Een spoor van dood en vernieling op 22 maart 1945

80 jaar Vrijheid betekent extra aandacht voor WOII. Aan de gemeente Hellendoorn gaat de oorlog zeker niet zonder meer voorbij. Dit artikel is deel 4 uit een serie van vier artikelen over de oorlog in onze gemeente. Op 22 maart 1945 barst in Nijverdal de hel los. Zware bombardementen kosten 73 mensen het leven.

Interessant? Deel het artikel

Een spoor van dood en vernieling op 22 maart 1945

Nijverdal wordt op donderdagmiddag 22 maart 1945 zwaar getroffen. Maar liefst 18 Amerikaanse Mitchell bommenwerpers voeren drie maal een aanval uit op het centrum van het dorp. Het is de vijftiende keer dat bommen vallen op Nijverdal.

Doelen zijn nu de gereformeerde school die dient als munitie-opslag en de militaire telefooncentrale aan de Rijssensestraat. Wrang is dat een groot deel van de munitie een paar dagen voor het bombardement naar Rijssen is verhuisd.

De drie aanvallen laten een spoor van dood en vernieling achter. Uiteindelijk overlijden 73 Nijverdallers door het bombardement en is nagenoeg het hele centrum getroffen of zelfs helemaal verdwenen. Ooggetuigen melden nog nooit zo iets verschrikkelijks te hebben meegemaakt. Overal brand, ontploffingen, schreeuwende mensen, paniek, doden op straat, mensen met afgerukte ledematen.

Hoe kan het dat zoveel mensen verongelukken? Inwoners van Nijverdal zijn gewend aan overvliegende bommenwerpers. Honderden keren gebeurt dat in de oorlog. Vandaar dat op 22 maart 1945 niemand vlucht als er vliegtuiggeronk klinkt. Tenminste, dat vermoedt de heer H. Hemmink, directeur van het Gemeentelijk elektriciteitsbedrijf (GEB), die in die tijd een dagboek bijhoudt.

In het boek “Stampende laarzen” citeert schrijver Willem Poorterman Hemmink die schrijft dat het gebied tussen de Mensinkweg en boer Nahuis aan de Koersendijk (Bowlingboerderij) tijdens de drie raids getroffen wordt door honderden bommen. 

Marietje Jannink

Herinnering van Marietje Jannink

Marietje Jannink woonde in die tijd aan de Grotestraat tegenover De Budde. Zij vertelt in 2014: “Kwam Dinie Alferink na het eerste bombardement vragen of we haar man Theo hadden gezien. Ze was heel ongerust. Toen wij zeiden dat we hem niet hadden gezien, ging ze hem zoeken. Even later het tweede bombardement. Dinie en Theo allebei dood.”

Herinneringen van Henk op den Dries

Henk op den Dries maakt dit alles mee als toeschouwer. Hij schrijft later: “De dag van 22 maart 1945 begon als een prachtige dag. Plotseling en zonder waarschuwing begon er een huilend geluid uit de heldere blauwe lucht naar beneden te komen in een fluittoon die hoger en hoger werd en tenslotte over ging in een paar daverende ontploffingen. Ik had dat geluid al wel eens eerder gehoord toen ik in het bombardement bij mijn vriend Dirk was. Dus ik wist direct dat er een bomaanval gaande was en dekking moest zoeken. “

“Mijn broer en ik lagen eensgezind tegen de muur te wachten op de dingen die komen. Ongeveer vier huizen van ons af stond de hele straat in de brand en het eerste wat wij zeiden was.” Wij moeten daar naar toe om te helpen met brand blussen!” Maar Hans die een beetje nuchterder was zei tegen ons: “Daar is de brandweer voor. Die mensen hebben ervaring en weten wat zij doen.”

“Het was een donderend, rommelend geluid dat je hoofd bijna uit elkaar scheurde”

“Deze woorden hebben ons zo goed als zeker het leven gered want nog geen vijf minuten later hoorden wij een vliegmachine hoog in de lucht en toen voor de tweede keer het gierende geluid van andere series bommen. Wat er daarna gebeurde is met geen pen te beschrijven.  Ze zeggen wel eens dat de hel was losgebroken (ik weet niet hoe de hel is) maar ik weet wel dat ik voor die tijd nooit zoiets had gehoord en na die tijd ook nooit weer. Het was een donderend, rommelend geluid dat je hoofd bijna uit elkaar scheurde en ik dacht op dat moment zeker dat mijn einde gekomen was.”

De gebroeders Op den Dries. Boven Henk en Adolf. In de kar Dik en Bertus. Voor Jantje Schipper en Johan op den Dries.

“De hele omgeving golfde op een storm van geluid en het was alsof het een eeuwigheid duurde terwijl het in werkelijkheid misschien vijf of tien minuten geduurd heeft. Dat waren waarschijnlijk de vreselijkste minuten in mijn leven! Na afloop liep ik met gonzende oren naar buiten om te zien of ik ergens kon helpen en wat ik toen gezien heb was het ergst wat ik in mijn hele leven gezien heb.

“Moeder, moet ik nu dood gaan?

