zoals het zwart verven van rotorbladen of systemen die vogels detecteren en turbines tijdelijk stilzetten. Maar in de praktijk worden die zelden toegepast.
Slagschaduw en psychologische effecten
Slagschaduw – de bewegende schaduw van draaiende wieken – kan hinderlijk zijn, vooral bij direct zonlicht. In Nederland mag een woning gemiddeld maximaal 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten per dag worden geraakt. In Duitsland geldt een veel strengere norm van maximaal 8 uur per jaar. Gemeenten kunnen zelf regels stellen om overlast te beperken.
De psychologische impact van slagschaduw en hinderklachten wordt soms gebagatelliseerd. Tegenstanders voelen zich niet serieus genomen wanneer klachten worden afgedaan als ‘subjectieve hinder’. Dat leidt tot verdere frustratie en wantrouwen richting overheid en projectontwikkelaars.
Veiligheidsrisico’s
Windturbines kunnen bij extreem weer of materiaalmoeheid gevaar opleveren, bijvoorbeeld door vallende onderdelen of blikseminslag. Daarbij komt dat het projectgebied onder een laagvliegroute van Defensie ligt. De kans op dodelijke ongevallen moet volgens de normen kleiner zijn dan 1 op de 1.000.000 per jaar. Bij vergunningaanvragen worden deze risico’s beoordeeld door gecertificeerde experts. Als dit onvoldoende gebeurt, kan de Raad van State een vergunning alsnog vernietigen – zoals in 2024 gebeurde bij een project in Harderwijk.
Framing en beeldvorming
Naast technische en juridische discussies speelt framing een grote rol. Tegenstanders voelen zich weggezet als “niet-in-mijn-achtertuin”-types of “klagers”. Zulke uitspraken beïnvloeden het debat en kunnen bijdragen aan polarisatie. Ook wetenschappers maken zich hieraan schuldig, door klachten over gezondheid of hinder te minimaliseren of in twijfel te trekken.
Voorstanders noemen hinder “binnen de norm”, terwijl tegenstanders spreken van ernstige inbreuk op hun leefomgeving. Wie wel meepraat in participatieprocessen wordt soms geacht later te zwijgen; wie zich afzijdig houdt, wordt verweten geen recht van spreken te hebben.
Conclusie
De discussie over windturbines in Daarle en omgeving is fel en veelomvattend. Gezondheidszorgen, milieu-impact, geluidsoverlast en het gevoel van onvoldoende gehoord worden, zorgen voor grote weerstand. Zolang de normen niet worden aangepast en bezwaren niet serieus worden genomen, blijft de maatschappelijke onrust bestaan.





