“Eigenlijk zou elk kind die cursus moeten doen; je haalt er zoveel positieve dingen uit”

Vroeger had je SoVa-trainingen; nu Bikkel in de Dop. In beide gevallen gaat het om kinderen weerbaarder te maken door hun sociale vaardigheden te verbeteren. Op 5 maart aanstaande start in Nijverdal weer een cursus. Wij wilden weten ‘wat is dat precies en hoe gaat dat?’

Interessant? Deel het artikel

“Eigenlijk zou elk kind die cursus moeten doen; je haalt er zoveel positieve dingen uit”

Een kind dat moeilijk vriendjes maakt. Een kind dat in een gezelschap altijd stil is. Een kind dat gepest wordt. Een kind dat vaak ruzie maakt. Een kind dat bi het minste of geringste in de stress schiet. Een kind dat veel te veel met alle winden meewaait.

Vaak zitten die kinderen niet lekker in hun vel. Het kan wel weer goed komen, maar het risico dat het erger wordt is ook aanwezig. Kan zelfs leiden tot ernstige klachten; zowel geestelijk als lichamelijk. En dan is het veel moeilijker uit die situatie te komen.

“Het is mooi te zien hoe kinderen veranderen”

Daarom is het mooi dat -voor wie dat wil- er een cursus sociale vaardigheden bestaat. In een aantal bijeenkomsten kan een kind leren beter voor zichzelf op te komen; meer vertrouwen te hebben in zichzelf. “Het is mooi om te zien hoe kinderen kunnen veranderen na een paar bijeenkomsten.”

Aan het woord is Saskia Mulder, maatschappelijk werker bij Avedan. Dat is een stichting voor welzijn en maatschappelijk werk voor de gemeenten Hellendoorn, Almelo, Rijssen-Holten, Twenterand en Wierden. Zij is een van degenen die de cursus Bikkel in de Dop leidt.

Het maatschappelijk werk is verdeeld in twee poten: een voor maatschappelijk werk in z’n algemeenheid en een voor scholen. En bij die laatste kun je terecht voor Bikkels in de Dop. “Jouw kind stevig in het leven. Dѐ gratis training om sociale skills te leren”. Zo probeert men ouders te interesseren.

“Als kinderen niet willen, gaan we er niet mee aan de slag”

Het is niet altijd makkelijk ouders over de streep te trekken waar het gaat om de sociale vaardigheden van hun kind. Ze weten het niet of ze willen het niet weten. Of het kind wil zelf niet. “Als ze echt niet willen, gaan we er ook niet mee aan de slag.”

“De kinderen die op onze ‘cursus’ komen, komen niet uit zichzelf. Wij hebben contacten met heel veel scholen; basisscholen en scholen voor voorgezet onderwijs. De meeste kinderen komen via hun ouders. Die hebben daarover gehoord of gelezen in een nieuwsbrief of iets dergelijks, gezien op social media enz. of ze komen op voordracht van een leerkracht die in bijvoorbeeld het tienminutengesprek wijst op onze cursus.”

Bikkels in de Dop is bedoeld voor kinderen in de groepen 5 tot en met 8 in het basisonderwijs. “Een groep van acht à negen kinderen is wat we voor ogen hebben. Het kunnen er minder zijn, maar niet meer.”

“We beginnen een kennismakingsgesprek met het kind en de ouder(s) om te kijken waar het kind tegenaan loopt en of het mee wil doen in de groep. We leggen dan ook uit wat we gaan doen en hoe het werkt. We willen in beeld hebben wat het kind wil leren. Soms past het niet en dan zeggen we dat eerlijk. De meeste ouders snappen dat en dat ze een ander soort hulp moeten gaan zoeken.”

“De eerste bijeenkomst is spannend voor de kinderen en ook voor ons”

“Als we dan alle kinderen hebben gezien, weten we natuurlijk niet hoe het de eerste bijeenkomst zal gaan. Spannend voor hen en voor ons. In zo’n eerste bijeenkomst zie je die koppies ook vaak een beetje naar beneden hangen; oogcontact vermijden.”

“In de tweede bijeenkomst zie je al voorzichtig wat openingen. En dan zie je ook dat kinderen ‘ontdekken’ dat zij niet de enigen zijn met een probleem. ‘Het ligt niet alleen maar aan mij’. En dat vind ik heel mooi, want dat is de eerste stap. Zien dat anderen ook wel eens wat hebben. En na een paar bijeenkomsten zie je dat je ze onderling grappen maken. Zelfs speelafspraken, terwijl ze elkaar helemaal niet kenden.”

Karakters in het werkboek zetten een kind aan het denken

Bij Bikkels in de Dop hoort een soort werkboek. Daarin staan bepaalde karakters. Bijvoorbeeld ‘Piep-Miep Paula’ die bij het minste of geringste begint te klagen en angstige gedachten heeft. Of Bikkelboy-Bob, die dingen durft. Chill-Jill (te nonchalant). Bij elke uitleg laat Saskia in ons gesprek de bijbehorende houding zien.

“Dat komt omdat we in de cursus ook laten zien dat je in je houding of stemgeluid ook dingen laat zien. We leren die kinderen ook dat overkomt bij een ander en dat als je dan aanpast, je ook een andere reactie krijgt.”

“In het begin laten wij dat als trainers zien, maar ze moeten wel aan de bak. Ze moeten wel mee gaan doen. Oefen met en op elkaar. Zo moeten ze leren op andere gedachten te komen. Als je bijvoorbeeld de gedachte ‘ik ben niks waard’ achter je kan laten, ga je ook anders door het leven.”

Na de kennismaking zijn er zes groepsbijeenkomsten en een evaluatie. “De kinderen krijgen na afloop van de zesde bijeenkomst een certificaat. Persoonlijk uitgereikt aan elk kind. Mooi gelamineerd en met onze handtekeningen erop. Je zult versteld staan hoe de kinderen daarvan groeien. Ze hebben dan echt het gevoel dat ze wat hebben bereikt en iets hebben geleerd.”

De evaluatie gaat met de ouder(s)

“Bij de evaluatie kijken we met de ouder(s) naar de resultaten. Of ze zelf iets hebben gemerkt. Of de school iets heeft gezegd over een verandering. Soms moeten we constateren dat het ‘nog niet helemaal klaar’ is. In dat geval kunnen we bijvoorbeeld 1 op 1 nog wat doen om de puntjes op de ‘i’ te zetten.”

“Als ik heel eerlijk zou eigenlijk elk kind dit moeten doen. Je haalt er zoveel positieve dingen uit. Eigenlijk gun ik het iedereen.”

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant