Een museum bij Krönnenzommer: gaat het er nu van komen ? Deel 2

In deel 1 van dit tweeluik schreven we over de wens van Wibo ten Den om op het terrein van Krönnenzommer een museum te maken. In gedachten heeft hij het al helemaal klaar. Inmiddels is er een stichting en een bestuur en kan er echt gewerkt gaan worden aan zijn ideaal.

Interessant? Deel het artikel

Een museum bij Krönnenzommer: gaat het er nu van komen ? Deel 2

De aanwezigheid van een museum op het terrein van Krönnenzommer past naadloos in de doelstelling van ‘Natuurhuus Krönnenzommer’. Dat is een onderdeel van ZorgAccent dat zich bezig houdt met de in stand houding en -vooral- verbetering van de omgeving van de gebouwen. Uitsluitend met geld van sponsoren en subsidies.

Er is al veel gedaan. Beweeg- en beleefpark, visvijver, Twente Decadente, dierbeleving,  kweek- en moestuin. De inspanningen zijn erop gericht dat de bewoners van Krönnenzommer het een beetje (meer) maar hun zin hebben.

De slogan van Natuurhuus is “teumt nog effen”. Dat komt uit de eerste zin van het gedicht van Johanna van Buren: ”Krönnenzommer teumt nog effen” (nazomer, blijf nog even). Zo wil men ook de gebouwen bewaren, die ooit begonnen als Volkssanatorium voor Borstlijders.

Aanwijzing gemeentelijke monumenten aanleiding voor museum

Dat ‘bewaren’ van de gebouwen is makkelijker geworden nadat de gemeente in 2016 elf gebouwen tot ‘gemeentelijk monument’ uitriep. Als manager inkoop is Wibo ten Den (foto) verantwoordelijk voor alles wat ZorgAccent aan roerende goederen inkoopt. Van leaseauto’s tot verse groenten. Van incontinentiemateriaal tot til- en transfermaterialen.

Als ‘bedenker’ van een Ontmoetingsmuseum is Ten Den zeer betrokken bij de geschiedenis van het complex. Kan er -desgewenst- uren over vertellen. Doet dat nu dus ook. Maar op hoofdlijnen. Wie meer wil weten kan -na registratie- terecht op de website met het archief van het sanatorium.

Gezonde, frisse lucht als medicatie voor leiders aan tuberculose

Het Volkssanatorium voor Borstlijders is ontstaan nadat men ontdekte dat gezonde frisse lucht, rust en goed eten hielp bij mensen met tuberculose (tbc). Dat is een longziekte, die vroeger in veel gevallen fataal was.

Overal in Europa verschenen sanatoria. Ook in Nederland. Architect Kuipers reisde voor zijn plannen overal rond en verzamelde tekeningen van verschillende gebouwen, zoals in Warschau en Davos. Die tekeningen vormden de basis voort zijn plannen voor het sanatorium in Hellendoorn: gebouwd in de vorm van een Zwitsers chalet. De bouw duurde vier jaar en op 30 mei 1902 opende koningin-moeder Emma het complex.

In het sanatorium ging je in quarantaine, net als wij in de coronatijd

Patiënten op bedden in de openlucht. Dit gebouw is afgebroken.

Omdat tuberculose bekend stond als erg besmettelijk, gingen lijders aan tbc naar een sanatorium en moeten daar in quarantaine (vergelijk maar met corona, maar dan voor een groot deel van je leven). Ook het personeel was intern i.v.m. die besmettelijkheid. Daar lag ook de reden voor het feit dat het sanatorium helemaal selfsupporting was.

Een eigen moestuin, eigen dieren, eigen wasvoorziening, eigen hout, eigen watervoorziening. “Vanaf het hoogste punt bij de oude ingang (de eerste vanaf de Sanatoriumlaan) tot aan de vijver is het hoogteverschil 13 meter. Dat is vanaf het begin gebruikt voor de afvoer en het bewaren van water.”

