Moeilijk vanwege tegenstrijdige gevoelens. Frustraties. Terechte boosheid. We spraken met Wim Souhuwat (60), Alex Picanussa (68) en Chris Sihasale (59). Allemaal van de ‘2e generatie’. Allemaal kinderen van Molukkers die hun land moesten verlaten.
“Je wordt dagelijks gevoed met het trauma van je ouders’
Het ‘niet gehoord worden’ is in de ogen van de drie de belangrijkste reden dat het gedrag leidde tot de gijzelingen en treinkapingen. Alex: “Je wordt dagelijks gevoed met het trauma van je ouders. Als jongere vraag je je dan af waarom de regering niks doet. Dat blijft hangen. Nog steeds.” Dat speelt vooral bij de 2e generatie die geboren is in de kampen.
Wim: “Wij hadden het iets beter qua mogelijkheden/opleidingen. Dat kwam ook doordat onze ouders begonnen te beseffen dat teruggaan heel moeilijk zou worden.” “Maar we dragen nog steeds met z’n allen de pijn,” zegt Chris.

“Ik hoop het niet, maar als die onlusten weer de kop op zou steken, sta ik daar volkomen achter”. Hij doelt erop dat de derde en vierde generatie niet meer zoals zij bereid zijn letterlijk te gaan vechten voor de goede zaak. Die bestaat nog steeds, “Maar”, zegt Chris, “we zijn versnipperd” doelend op de onlusten tussen aanhangers van Manusama en Tamaëla. Wij zijn van Tamaëla.”
“Of die onderlinge verhouding nog zo heftig is? Of we aanhangers van Manusama anders benaderen? Ja, nee, nou ja. Ik zou niet naar de RMS-viering in Tilburg gaan. We maken geen ruzie, maar ik ga wel de discussie aan,” zegt Chris. Wim voegt daaraantoe: “Die politieke strijd is anders geworden. Ook de denkwijze doordat we weten dat we hier blijven, is anders geworden.”
“We zoeken andere manieren om de bevolking daar te ondersteunen. Te helpen bij behoud van de natuur. Stoppen met het zoeken naar en delven van mineralen, goud en dergelijke door multinationals.”
Terug naar de Molukken?
Op onze vraag of de liefde voor de Molukken zover gaat dat ze nog steeds terug zouden willen, zijn de antwoorden divers en verschillend. Alle drie zijn ze er geweest. Op familiebezoek. Oude banden aanhalen. “Naar huis” noemen ze het alle drie, maar of het een nieuw tehuis zal worden? Chris zit daar het dichtste bij: “Ik denk er weleens aan om terug te gaan. Wat moet ik hier?”.
Ook Alex speelt wel eens met die gedachte. Op de vraag waarom ze niet gaan, is het antwoord logisch: kinderen en kleinkinderen. Die moet je dan hier achterlaten. Dat voelt een beetje zoals hun ouders zich voelden toen ze kinderen moesten achterlaten.

Voor Wim ligt het iets anders: “Je moet niet vergeten dat het een arm land is daar. Plus een hele grote werkloosheid. Als ik de garantie zou hebben op bestaanszekerheid en goed werk, zou ik daar wel willen leven. De meesten van ons, 2e generatie, hebben daar nog grond en een huis. Ik was daar de afgelopen maand en zag veel gepensioneerde 2e generatie bewoners bezig met het opbouwen van hun ouderlijk huis.”
Medisch en economisch is het moeilijk daar definitief te gaan wonen
Teruggaan kan natuurlijk ook op een andere manier en die komt veel voor: een paar maanden hier en een paar maanden daar. “Medische en economisch is het moeilijk daar definitief te gaan wonen,” zegt Chris. “Voor mij zou het nu wel kunnen als het medisch en economisch geregeld is.” Hij vertelt dat zijn zoon wel mee zou willen voor het werk.
“Hoe men ons daar ziet? Niet zoals Marokkanen en Turken als die terug gaan naar hun land. Die passen daar vaak niet meer en worden ook niet meer als landgenoot beschouwd. Wij wel. Wij komen thuis en zo voelt het ook,“ zegt Alex. ”Wij worden niet beschouwd als Nederlanders”.
Wrijving over het feest bij 65 Molukkers in Nijverdal

Dat tekent ook de verschillen in generaties. Die soms leidt tot wrijving. Bijvoorbeeld over de viering van 65 jaar Molukkers in Nijverdal. In de ogen van de drie een foute aanpak. Geen of slechte communicatie (“alles gaat via social media”), de foute plek (“het had in onze buurt gemoeten in plaats van het plein”), de insteek (“het had veel meer herdenken moeten zijn dan feest”), die kerkdienst in de Regenboogkerk (“in plaats van onze eigen kerk; dat doet pijn”), andere groepen erbij betrekken (“ik heb niks met boerendansers?”). Flinke wrijving dus.
Chris: “Ik ga daar niet heen”. Hij is heel stellig in z’n overtuiging. “Ik vind dat een vorm van kolonialisme. Waarom? Omdat de burgemeester heeft bepaald dat het feest op het plein is. Wie betaalt, bepaalt. Heeft niets te maken met onze gemeenschap. Het is ook veel te weinig een bijeenkomst voor ons, Molukkers. Daarom ga ik niet.”

