Dik honderd jaar geleden zijn auto’s iets nieuws. Als kinderen geronk horen, rennen ze naar buiten om het voertuig te zien. Een stilstaande auto trekt veel bekijks; ook van volwassenen.
Toenemend verkeer leidt ook tot problemen. De mensen zijn bang voor die nieuwe voertuigen. Gemeenten stellen snelheidslimieten in binnen de bebouwde kommen. Eerst zijn die limieten laag; men is immers bang. Als de angst minder wordt, mogen auto’s iets harder rijden. In Nijverdal verhoogt de raad op de Grotestraat de limiet van 10 naar 18 km per uur.
Rond 1920 neemt het aantal auto’s toe. Toch blijft dit nog steeds een nieuw verschijnsel. De hoofdprijs bij een verloting is bijvoorbeeld een tocht van maar liefst veertig kilometer door Nijverdal en omgeving met een auto.
Maximum snelheid van 18 naar 20 km per uur
In 1927 besluit de raad de maximum snelheid op 20 km te brengen. Tot verdriet van raadslid Stam die liever een verhoging ziet tot 30 km. Maar dat vindt de raad veel te gevaarlijk. Raadslid Nijhof zegt dat er op de Grotestraat nauwelijks meer ruimte is voor de voetganger.
Bij de gemeente komt een klacht binnen over auto’s die rijden over de weg “die van de Groote Straat bij Budde loopt naar de Rijssenschestraat.” Een schande, want deze weg is veel te smal en er wordt te hard gereden. De schrijver van de klacht stelt voor dat de weg dicht gaat voor auto’s. Dat gebeurt natuurlijk niet.
Het voorwiel geheel vernield “onder den vrachtwagen”
Net zo nieuw als de auto’s zijn in die tijd ongelukken door autoverkeer: “Het knechtje van den vrachtrijder P. reed met zijn rijwiel naast den auto-vrachtwagen van zijn patroon. Op een gegeven moment kreeg hij een stuk touw, dat hij op zijn rijwiel meevoerde, tusschen het voorwiel zodat hij viel. Het voorwiel van zijn fiets kwam onder den vrachtwagen en werd geheel vernield.”
Op de De Joncheerelaan gooien een paar jongens sneeuwballen naar een Fordje. De daarin zittende heren schieten met een geweer in de lucht. Een van de jongens denkt te zijn aangeschoten, wat niet waar blijkt te zijn. In een ander geval komt de heer P. er slechter van af. “Toen enkele knapen sneeuwballen gooiden naar den auto, werd de heer P. zenuwachtig, raakte het stuur kwijt en reed tegen een boom.”
Paarden belangrijker dan personen
Even los van auto’s, maar wel over gevaar op de weg het volgende bericht: In december 1923 vindt een ernstig ongeluk plaats waar heel Nijverdal over praat: Tussen Nijverdal en Rijssen steekt een woonwagen de spoorlijn over op het moment dat het lokaaltreintje er aan komt. De krant benadert het ongeval nogal vreemd, want men schrijft eerst dat de paarden ongedeerd bleven, maar de woonwagen totaal versplinterd.
Dan pas staat er dat de inzittenden zwaar gewond raken. Verbrijzelde benen, schedelbasisfracturen en andere zware verwondingen bij de eigenaar, diens vrouw en kinderen. Later blijkt dat de verwondingen zo zwaar zijn, dat uiteindelijk maar één persoon het ongeluk overleeft.