“In het pomphuis is nog een werkende pomp waar 70 meter diep grijs water mee wordt opgepompt naar een kelder met 15.000 liter waterreservoir voor het doorspoelen van toiletten. Ook ligt daar een even zo groot schoon drinkwaterreservoir, zodat er altijd voldoende water op locatie aanwezig is.”

Een stukje van het sanatorium. Rechts het hoofdgebouw, waarvan een stuk is blijven staan. Voor de fabriekspijp de keuken, nu Twente decadente.

Behandeling van patiënten in vijf stappen

De behandeling in het Volkssanatorium bestond uit vijf stappen:

  1. Volledige bedrust
  2. Lopen naar toilet en wastafel.
  3. Een beetje meer rondlopen; bijvoorbeeld naar de eetzaal.
  4. Wandelkuur, bestaand uit eerst een kwartier, dan twee keer een kwartier, dan twee keer een half uur wandelen.
  5. De nazorg.

Met name deze laatst fase was uniek in Nederland. Hellendoorn was het eerste sanatorium waar men dat ging doen: arbeidstherapie. In de werkplaats (zie foto bovenaan dit artikel) werd van alles gemaakt, zoals tafels, houten stoelen, rieten stoelen, kasten enz. Op het land hielpen patiënten met hooien of werken in de moestuin. Zo werden de (bijna) ex-patiënten klaar gemaakt voor de rentree in de gemeenschap.

Een koosjer-keuken, maar niet verplicht voor iedereen

De eerste geneesheer-directeur was Bernard Herman Vos uit Friesland (later opgevolgd door zijn zoon Herman). Bijzonderheid was dat die Jood was en zodoende het sanatorium beschikte over veel Joods personeel en een koosjer keuken. Niet iedereen hoefde koosjer te eten, want men had een eigen varkensstal. 

De naam ‘Dr Vos-paviljoen’ herinnert nog aan deze artsen. Herinnerd wordt ook dokter Homoet, die in de jaren vijftig bij het sanatorium een long-kliniek opende en daar ook operaties verrichtte. In die tijd was het belang van het sanatorium als gebouw voor tbc-lijders al verdwenen. Er was een medicijn ontwikkeld dat de ziekte bestreed.

De vroegere keuken is nu Twente Decadente, chocoladefabriek annex koffiehuis.

Van sanatorium naar verpleeghuis voor ‘verwarde bejaarden’

Mensen met andere longklachten kwamen naar het sanatorium. Het complex werd daarvoor te groot en men ging op zoek naar een nieuwe bestemming. Omdat in die tijd behoefte ontstond naar verpleegruimten voor zorg voor ouderen met psychische problemen, kreeg het sanatorium die nieuwe functie.

De eerste ouderen met dementie (‘verwarde bejaarden’, schreef de krant) kwamen in 1964 naar de afdeling die de naam Krönnenzommer had gekregen. In deze tijd biedt het verpleeghuis ruimte aan 240 bewoners met dementie, het syndroom van Korsakov en mensen met een geestelijke- en/of lichamelijk beperking.   

Het vroegere zustershuis met op de voorgrond een stukje van de belevingstuin.

Als je met Wibo ten Den over het terrein loopt, kom je oren en ogen te kort. Hij wijst hier, dan weer daar en heeft overal een verhaal bij. Binnenkort krijgt men nieuwe bewoners. Dat is personeel van ZorgAccent, dat ‘overkomt’ vanuit het hoofdkantoor aan de Bellavistastraat in Almelo.  Dat pand is door de gemeente gekocht voor woningbouw.

In het vroegere zusterhuis staat de benedenverdieping leeg. Daar komt een deel van de nieuwe collega’s. Die ruimte is niet genoeg. ZorgAccent is nog op zoek naar meer kantoorruimte.

Het oude hoofdgebouw anno 2025.

Drie dienstwoningen en een van de lantaarns, geschonken door het personeel bij het 50-jarig bestaan.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant