Het kanaal blijft bestaan. Niet als een “bak water en we zien wel”, maar meer dan dat. Hoeveel meer, gaat men de komende maanden bekijken. Het college van Gedeputeerde Staten vindt het kanaal een cruciaal onderdeel van het waternetwerk in Oost-Nederland.
Men zegt hierover: Het op peil houden van het kanaal is noodzakelijk voor de stabiliteit van de damwanden, het zoveel mogelijk voorkomen van verzakkingen, de drinkwatervoorziening, de natuurwaarden in West-Twente en Zuidoost Drenthe en de beregening van landbouwgewassen.
Besloten is definitief niet langer na te denken over het geschikt maken van het kanaal voor schepen van 1000 ton.
De keuze bestaat uit vijf mogelijkheden
Bij het verder nadenken over de toekomst, blijven de volgende mogelijkheden in beeld:
– 700 ton beroepsvaarweg met één- en tweestrooksverkeer (huidige situatie)
– 700 ton beroepsvaarweg met alleen éénstrooksverkeer
– 400 ton beroepsvaarweg met één- en tweestrooksverkeer
– Geen beroepsvaart, alleen recreatievaart toegestaan
– Geen beroepsvaart toegestaan, alleen waterfunctie.
Zorgen over het zwaar verkeer worden bekeken
De provincie gaat samen met de gemeenten waarin het kanaal ligt, bekijken wat men kan doen aan de zorgen om het zware verkeer (landbouwvoertuigen en vrachtwagens). Deze zorgen kwamen heel duidelijk naar voren in de enquête die Plaatselijk Belang Daarlerveen hield onder de inwoners van het dorp.
De komende maanden moet een definitief plan gemaakt worden. Alle varianten die hierboven staan, moeten langs de meetlat gelegd worden. Een meetlat met drie begrippen:
- Acceptatie: wat vinden betrokkenen acceptabel.
- Effecten: wat zijn de consequenties van een variant.
- Financiën: wat kost het (minder).
Op 11 maart gaat het overleg over de toekomst van het kanaal verder. Dan gaat de discussie over de meetlat met de drie begrippen.





