Mijn vrouw Wil en ik hebben al 25 jaar een kunsthandel in die vorm van een VOF. Jarenlang was er sprake van ‘handel’. Sinds 2022 zijn we echter bezig om onze kunstcollectie te schenken aan ANBI-instellingen in de gemeente Hellendoorn en ruime omgeving. Voorwaarde die verbonden is aan de schenking: de kunstwerken moeten publiek toegankelijk zijn voor een periode van minimaal 15 jaar.
Op deze wijze hebben de afgelopen 3 jaar 500 kunstwerken een plek kunnen krijgen bij instellingen die geen budget hadden om kunst te kopen. We hebben aan dit project heel veel plezier beleefd.
Maar dan is het 12 december 2024. Mijn vrouw – op dat moment 79 jaar en in topconditie – maakt een ongelukkige val van haar fiets en wordt met spoed naar het ziekenhuis in Almelo gebracht. Ze verkeert enkele dagen in levensgevaar. Maar haar sterke lichaam draagt ertoe bij dat ze het redt. Ze kon echter helemaal niets meer. Niet eten, niet lopen, niet praten, incontinent; kortom een kasplantje. En dat kasplantje had ook nog ernstig hersenletsel.
Ons leven staat dan plotseling op z’n kop. Op 25 december 2024 zouden we met de hele familie de 80e verjaardag van mijn kerstkind groots vieren. Men zal begrijpen dat dit feest gecanceld is. Wil heeft geen enkel besef gehad dat ze 80 jaar geworden is. Na 14 dagen ziekenhuisopname is zij bijna een half jaar verpleegd en verzorgd in respectievelijk het revalidatiecentrum Het Rembrandt in Nijverdal en daarna in het revalidatiecentrum Roessingh in Enschede.
In die centra hebben ze keihard gewerkt aan haar herstel voorzover dat nog mogelijk was met haar breinbeschadiging. En wie Wil nu ziet – negen maanden na het ongeluk – is compleet verrast. Het kasplantje is opgebloeid. Een klein wonder.
Omdat ze enkele blijvende ongemakken heeft – onder meer chronische vermoeidheid en verlies van het korte termijn geheugen – mag ik in aanzienlijke mate haar mantelzorger zijn. Ik ben ongelooflijk dankbaar dat ze weer thuis is, dat we weer fijn samen kunnen leven en binnenkort ons 60-jarig huwelijk kunnen vieren met allen die ons lief zijn.
Die dankbaarheid gaat gepaard met nederigheid. Immers we kunnen niet alles zelf even regelen en als je dan na een ongeluk ook nog een vorm van geluk mag ervaren, dan besef je hoe klein de mens is. Tenslotte hoop ik dat we op enig moment nog door kunnen gaan met ons schenkingsproject.