“Voor ons huis bij de zogenaamde molensteen lag een buurjongen met een open gescheurde buik. Hij hield met zijn eigen handen zijn buik dicht omdat anders z’n ingewanden uit zijn lichaam zou rollen. Zijn moeder had haar armen om hem heengeslagen en deze jongen die iets ouder was dan ik huilde met een klagelijk geluid. “Moeder moet ik nu dood gaan?”’

“Dit was vreselijk om aan te horen en ik stond machteloos er bij terwijl het moedertje mij vertelde dat ik maar door moest gaan want hier was niets meer te helpen. Dit was de zelfde vrouw die de Jood Jan van een zekere dood had gered en je vraag je zelf af “Waarom moet juist deze vrouw zo veel lijden?”

“Maar dit was nog maar het begin. Een einde verder op vond ik een dochter en haar verloofde. Het meisje was een kind van deze zelfde vrouw. Dit paar stond dicht voor haar trouwdag en ik vond haar en haar toekomstige man op een plek waar ze door de luchtdruk in een beukenhaag waren gedrukt.”

Het illegale blad Trouw is de enige krant dat melding maakt (op 30-3-1945) van de bombardementen en dan ook nog zijdelings.

“Haar zusje is nooit meer terug gevonden

“Ze lagen daar net alsof ze in bed lagen met dit verschil dat ze allebei dood waren. Ook hier kon ik niets doen. Een eindje verder vond ik een meisje van ongeveer elf of twaalf jaar. Ik kende haar wel goed. Ze had bijna geen gezicht meer. Haar zusje is nooit weer gevonden. Ook zijn haar beide ouders omgekomen op deze rampzalige dag.”

“Zover was alles wat ik gezien had buiten bereik van enige hulp dus liep ik maar weer verder en ontmoette daar mijn broer die met mij aan het strovlechten was geweest. Alsof het zo wezen moest kwam op dezelfde tijd mijn oudste broer uit het midden van het gebombardeerde gebied Hij sleepte een jonge man met zich mee die schijnbaar gewond was.

“Mijn oudste broer vertelde ons dat wij deze man buiten gevaar moesten brengen en dat hebben wij toen gedaan. Mijn broer ging direct terug naar het gebombardeerde centrum om anderen te helpen als dat mogelijk was.”

“Dit is geen oorlog meer maar  dit is genocide”

“Mijn andere broer en ik brachten deze man naar een jonge dokter die een eind van het gebombardeerd gebied bezig was om gewonden te helpen. Niet dat hij veel kon doen in de eerste ogenblikken want hij was ook helemaal loverstuur en bleef maar steeds herhalen met de zelfde woorden. “Dit is geen oorlog meer maar  dit is genocide.”

“De bommen die waren uitgeworpen zorgden voor een totale verwoesting. Dat ze zo iets hebben willen gebruiken tegen een weerloze bevolking zal altijd wel een raadsel blijven. Ik begrijp het tenminste niet. Het word nog vreemder als je in overweging neemt dat er bijna geen Duitsers meer in de omgeving waren. Er heeft een verhaal de ronde gedaan (of dit waar is weet eigenlijk niemand) dat de ondergrondse doorgegeven had dat er een Duitse telefooncentrale was in een klein gebouwtje.“

“In dat gebouwtje hebben veel jonge mensen hun leven verloren. Er was een klein nauw gangetje tussen dit gebouwtje en het huis dat er naast stond. Een stuk of negen jonge mensen hebben geprobeerd om in dat gangetje te vluchten toen de tweede lading bommen naar beneden kwam. Ze hebben daar allemaal de dood gevonden.”

“Alles was een grote chaos van verdriet en ellende

“Mijn neef (een zoon van oom Henk) was daar ook bij en ook de verzetsman die bij de familie van mijn vriend Dirk onderdak had gevonden. Ze waren allemaal in de bloei van hun leven en lagen daar verspreid als stukken in een genegeerd schaakspel. Alles was een grote chaos van verdriet en ellende. De doden werden naar een school gebracht om een eventuele uitbraak van besmettelijke ziekten te voorkomen.”

“Gelukkig waren er geen van ons huisgezin bij en dat mag wel een wonder heten want wij waren met twaalf personen en die waren op deze rampzalige dag over het hele dorp verspreid. Dat was dus een kleine vertroosting in al deze ellende. Ons huis was wel zwaar beschadigd maar wij leefden allemaal nog. Het lijden en het verdriet om ons heen was bijna niet om aan te zien.”

“Ons huis was helemaal beschadigd want een luchtmijn was bij ons achter in het land gevallen. Dat had zo’n groot gat gemaakt, dat wij ons hele huis er in hadden kunnen begraven. Geen wonder dat wij niet erg rustig bij de buurman in de waskamer hadden gelegen want dit moet een hele kanjer zijn geweest.”

Met een boerenwagen naar Den Ham

“Bij ons was er geen pan meer op het dak en wij werden uitgenodigd om de nacht bij Alberts familie door te brengen. Vader en moeder zijn de volgende dag met een boerenwagen met sommige van onze bezittingen naar een neef in Den Ham vertrokken. Mijn broer en ik moesten nog een dag of

wat achter blijven en we moesten proberen het dak een beetje dicht te maken met planken en zeildoeken en als het nodig was met kartonnen dozen.”

“Een gevaar dat je niet zien kunt is overdraagbaar. Ik zou het later in Den Ham weer ondervinden toen de Canadezen met zwaar geschut over het huis waar wij waren. Die keer werd ik ook bijna dol van angst want ik kon het gevaar niet zien aankomen. Dit is mij nog jaren bijgebleven. “

“Ons dorp werd beangstigend stil na dat laatste bombardement. De meeste mensen waren ergens anders naar toe getrokken en het was zo stil dat zelfs de vogels en de andere dieren hun normale activiteit gestaakt hadden. Wij konden een deur horen slaan aan het andere eind van het dorp toen wij zo bij ons huis bezig waren en al deze dingen werkten op onze zenuwen. Ik was dan ook blij toen wij achter vader en moeder naar Den Ham konden gaan een paar dagen later.”

Herinneringen van Nel Krukkert

Nel Krukkert

Nel Krukkert is de dochter van sigarenhandelaar Dieks Krukkert. Hij had zijn winkel op de Markt (nu Meyboomstraat). Zij vertelde in 2016 haar herinneringen. “Wij woonden vlakbij de spoorlijnen Almelo-Zwolle en Hellendoorn-Neede, dus we hebben veel meegemaakt met schietende en bombarderende vliegtuigen. Ik herinner me die zo goed.”

“Op een gegeven moment waren we buiten en zagen jagers overvliegen. Pa vertrouwde het niet en zei: “Naar binnen, naar de kelder.” We hadden een hele grote kelder, daarin zat een raampje dat door de druk op een moment open klapte. Daardoor sneuvelde er een fles ammoniak. Het stonk verschrikkelijk.”

“We dachten eerst aan gas of zo. Konden niet meer schuilen in de kelder en zijn onder de trap gaan zitten. Ik word er nog emotioneel van. Het was zo’n verschrikkelijk lawaai en er waren grote klappen. Wij hadden een granieten vloer in de gang en die golfde op en neer.”

“Zijn armen beschermend om zijn vrouw en dochter. Allemaal dood”

“Toen het afgelopen was, deden we de deur open en keken in de winkel. Alles kapot. De trottoirbanden lagen boven op het bed van mijn ouders. Toen we naar buiten keken, wis ten we niet wat we zagen: het huis en de winkel van Scholing helemaal weg. Er was niets meer van over. Toen zagen we de buurman liggen, half onder het puin met zijn armen beschermend om zijn vrouw en dochter. Allemaal dood.”

Het centrum van Nijverdal staat leeg

Na 22 maart 1945 is de angst voor nog meer bommen op het centrum groot. Bewoners van woningen en winkels in het centrum verhuizen naar familie of vrienden verderop in het dorp of daarbuiten. Daarna is er bijna geen woning meer bewoond. Mensen die het bombardement hebben meegemaakt, blijven angstig bij elke vorm van oorlogslawaai. Voelen zich dan ook niet meer veilig op het schuiladres en verstoppen zich in het bos. In het Doktersbos zijn dan verschillende schuilplekken. 

Herdenking op zaterdag 22 maart

Op 22 maart herdenkt het gemeentebestuur het bombardement van Nijverdal, dan 80 jaar geleden. De herdenking is om 10.00 uur bij de gedenksteen voor het Memory Vrijheidsmuseum aan de Grotestraat. Aansluitend om 11.15 uur een herdenkingsconcert van Muziekvereniging KSW in de r.-k. kerk.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

2 reacties

  • Herman ter Avest

    Mijn moeder, Jenneke ter Avest-Langkamp ( geb.10-1-1926) werkte op donderdag 22 maart 1945 in een kruidenierswinkel aan De Joncheerelaan. Om 16.00 uur sloot ze de winkel af om naar huis te fietsen aan de Boomcateweg. Er kwam nog een haastige klant en ze opende de winkel om de klant nog even te helpen. Als ze dat niet had gedaan was ze omgekomen door het bombardement. Mijn moeder vertelde mij dit verhaal 5 jaar geleden toen we het Memory bezochten en ze de foto weer zag van het bombardement. Mijn moeder (nog steeds met een haarscherp geheugen) is overleden op 11 januari 2024.

  • erica calkhoven

    Als op die 22e maart mijn vader naar het toilet moet vraagt hij aan de Rijssensestraat bij een huis of het daar even mag. Hij laat de kar die hij voorttrekt op straat staan om er zo mee verder te gaan.
    De vrouw wijst hem de weg en als hij van het toilet afkomt pakt ze hem bij de kraag en roept: Mee de kelder in! Mijn vader luistert Als 10 jarige en gaat gedwee mee.. Dat is zijn redding. Als hij na het bombardement weer naar buiten komt is er van de kar en wat er op stond helemaal niets meer over. Deze vrouw heeft zijn leven gered!

Laat je reactie achter

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant