GEDICHTENDAG

Het is gedichtendag. Wat vind jij mooi? Iets van Roland Holst? Of Vasalis? Iets in het dialect? Wilmink of Willem Frederiks? Diny Groothalle of Johanna van Buren? Iets uit je poëzie album? Je bijbeltje? Een lied? Of? Hieronder de favorieten van een aantal schrijvers.

Interessant? Deel het artikel

GEDICHTENDAG

De keus van Wil de Bruine

Verlaat het dorp in de vroege morgen,
het laatste bewoonde huis ziet uit
over een kloof, verlaat ook deze plek,
ga langs het pad naar beneden
tot waar het eindigt.

Volg dan een spoor van schapen en geiten
langs de kale helling, de diepte in,
er zal daar een rivier zijn,
een verlaten stal, een verbrokkelde brug,
waad naar de overkant.

Zoek tussen de stenen het spoor omhoog
en volg dit, het zal steil zijn en zwaar,
maar boven is de schaduw,
in de verte zal men het dorp zien
dat men verliet.

(Over een dorp 2 van Rutger Kopland)

De keus van Jan-Pieter van Vree

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht –
In huis was ‘t donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zoo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In ‘t boschje opgaat en zijn reis begint.

Dit is het begin van het epos Mei van Herman Gorter. Het eerste gedicht waar ik ontroerd van raakte. Denk erom: het begin mooi en vrolijk, maar eindigt triest.

De keus van Jan Verhoek

Ben Ali Libi
Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In ‘t concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

In de week van de Auschwitz herdenking snijdt dit gedicht van Willem Wilmink je dwars door de ziel. Zeker als je het hoort voordragen door Joost Prinsen.

Keuze van Ingrid Aaltink-Fidder

Pijn
wie om zich heen naar deze droeve wereld kijkt
die vraagt zich af wat hebben we bereikt
met al die wetenschap, dat wikken en dat wegen
te veel gepraat, niet lang genoeg gezwegen
jawel, maar toch begint er ergens iets te dagen
de pijn die nu geleden wordt heeft ergens zin
de mensheid was nooit eerder zo terneergeslagen
misschien zijn dit de weeën van een nieuw begin

Gedicht van Toon Hermans
Toons gedichten raken en zijn diepzinnig, met een trieste toon of vol humor. Hij was een veelzijdige dichter
.

Keuze van Benno de Jong

T was altijd ruzie om een fiets
T was niets dan kwel en kommer
Totdat ‘k ‘m kreeg toen ‘k zestien was
maar toen wilde ik een brommer.

============================

Als ik vroeger op school op de gang was
Wilde ik altijd iets stelen uit de jassen
Tenminste; als ik er voor straf was
Niet als ik gewoon ging plassen

===========================

De keus van Menno Bom

Onderweg

Een man en vrouw gaan langs de wegen
De lucht is koud, de wind zit tegen
Geen Dickens-sfeer, geen welbehagen
En af en toe hoor je haar vragen
Met zachte stem:
Is het nog ver naar Bethlehem?
Ja, ’t is nog ver naar Bethlehem

Opnieuw een jaar van vluchtelingen
Die schamel langs de wegen gingen
Opnieuw een jaar van oorlogsrampen
Van hongersnoden en van kampen
En requiem
Is het nog ver naar Bethlehem?
Ja, ’t is nog ver naar Bethlehem

Van de verloren Hof van Eden
Naar de onmogelijke vrede
Zo trekt de mens over de wegen
En soms komt hij die ezel tegen
Met haar en hem
Is het nog ver naar Bethlehem?
Ja
Ja
’t Is nog heel ver naar Bethlehem

Uit Vroege Vogel van Ivo de Wijs, Nijgh en Van Ditmar Amsterdam 1999

De keus van Daniëlle Harbers-Ros

Mag ik met jou de wereld mooier maken? Door met jouw talent en gewoon zoals jij bent op het stukje waar wij leven samen het goede voorbeeld te geven!

De keuze van Jos van den Born

Troostzoekers

Geluk is gevaarlijk voor wie spaarzaam is
Voor wie niet-leven een koud kunstje werd
Voor wie hier binnenkomt
En twijfelt aan alles wat mooi is
Twijfelt aan zijn plek in de wereld
Voor wie eindeloos teert op verlangen naar betere dagen
Voor wie alleen wil zijn
Maar het niet langer meer kan

Geluk is gevaarlijk voor zij die niet kunnen delen
Wie wel glimlacht maar de snik onzichtbaar, hoog in de keel heeft
Wie alles verloor waar hij van hield
Voor wie weerloos omgaat met de dingen
Voor wie zichzelf iedere avond het donker van zijn kop injaagt
Voor wie de hoop heeft opgegeven
Als een zieke kameraad

Voor wie van alles denkt
Maar te weinig uitspreekt
Voor wie moe is niet in slaap komt
Eeuwig ligt te woelen
Voor zij die willen leunen
Onder de mensen als warme dekens
Voor wie niet weet wie hij is, altijd onzeker

Wij zijn de leegte
Wij willen weten hoe ons te vullen
Wij zijn de leegte
Wij willen weten hoe ons te vullen

Geluk is gevaarlijk voor de roekeloze
Wie verstrikt zit in z’n eigen-ik
Wie de weerloosheid weg-eet, koopt, en slikt
Wie zichzelf bezeert omdat een ander het niet meer doet
Voor wie stemmen hoort maar zelden een lief woord
Voor wie bang is verlaten te worden
Zélf iedereen verlaat uit voorzorg
Voor wie weet dat het hart op
Veel manieren breekt
Weet dat het weer gemaakt kan worden
Weer gemaakt kan worden Voor wie en iedereen is hier een plek
Voor wie en iedereen is hier een plek

Troostzoekers sluit naadloos aan op de huidige tijdgeest. Juist wanneer we ons overweldigd voelen, is het belangrijk dat we elkaar blijven opzoeken. En helpen. ‘Troostzoekers’ voelt als een soort melodieuze oproep tot verbinding. Het is geschreven door Wende Snijders en Maria Hendrika Rijneveld en gezongen door Wende en Froukje.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant