65 jaar Molukkers in Nijverdal (1): “In de geschiedenisboekjes staat niets over ons”

Wat op papier een makkelijke opdracht leek, blijkt in de praktijk anders uit te pakken. Een interview met drie Molukkers om terug te kijken op 65 jaar leven in Nijverdal. Hoe moeilijk kan dat zijn? Moeilijk dus. Dit is deel 1 in een serie van 3.

Interessant? Deel het artikel

65 jaar Molukkers in Nijverdal (1): “In de geschiedenisboekjes staat niets over ons”

Moeilijk vanwege tegenstrijdige gevoelens. Frustraties. Terechte boosheid. We spraken met Wim Souhuwat (60), Alex Picanussa (68) en Chris Sihasale (59). Allemaal van de ‘2e generatie’. Allemaal kinderen van Molukkers die hun land moesten verlaten.

De ‘2e generatie’ bestaat uit drie groepen: mensen die geboren zijn op de Molukken (of onderweg op de boot) en meekwamen met hun ouders, mensen die in een overgangskamp in Nederland zijn geboren en mensen die geboren zijn in een huis in een nieuwe woonplaats.

Alex is geboren in kamp Westerbork en Wim en Chris in Nijverdal. Het onderscheid luistert nauw en is voor hen belangrijk. “Wij moeten Alex eigenlijk ‘bung’ noemen,” zegt Wim. “Dat is een uitdrukking van respect.”

Tegenwoordig denkt men dat wij asielzoekers zijn

Alex Picanussa

“Wie kent onze geschiedenis? Waarom we hier zijn? Weet je hoe ze ons tegenwoordig vaak noemen? Asielzoekers! De laatste jaren zijn negatieve invloeden weer gegroeid.” Alex kan zich -terecht- opwinden: “Ze weten niet van onze geschiedenis”. Wim vult aan: “Over de Tweede Wereldoorlog staan de geschiedenisboekjes op school vol, maar geen woord over ons.”

Eerst even terug dus naar die oorlog. In die tijd was Indonesië nog een kolonie van Nederland. Om deze koloniën te beschermen was onder meer het KNIL ingesteld: het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. Toen in 1945 de Japanners waren verdreven, vocht het KNIL mee tegen de onafhankelijkheidgroepen die Nederlands-Indië (zoals Indonesië toen heette) los wilde maken van de overheersers.

De Molukse strijd voor zelfstandigheid

De vlag van de RMS

Het is een lang verhaal. Te lang om het hier uitgebreid te vertellen. Het komt erop neer dat de Molukken geen onderdeel wilden uitmaken van het nieuwe Indonesië nadat Nederland onder druk van de Verenigde Naties de strijd moest staken en Indonesië ontstond. Het verzet op de Molukken bereikte z’n hoogtepunt toen op 25 april 1950 de onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (Maleis: Republik Maluku Selatan, afgekort RMS) werd uitgeroepen.

Op de website over de geschiedenis van de RMS staat te lezen: “De traditie was dat lokale militairen van het KNIL bij ontbinden van hun aanstelling naar het gebied van afkomst konden terugkeren. Dit stond de Indonesische regering voor Molukkers echter niet toe, omdat op Ambon de Republiek der Zuid-Molukken was uitgeroepen.”

“Omdat de Nederlandse regering onder grote druk stond van de Verenigde Naties om het KNIL te ontbinden, werd besloten om de circa 4.000 Molukse KNIL-soldaten die naar de Molukken wensten te worden gerepatrieerd op te laten gaan in het reguliere Nederlandse leger. Ze kregen vervolgens het dienstbevel zich met hun circa 8500 familieleden naar Nederland te laten verschepen.”

“Daar aangekomen werden ze uit de militaire dienst ontslagen. Deze oud KNIL-soldaten en hun families werden tijdelijk opgevangen in barakkenkampen met het idee dat zij over een tijd naar de Molukken konden terugkeren.”

Jarenlang verblijf in kampen

Per boot kwamen ze na een lange reis in Nederland. Niet naar een huis, maar naar een van de voormalige kampen uit de oorlog. Eerst allemaal naar Amersfoort en daarna naar kampen als  Westerbork en Vught. Van daaruit weer naar kleinere kampen zoals de Vossenbos in Wierden.

Het staat allemaal objectief beschreven, zonder (uitgebreid) in te gaan op wat er gebeurde en wat de invloed was de Ambonezen (zoals ze toen werden genoemd). Het verplichte vertrek. Alles en iedereen achterlaten. “Wist je dat men maar maximaal drie kinderen mocht meenemen?” vraagt Wim. “Er zijn ouders die na het vertrek naar Nederland een deel van hun kinderen nooit meer hebben terug gezien.”

Ik ken mijn grootouders alleen van foto’s

“Ik heb mijn grootouders nooit kunnen ontmoeten. Ken ze alleen van een foto,” zegt Alex. “Mijn ouders hebben  hun ouders, broers en zussen nooit meer terug gezien. Zij zijn vanuit de kazernes naar Nederland gegaan. Hebben niet eens afscheid kunnen nemen. Bij ons thuis was het zo dat als we in de kamer zaten en er ging een lamp kapot, we zeiden: wie is er nu weer overleden. En ja hoor, een paar weken later lag er een kaart in de bus”. 

Molukkers zijn geen praters. Weinig overgrootouders en grootouders hebben verteld over hun tijd daar en hun komst naar Nederland. Ze stopten hun ellende weg. Geen woord over het leed dat hen is aangedaan. Geen woord over wat ze in die oorlog hebben meegemaakt. “Er zijn heel wat ouderen aan de drank geraakt omdat ze probeerden te vergeten”, zegt Alex.

Na hun komst in Nederland ontstond meer en meer het idee van: “we zijn nu hier en laten we er het beste van maken”. Over het verleden werd niet gepraat. Sommigen hebben het nooit gehad over de kinderen die thuis bij familieleden waren achtergelaten. En het stille leed en schuldgevoelens dat dat veroorzaakte.

Dan ook nog de ‘schande’ van het ontslag. De mannen kwamen als militair naar Nederland, maar kregen bij aankomst hun ontslagbrief uit het leger. Was Nederland mooi van de zorg af. Pijn deed daarna het besef dat het verblijf in Nederland niet tijdelijk was.

Leer maar een praktisch vak

Dat besef groeide heel langzaam. “Mijn vader zei tegen mij: je hoeft niet naar school te gaan. We gaan straks terug en dan heb je niks aan die kennis,” vertelt Alex, ‘doe maar een praktische opleiding, zoals timmerman. Dan kun je op de Molukken aan de slag.” Het idee terug te gaan was diep verankerd in de Molukse gemeenschap in die beginjaren. Nog versterkt door het feit dat men lang in de kampen moest wonen.

Rechtstreeks verbonden aan de gedachte terug te gaan was de wens dat men terug zou gaan naar een onafhankelijke republiek: de RMS. Er kwam in Nederland een ‘regering in ballingschap’ van de RMS. Leider daarvan was ir. Johan Manusama.

Dat ging goed totdat in 1968 een hooggeplaatste militair, Julius Tamaëla een enkele jaren oude brief kreeg, die geschreven was door Soumokil (de eerste president van de RMS, geëxecuteerd door Indonesië) waaruit zou blijken dat deze hem opdroeg om Molukse volk in ballingschap te gaan leiden.

Op basis van die brief riep Tamaëla zichzelf uit tot RMS-president. Ruzie binnen de Molukse gemeenschap in Nederland. Zelfs met gevechten binnen de groep tussen aanhangers van beide presidenten in ballingschap.

De volgende aflevering van dit drieluik verschijnt op 12 mei.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

1 reactie

  • Helma Scheurwater

    Vreselijk wat de Molukkers, ik dacht, vooral door NL is aangedaan! Daar zijn geen woorden voor!😥

Laat je reactie achter

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant