Onlangs noemde wethouder Van den Bosch als belangrijkste conclusies van deze inventarisatie:
- Alle agrarische ruimte is bezet.
- De landbouwsector is te groot voor de ruimte die er is. De boer kan niet alle mest op z’n land uitrijden. Hij moet (tegen betaling) mest afvoeren.
- Er zijn bedrijven waarvan de eigenaar denkt te stoppen. Dat betekent niet dat dat gebied beschikbaar komt voor andere doelen. Soms is de grond al door een ander in gebruik. Of gaat verkocht worden aan andere agrariërs.

Deze conclusies waren aanleiding om aan te geven dat de gemeente ‘klaar’ is met de natuur. Er is genoeg en er hoeft niks bij. Althans: “Er kan wel nieuwe natuur komen, maar niet met de bestemming natuur. Dan gaan er gelijk weer regels en wetten gelden en dat willen we niet.” Die regels en wetten beperken dan weer de omgeving en daar hebben boeren last van.
Landbouw de belangrijkste voorziening in het buitengebied
Naast de natuur (20% van het oppervlak), bebouwing (6%) en kleinere percentages, zoals water e.d. is landbouw de belangrijkste voorziening. Als het aan de boer ligt, krijgt die landbouw in het buitengebied de hoogste prioriteit. Dat was al bekend uit de discussie over de toekomst van de gemeente en wordt hier bevestigd.
Uit de inventarisatie blijkt dat men in het buitengebied uiteraard met veel meer te maken heeft dan alleen landbouw. Het werk(gebied) van de boer wordt niet alleen beïnvloed door regels en wetten, maar ook door andere functies.
Samenwerking kan kansen bieden


Kijk naar water en bodem. Iedereen heeft water nodig: de landbouw, de natuur en de waterwinning. Voor de een is een hoge waterstand van belang; voor de ander een lage. Meststoffen en bestrijdingsmiddelen kunnen de kwaliteit van het water sterk beïnvloeden. Elkaar gaan tegenwerken leidt tot 0 resultaat. Samenwerking biedt misschien kansen.
De natuur heeft sterk te leiden van wat er in de omgeving gebeurt. De neerslag van stikstof is weliswaar minder geworden, maar negatieve invloed is er nog steeds. Verschillende regels t.b.v. de natuur kunnen de boer in z’n bedrijfsvoering beperken. Agrarisch natuurbeheer kan helpen. Dat gaat de gemeente niet afdwingen is op voorhand al gezegd. Vrijwilligheid staat voorop.
Kleine verschuivingen

Hoewel het boerenbedrijf en het grondgebruik de laatste jaren niet veel veranderd is, zijn er wel verschuivingen te zien. Naar nieuwe teelten bijvoorbeeld, zoals sedum. Of de toename van de aardappelteelt.
Toch zullen er de komende jaren veranderingen komen. Niet alleen door (landelijke) wetgeving, maar ook door het benutten van kansen die er liggen waar het gaat om natuurbeheer en recreatieve activiteiten. Dat zal per gebied wel verschillen. Het gebied ten noorden van het dorp Hellendoorn en gebieden rond Haarle zullen zich anders ontwikkelen dan de gebieden rond Daarle en Daarlerveen.
Kansen voor ‘groen gas’
Hoewel men daar wellicht veranderingen gaat zien als de projecten voor de bouw van windturbines doorgaan. Het rapport ziet kansen voor ‘groen gas’ uit mestvergisting. Dit staat nog in de kinderschoenen, maar men schat dat er op basis van de huidige veestapel circa 4,6 miljoen m³ groen gas te winnen is. Dat gaat rechtstreeks de gasleiding in.
Uit de inventarisatie komt ook de behoefte aan wonen aan de orde. Maar zeker niet te veel, want woningen kunnen ook de bedrijfsvoering belemmeren. Over het algemeen is men in het buitengebied tevreden over ‘het leven’ daar. Maar ook zijn er zorgen zoals de bereikbaarheid, voorzieningen en de manier waarop verschillende functies allemaal in dat zelfde gebied aan de orde komen.


Sommigen zien kansen waar anderen bedreigingen zien
Wat voor de een belangrijk is, is voor een ander en belemmering. Hoe je daar naar kijkt verschilt per persoon. De een ziet kansen waar de ander bedreigingen ziet. Daar komt nog bij dat de bewoners van de grotere dorpen, zoals Nijverdal en Hellendoorn anders tegen het buitengebied aankijken.
Uit al die zaken moet de gemeenteraad straks een keuze maken als het gaat om de ontwikkeling van de toekomst. Wie daarop invloed wil uitoefenen, kan tot en met 4 mei nog een enquête op internet invullen of naar een van de bijeenkomsten over Hellendoorn 2040 gaan die in mei worden gehouden.





