Gerard Huis in ’t Veld brengt Hellendoornse dragers verzetsherdenkingskruis in beeld

Nijverdaller Gerard Huis in ’t Veld (73) houdt niet snel op. Hij gaat door tot het echt niet meer kan. En dan nog blijft één oog open voor het onverwachte.

Interessant? Deel het artikel

Gerard Huis in ’t Veld brengt Hellendoornse dragers verzetsherdenkingskruis in beeld

Een voorbeeld: “Ik ben al jaren op zoek naar het graf van H. Limbeek. Hij is de enige verzetsstrijder in onze gemeente waarvan niet bekend is waar zijn stoffelijk overschot is begraven”.

“In Utrecht is een serie gedenkstenen van oorlogshelden. Ik daar naartoe. Daar stond H. Linebeek. Gevonden, dacht ik. Een schrijffout op de steen. Maar nee, deze persoon had echt bestaan.” Limbeek kwam na zijn arrestatie uiteindelijk terecht in kamp Vught. “Het enige dat we weten is dat hij op 28 augustus 1944 is gefusilleerd. Wat er met zijn lichaam is gebeurd, is onbekend.”

“Ik denk dat we hier te maken hadden met het Nacht- und Nebel-principe. Dat was een speciale strafklasse tijdens de Tweede Wereldoorlog om verzetsmensen spoorloos te laten verdwijnen. Dat is het enige dat ik me bij hem kan bedenken. Maar ik zoek verder”, zegt Huis in ’t Veld.

Zijn fascinatie voor het Hellendoornse verzet kwam eigenlijk bij toeval. “Mijn buurman Bennie Galgenbeld, een paar huizen verderop, vertelde dat zijn ouders in het verzet hadden gezeten. Hij wilde daar meer van weten. Nou, dan gaan we eens neuzen, zei ik, en we verstopten ons een paar middagen in het archief van de gemeente in de kelder van het gemeentehuis.”

Zo werd het vuurtje aangestoken. Van het een kwam het ander. Een beetje zoals veel mensen kennen van stamboomonderzoek. Je begint eraan en kan nooit meer ophouden. Het wordt een soort verslaving. Gerard beaamt dat. “Je wilt gewoon alles te weten komen.”

Een blindganger kwam dwars door het dak het huis binnen

Julianastraat 10 waar een blindganger door het dak viel.

Huis in ’t Veld is geboren Nijverdaller. Kwam ter wereld aan de Julianastraat in het Rooie Dorp. “Bij het bombardement in ’44 kwam een blindganger door het dak het huis binnen vallen. De scherven van die bom raakten mijn zusje, die als baby lag te slagen. Ze had haar leven lang een groot litteken op haar been.”

Hij deed de opleiding voor “schoolmeester”. Gaf ongeveer 25 jaar les op de Mariaschool aan de Parallelweg in Nijverdal. Later maakte hij gebruik van de aantekening aardrijkskunde en geschiedenis waarvoor hij had gestudeerd. Hij maakte de overstap van het basisonderwijs naar het voortgezet. Ging lesgeven op Pius X in Almelo; havo/vwo.

“Ik ben een verteller; de oervorm van kennis overbrengen. Heb ontdekt dat als je de lesstof zo brengt, kinderen echt geïnteresseerd raken.” Vertellen doet de inmiddels gepensioneerde Huis in ’t Veld nog steeds graag. Thuis, achter zijn archief, maar ook als hij lezingen geeft. Hij is met enige regelmaat ergens in de gemeente te beluisteren.

Mensen dreigen het geweten te verliezen; vervaging van het verschil tussen goed en kwaad

Iemand die veel tijd stopt in de (gruwelen van de) oorlog wordt met regelmaat geconfronteerd met het begrip ‘vrijheid’. “Wat ik onder vrijheid versta? Je kent de uitdrukking ‘naar eer en geweten’ iets doen. Mensen dreigen het geweten te verliezen. Vervaging van het verschil tussen goed en kwaad. Vroeger kreeg je dat met de paplepel ingegoten. Nu dreigt men het geweten te verliezen. Ik zou willen dat mensen gewetensvoller anderen benaderen en zelf gewetensvoller leven.”