Wim: “Op zich zijn we blij dat een groep jongeren van der derde en zelfs de vierde generatie dit hebben opgepakt. Dat is goed, maar we missen de link ‘samenwerking’. Overleg binnen de gemeenschap. De stichting heeft straks een eigen feestje.” Met ‘stichting’ bedoelt hij Bunga Tandjung. “Wij hadden liever gezien dat de wijken veel meer betrokken zouden zijn. Meer draagvlak creëren.”
Chris wijst er nogmaals op: “Mijn motto is: Wie het verleden vergeet, verdwaalt in de toekomst. En daar is hier sprake van.”
Er kwamen geen Nederlanders bij ons door de straat

Terugkomend op 65 jaar Molukkers in Nijverdal: hadden jullie Nederlandse vriendjes of vriendinnetjes? “Alleen op school.” Alex: “Op straat kwamen geen Nederlanders bij ons voorbij fietsen. Ze reden allemaal een blokje om”. Achteraf kunnen ze er om lachen. Een klein beetje trots zelfs.
“Ze kwamen wel eens bij ons spelen; een enkeling. Op een verjaardag of zo. Wij gingen ook wel eens naar hen toe.” Het meest trokken ze op met ‘eigen’ mensen. “We waren een dorp in het dorp, ieder had z’n eigen eiland, zeg maar”.
Chris: “Dat we weinig met hen omgingen komt ook door de verhalen. Mijn ouders zeiden altijd dat de Nederlanders ons belazerd hadden. Dat blijft dan wel in je hoofd zitten.” Alex: “Als er dan een door je straat fietste dacht je daar aan. Daarom reden er ook geen Nederlandse kinderen door de straat.”
Wij dragen de pijn van 350 jaar onderdrukking
Chris: “Wij dragen de pijn.” Alex: “Wij hebben 350 jaar onder Nederlands gezag moeten leven. Je brain is helemaal weggespoeld. Dat moeten we nu terugvinden.” Chris: “Een groot deel van jullie welvaart is te danken aan mijn land.”
Wim: “Mede door die onderdrukking zijn wij doeners geworden. Wij zijn een strijdersvolk. Vandaar ook al die Molukkers in de KNIL. Dat ging van vader op zoon.” “350 jaar overheersing was ‘luisteren naar de grote witte man’. Onbewust zit dat ergens in je hoofd.” Het zit diep. Alex: “Mijn vader zei altijd: Als wij er niet meer zijn, worden jullie vertrapt door de Nederlanders.”

De geschiedenis van de Molukkers in Nederland en hoe met hen is omgegaan heeft zeker niet bijgedragen aan een goede integratie. Bij alle drie de mannen wordt bijvoorbeeld thuis Maleis gesproken. Ook zij zien dat dat langzaam afneemt.
“Mijn kinderen spreken Nederlands, maar als ik Maleis praat, verstaan ze het prima. Ze kennen het wel. Toen ik met m’n oudste dochter daar was, praatte ze Maleis met mij”, vertelt Wim. Hij signaleert wel een toenemende belangstelling voor de taal.
Convenant met Reggewoon kan behoud van de wijken betekenen
Het klinkt allemaal somber. Hoe zien jullie de toekomst? Wim: “We hopen dingen te kunnen lijmen. Hopen op behoud van de wijk. Er is hierover een convenant opgesteld. Die is goedgekeurd door het bestuur ven Reggewoon en wordt binnenkort ondertekend.

Belangrijkste punt daarin dat huizen toegewezen blijven worden aan Molukkers. Zo lang als dat duurt en men dat wil. Verder zijn we hier en blijven hier. We moeten door en het er het beste van maken.”
Als we klaar zijn met het interview moet er een foto komen. Druk overleg. Bij Bunga Tandjung? Bij de kerk? Nee, als bewonerscommissie kiezen ze op een plek in de wijk. De fabrieksmuur is een mooie plek.
Daarnaartoe lopend gaat het even over het monument voor de textielarbeider dat in de maak is. “Daar zal ook binnen de kortste keren graffiti op komen,” denkt Chris, die dat jammer zou vinden. “En dat dan?” vragen wij, wijzend op die fabrieksmuur die vol staat met Molukse uitingen. “Dat is wat anders. Dat is onze muur in onze wijk”.









