Zo leven veel mensen in angst. Is het niet omdat men iets illegaals doet (daaronder valt bv. ook het stiekem bij een boer halen van melk), dan is het wel angst voor bommen. Nijverdal ligt strategisch aan het spoor en vanuit de berg lanceren de Duitsers V1- en V2-raketten. Dat betekent: bombardementen door geallieerde vliegtuigen.
“Omgeven met een krans van veel kleurige wolken”
Uit de herinneringen van Henk op den Dries: ”…toen er plotseling een donderend lawaai om ons losbrak. Het was als of er twintig treinen over ons heen zouden gaan vliegen. Toen zagen wij iets dat nooit eerder vertoond was. Nog geen twee kilometer van ons af begon de hele avondlucht te branden en een sigaarvormig voorwerp begon heel langzaam boven de bomen uit te komen.“
“Het was omgeven met een krans van veel kleurige wolken in kleuren die wij nooit eerder gezien hadden. Eerst leek het alsof het neer wilde komen en toen begon het al sneller op te stijgen en binnen de vijf minuten was het uit het gezicht verdwenen. Wij waren voor de eerste keer getuige geweest bij het afschieten van de beruchte V2. Later hebben wij ze bijna elke dag zien opstijgen maar het heeft nooit weer de zelfde indruk op ons gemaakt als die koude winteravond in het halfdonker.”
Bombardementen in oktober 1944

“De munitie voor de V1 en V2’s komt via het spoor. Het is logisch dat de geallieerden de spoorlijn willen uitschakelen. Dat betekent dat vanaf 1943 met regelmaat bommen vallen. Op 6 en 7 oktober 1944 zijn er aanvallen op de Reggebrug en later op het stationsemplacement. Het regent bommen op en nabij de Grotestraat. Erger is dat er doden vallen.
In zijn boek citeert Willem Poorterman plaatsgenoot M. Hemmink die in brieven aan zijn familie in Amerika nauwgezet bijhoudt wat er in hun geboortedorp gebeurt. Hij schrijft over vrijdag 6 oktober 1944: “Vanmorgen om kwart over acht waren er weer vliegtuigen in de lucht. Ik keek boven uit het raam en jawel, in de richting van de brug stegen huizen hoge kolommen van zand, stof, rook en wat het verder zijn mocht. Het was gemunt op de spoorbrug.”
Oom en tante samen opgebaard in de salon
“Nauwelijks waren de vliegtuigen weg of onze Henk is in de richting van de brug gefietst. Het huis van Dieks Tijhuis was finaal verdwenen.” Betsie Tijhuis, (jongste dochter van meester Albertus Tijhuis) schrijft in haar oorlogsherinneringen over het gebeurde met haar oom: “Tante Anna, die onderaan de trap stond riep nog eens “Kom nou, Hendrik, bombardement… maar toen was het al te laat. Een voltreffer, een splinterbom, trof hun huis. Tante Anna, die door het roepen nog net niet in de kelder stond, liep zware inwendige kneuzingen op. Oom, die juist de trap af daalde, kreeg de volle laag.
Zwaargewond met paard en wagen naar het ziekenhuis in Almelo
Oom heeft nog een uur geleefd, buiten kennis. Tante Anna is zo gauw mogelijk naar het ziekenhuis in Almelo gebracht. Met paard en wagen… De specialisten in Almelo konden weinig doen voor haar. Zij was te zwaar verwond met al die inwendige kneuzingen. Daarom hebben ze haar verteld dat haar man Hendrik was overleden aan de verwondingen. Een dag daarna stierf ook tante Anna… ze lagen samen opgebaard bij ons in de salon….ik hoorde later van zus Marietje dat oom, die drie Joden die nog in bed lagen, eerst gewaarschuwd had… Alle drie kwamen met de schrik vrij.”
Niet alleen het huis van Tijhuis werd getroffen. Flinke schade was er bijvoorbeeld ook in de r.k.-kerk (zie foto bovenaan dit artikel). Het daarnaast staande Vereenigingsgebouw werd met de grond gelijk gemaakt.
Hemmink meldt daarover: “De Katholiek Nijverdal krijgt een zware slag en de bombardementen maken het Vereenigingsgebouw met de grond gelijk. Zware schade is er ook aan de Antoniusschool en de pastorie.” wat betreft het Vereenigingsgebouw meldt hij nog: “(Toone) Kolman (beheerder en conciërge van het Vereenigingsgebouw, JPvV) en zijn vrouw en hun 10 kinderen lagen achter het gebouw en het is onbegrijpelijk dat ze niet meer dan wat huidwonden hebben opgelopen.”
Herinneringen van Marietje Jannink (1927)

Marietje Jannink woont met haar broers, zussen en ouders aan de Grotestraat en krijgt dus alles mee wat er in het centrum van Nijverdal gebeurt. Pratend (in 2014) over die periode komen de verschrikkingen van de oorlog boven; met name die van de bombardementen, waarbij zoveel doden vallen en het halve dorp in puin gaat. Het is een wonder dat de familie Jannink met al die kinderen de oorlog zonder verlies is doorgekomen.
Wonend met het spoor in de achtertuin gebeurt er het een en ander dat in de herinnering is blijven hangen, zoals de briefjes die Joden op transport door spleten in de wagons naar buiten gooien met boodschappen voor de achtergebleven familie. “Die stuurden we altijd door.”
Of die keer dat de ondergrondse de spoorlijn hebben opgeblazen, de daders bij Jannink op zolder schuilen en Duitsers de hele nacht rond het huis lopen, terwijl de familie in het pikkedonker doodstil moet blijven zitten tot het gevaar is geweken…. Of leukere dingen zoals het krijgen van een parachute, waarvan moeder Jannink een mooie communiejurk maakt voor dochter Fien.
Vader Jannink verkoopt niet alleen radio’s, maar bouwt ze ook zelf. Het is zijn lust en zijn leven. Later komt dat op menig spannend uurtje te staan. In de oorlog krijgt hij regelmatig bezoek van Duitsers die hem ervan verdenken stiekem naar de radio te luisteren, wat immers is verboden.
Het is een terechte verdenking, maar gepakt is hij nooit. “We werden altijd op tijd gewaarschuwd. De radio stond in mijn kamer. Toen de Duitsers een keer kwamen, was ik zogenaamd ziek. Had een zwaar besmettelijke ziekte en moest in het donker liggen. Dat hielp, want ze durfden mijn kamer niet binnen te komen. We hadden trouwens ook onderduikers. Die klommen bij een razzia op het dak en lagen plat achter de schoorsteen.”

Herinneringen Nel Krukkert (1927)
Nel Krukkert, dochter van “sigarenboer” Dieks Krukkert van de Markt, vertelt in 2016: “Het lijkt net zo alsof er in de oorlog een regel was: Is het mooi weer, dan vallen er bommen; is het slecht weer, dan schieten de Duitsers V1 en V2-raketten af. Dat ging ook wel eens mis en dan moeten we ook schuilen. Ik weet nog dat mensen die daarvoor bij de Duitsers werkten, ook moesten schuilen. Die lagen bij opoe in Noetsele voor in de droge sloot.
Op een gegeven moment waren broer Everhard en zijn zusje Hermien naar buiten gegaan. Zij hadden van die mensen een echte witte boterham gekregen met jam erop. Dat was wat. Die kinderen hebben heerlijk zitten smullen en ik zie het nog zo voor me: Hermien had de hele snoet met jam. Eddie pakte haar beet en heeft haar hele gezicht schoon gelikt!”
Soms even geen angst

Het is niet zo dat in het dorp voortdurend angst heerst. Voor jonge jongens heeft de oorlog ook iets spannends. Bertus ten Hove (geboren in 1932): “Wij hebben lang aan de Wolterskampweg 26 gewoond. Daar woonden wij ook in de oorlog.”
“Ik weet nog dat we op het dak klommen en daar zaten te kijken naar de acties van de gevechtsvliegtuigen. We klommen via het duivenhok op de schuur en zo op het dak van het huis. Ach, we waren jonge venten…. Nee, toen de grote bombardementen kwamen, zijn we daar niet gaan zitten.”