Terug naar de uurtjes in de gemeentehuiskelder. Daar ging het onderzoek inmiddels een heel stuk verder dan het zoekwerk voor de buurman. Hij legde een lijst aan van alle Hellendoorners die in de jaren tachtig van de vorige eeuw een verzetsherdenkingskruis kregen.

Wikipedia meldt: “De instelling van deze onderscheiding was controversieel. Enerzijds waren er rechthebbenden die het niet aanvroegen vanwege ‘te weinig, te laat’. Anderzijds waren er ook die het wel aanvroegen, maar niet toegekend kregen vanwege gebrek aan bewijs van hun (vermeende) verzetsdaden. In totaal hebben meer dan 18.000 mensen het kruis aangevraagd, aan 15.300 van hen is het kruis toegekend.”

In onze gemeente zijn relatief weinig katholieke dragers van het verzetsherdenkingskruis

“Hoe dat hier in de gemeente is gegaan, weet ik natuurlijk niet. Maar ik denk dat ook hier een groep verzetsmensen of hun nabestaanden geen aanvraag hebben gedaan. Misschien is dat een verklaring waarom hier ook zo weinig katholieken zijn onderscheiden.”

“Niet alleen uit Nijverdal of Hellendoorn, maar ook uit het katholieke Haarle bijvoorbeeld. Je kunt mij niet wijs maken dat daar niks gebeurde. Alleen al waar het gaat om onderduikers. Zoveel verspreide boerderijen, een eind van de doorgaande wegen en vlak bij het bos. Inmiddels weten wel wat meer.”

Hij gaat namelijk op onderzoek uit en vindt veel verhalen. “Bijvoorbeeld dat van pater Ben Strik. Ben, de zingende pater, zoek het maar op. Is pas na de oorlog priester geworden. In de oorlog zat hij in het verzet en zorgde voor onderdak voor zo’n honderd onderduikers in Heeten en Haarle. Het Haarlese verzet werd deels geregeld vanuit Raalte, maar zaten ook mensen uit Haarle in de verzetsgroep Hellendoorn-Nijverdal.”

Voor het ontbreken van katholieke verzetsstrijders heeft hij wel een andere verklaring; los van de discussie over het nut van het verzetsherdenkingskruis. “Bij de gemeente ontstond in die tijd (1980)  de behoefte om inzicht te hebben in het Hellendoornse verzet.”

“Natuurlijk kenden we publicaties van Willem Poorterman en meester Ponsteen, maar de gemeente wilde meer weten. Een ambtenaar kreeg de opdracht een inventarisatie te maken. Even een zijstap. Huis in ’t Veld pakt een map en laat een foto zien van een reünie van verzetsmensen kort na de bevrijding.

Die reünie was in het toenmalige Hotel Dennenoord aan de De Joncheerelaan in Nijverdal. Daar werd ook de foto gemaakt van de voormalige verzetsmensen van de groep Hellendoorn-Nijverdal, samen met de leden van de ordedienst.

30 jaar na de oorlog zijn niet eens meer alle namen van verzetsstrijders te achterhalen

De foto komt uit de beeldbank van de Historische Kring, die probeerde de namen te achterhalen van de mensen die poseerden. “Merkwaardig is, dat ruim 30 jaar na de bevrijding, het ook in de kringen van het voormalig verzet al nauwelijks mogelijk was alle namen met zekerheid te achterhalen,” staat in het bijschrift.

Dit als voorbeeld hoe moeilijk het is geweest te achterhalen wie allemaal in het verzet zaten. “Daar kwam nog bij dat de ambtenaar een protestantchristelijke achtergrond had. Dus hij ging vooral in ‘zijn eigen vijver vissen’. Hij ging naar Advendo, maar niet naar de KSW. Naar de Budde, maar niet naar café Hegeman. Wel naar DES, maar niet naar De Zweef. Zodoende is het katholieke verzet onbelicht gebleven.”

Albert Tijhuis.

In de gemeente zijn twee verzetsgroepen bekend. De groep Eversberg en de groep Nijverdal/Hellendoorn. Maar de bekende meester Tijhuis zat ook in iets als een verzetsgroep. “Dat is nog een ‘geheim’ dat onthuld moet worden. Ik ben er nog volop mee bezig. Niet precies bekend is hoe dat in elkaar zat en wie erbij waren betrokken. Ik weet inmiddels een paar namen. Ze hebben banken overvallen, piloten geholpen, onderduikers ondergebracht; van alles.”

Alleen authentieke verhalen tellen mee

Veel verhalen hoort Huis in ‘t Veld als hij op bezoek gaat bij nog levende mensen die de oorlog bewust hebben meegemaakt. “Als ik een lezing heb gehouden, bijvoorbeeld, komen vaak oude mensen naar mij toe met een verhaal of met vragen of ik wat weet over hun familie bijvoorbeeld.”

“Verhalen moeten wel authentiek zijn. Met een verhaal van iemand die vertelt dat zijn vader in het verzet heeft gezeten en dan van alles vertelt, doe ik niks. Ik moet ofwel een verhaal uit de eerste hand hebben ofwel documenten.”

Gedocumenteerd is hij zeker. Het begint met een lijst met daarop alle 90 namen van mensen in de gemeente die een verzetsherdenkingskruis kregen. Per persoon heeft hij onder meer achterhaald waar ze toen woonden, hoe oud ze waren, wat hun beroep/opleiding was, wat hun geloof was, bij welke verzetsgroep ze zaten en wat ze daar deden.

Hij vindt gegevens in archieven, in boekwerken, dagboeken en gaat zelf op onderzoek uit. “Ik heb bijvoorbeeld de laatste vijfhonderd meter in het leven van kapitein Lancker (foto boven) in beeld gebracht. Vanaf de boerderij waaruit hij vluchtte, met schietende Duitsers achter zich aan. Ik heb interviews gemaakt en in kaart gebracht wat er gebeurd moet zijn.”

Zes multomappen vol met informatie

Overzicht van verzetsmensen uit de Daarlese groep.

Per persoon heeft hij een dossier. In totaal zes hele dikke multomappen vol met documenten, afschriften, brieven, verklaringen, foto’s. “Wat doe je ermee?” lacht Huis in ’t Veld. Hij heeft al het materiaal gedigitaliseerd. Uiteindelijk zal het originele archief en het digitale bestand terecht komen bij de Historische Kring.

Het archief en de verhalen van Gerard zijn voor een klein deel op een bijzondere manier op papier gezet. De Nijverdalse schrijver van streekromans, Johanne A. van Archem, heeft namelijk input van Huis in ’t Veld gebruikt voor het boek (een streekroman) ‘Van alle tijden’. Met een voorwoord waarin hij wordt bedankt. Hij heeft voor al z’n kinderen een exemplaar aangeschaft. “Opdat we niet vergeten”. Was getekend: o(h)pa.

Tentoonstelling over vrouwen in het verzet

Maar de documentatie wordt zeker nog een keer gebruikt. Huis in ’t Veld gaat namelijk een deel tentoonstellen tijdens de jaarlijkse tentoonstelling van de Historische Kring. In september 2025 is deze tentoonstelling in de Smidse gewijd aan 80 jaar Vrij. Onderdeel is aandacht voor vrouwen in het Hellendoornse verzet.

Ankie Stork

Net zoals elders is de rol van de vrouw in het verzet ook hier onderbelicht geweest. “Vaak deden ze andere taken dan de mannen. Minder spectaculair misschien. Koerierswerk. Verzorgen van onderduikers of piloten.

Bijvoorbeeld Ankie Stork was heel actief voor ondergedoken Joodse kinderen. De dochter van Stork die woonde in de villa bij het hertenkamp in Nijverdal. Zij heeft later een film laten maken waarin ze vertelt hoe dat in z’n werk ging. Die film wordt dan bijvoorbeeld vertoond.”

Dat is niet het enige. Huis in ’t Veld heeft informatie genoeg. Over de dames Feem Euren en Gerrie Piksen. Over tante Kee Jansen en mevrouw Fokkema-van Dulst. De dames Wibbelink en Wijnands. Documenten en foto’s. Alles krijgt straks z’n plek in De Smidse.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant