Je kunt het niet met hem eens zijn, maar je kunt niet zeggen dat Yves Hogenkamp niet bevlogen is. De 27-jarige Nijverdaller staat in de startblokken voor een plek in de raad. Hij is de lijsttrekker van de nieuwe Noaberschap Partij.
“Wij halen minimaal één zetel Wij gaan profiteren van de splitsing van Lokaal Hellendoorn; dat weet ik wel zeker.” Met zijn leeftijd (27) probeert hij de jeugd achter zich te krijgen. “Er is veel te weinig aandacht voor de jeugd. Jongeren moeten veel meer betrokken zijn en worden bij wat de gemeente doet.”
Yves is geboren in Almelo en bracht z’n hele jeugd door in Nijverdal. “Ik woonde in ’n Oaln Diek, een van de mooiste wijken van Nijverdal”. Sinds een jaar ben ik weer terug in Nederland. Ik heb bijna vijf jaar in het buitenland gewoond; drie jaar in Engeland en anderhalf in Amerika. In Amerika heb ik Amerikaane studies en criminologie gestudeerd; een goede basis voor de politiek”.
“Ik hou van sport, met name American football. Heb ik zelf ook gespeeld. Kijk veel wedstrijden.” In het dagelijks leven is hij ambtelijk secretaris bij Saxion Hogeschool. “Interesse in politiek heb ik al heel lang; vandaar ook Amerikaanse studies.”

Het moet anders dan de afgelopen vier jaren.
Toen hij een huis in Nijverdal kreeg, heeft hij met stoom en kokend water zijn plannen vorm gegeven. “Waarom ik een partij heb opgericht? Ik hou van de gemeente en ik vind dat het anders moet dan de afgelopen vier jaar. Ik vind dat jongere mensen daar veel meer bij betrokken moeten worden. Sinds ik uit Engeland terug ben gekomen zit het oprichten van een partij al in m’n hoofd. Ik wil nieuw bloed in de politiek brengen. Nieuwe, verse ideeën en stoppen meer ruziën en al dat onnodige gedoe daaromheen. Dat is niet gestopt.”
“Als mensen daarop blijven stemmen, verandert er niks. Ik denk niet zoals de meeste politici denken. Die zijn allemaal voor hun partij bezig; wat het beste voor hun partij is. Ik denk voor de inwoners. Misschien lijken mijn denkbeelden op die van de lokale partijen, maar wat die in de praktijk laten zien, is compleet anders dan wat wij vinden.”
“Wij zijn nieuw en hebben geen politici die voor henzelf bezig gaan. Als bijvoorbeeld mensen alleen op onze nummer twee of drie stemmen, ga ik niet in de raad zetten. Als we in de raad komen willen we zo snel mogelijk met andere partijen om de tafel om te kijken wat we samen kunnen. Ik heb trouwens al verschillende gesprellen met andere partijen gehad. Kijken waar overeenkomsten liggen.”
Meh’n is zelfbedacht, nieuw plat
Dat brengt ons op de slogan van de partij ”Elkaar meh’n, da woont beter”. We vertellen hem dat we heel veel platpraters gevraagd hebben naar het woord ‘meh’n’. Yves moet lachten, want dat is juist de bedoeling. Het is een zelf gemaakt nieuw woord in het plat.
“Meh’n heb ik bedacht vanuit het Engelse to meet; ontmoeten. Wordt ook in het Nederlands gebruikt door de jeugd: ‘mieten’. Van het woord heb ik een nieuw plat woord gemaakt: ‘meh’n’. Om aan te geven dat ontmoeten essentieel is bij noaberschap. “Elkaar mieten woont beter”.
Burgers nòg eerder betrekken
Later in het gesprek probeert hij duidelijk te maken waarom zijn partij anders is dan bv Lokaal Hellendoorn die een heel groot voorstander is van zoveel mogelijk betrekken van de bevolking. “Ook die partij maakt eerst een plan en gaat dan de boer op voor overleg. Wij willen burgers nog eerder betrekken.”

“Naar een buurt of een kern toegaan. Vragen of ze het nodig vinden dat er nieuwe huizen komen. Als ze dat vinden gezamenlijk een plek zoeken en gaan bouwen als er overeenstemming is. Dan heb je ook geen weerstand.” Hij is ervan overtuigd dat dat gaat lukken.
AI-info over Hellendoorn is precies hoe wij het zien
Als je aan AI vraagt wat Hellendoorn voor een gemeente is, krijg je als generiek antwoord; gebaseerd op alles wat op internet over de gemeente is te vinden: “In essentie is Hellendoorn een groene, toeristisch aantrekkelijke gemeente die haar unieke ligging benut voor recreatie en tegelijk werkt aan toekomstbestendige oplossingen voor woningbouw en duurzaamheid.” Dat is dus ons ‘imago’ op internet.
De ogen van Yves lichten op. “Dat is precies zoals wij het ook zien.” De gemeente is volgens hem zowel een arbeidersgemeente, agrarische gemeente, toeristische gemeente als kleinstedelijke gemeente. “Alle belangen tellen even zwaar; je moet kijken waar je het meest uit kunt halen voor alle inwoners.”
“Wij gaan met de kernen (inclusief de agrariërs) in gesprek over waar we moeten bouwen. Daar gaan we ook in mee.” Dat stikstof nieuwbouw in de weg staat, vindt hij jammer: “Ik zie dat men uitgaat van verkeerde metingen. Ja, dat standpunt lijkt op dat van minister Wiersma”, lacht hij, maar laat zich niet uitdagen waar hij landelijk op stemt: “Dat ga ik niet vertellen”.
Kerncentrales in plaats van windmolens en zonneparken
De Noaberschap Partij is tegen wind- en zonne-energie. “Jammer dat dat zonnepark in Haarle door gaat. De rechter heeft te snel geoordeeld” De partij kiest voor kerncentrales op plekken in het land waar daarvoor ruimte is. Niet in Hellendoorn.
Hellendoorners eerst: 50% van nieuwe huizen voor (ex-)Hellendoorners
Wat betreft woningbouw staat Yves voor zijn ideeën:
- Minimaal 50% van nieuwbouw moet sociale (huur)woningbouw zijn. De 30% van nu is veel te weinig.
- De regel om 50% van de nieuwbouw moet worden toegewezen aan ‘eigen’ inwoners moet worden ingevoerd. De Noaberschap Partij noemt dat ‘Hellendoorners eerst’. “Niet anderen uitsluiten, maar mensen uit Hellendoorn of met roots, familie of vrienden in Hellendoorn eerst.”
- Het moet afgelopen zijn met de bouw van dure huizen en appartementen die mensen van buiten de gemeente aantrekken. Eerst zijn de Hellendoorners aan de beurt.
- Op sommige vakantieparken permanente bewoning toestaan. Per park bekijken.
In onze gemeente komt geen AZC
Het hoofdstuk asiel en integratie ademt het standpunt dat er in Hellendoorn geen AZC komt en dat de regering “die gigantische instroom” van vluchtelingen stopt. De immigranten die overblijven en een status hebben, moeten verplicht integreren.
“Nee, meneer, de Spreidingswet gaat niet over het plaatsen van asielzoekers uit ter Apel. Dat is echt niet waar. Die 157 statushouders die Hellendoorn moet huisvesten gebeurt op grond van de Spreidingswet. Je bent niet verplicht om een AZC te stichten”. Yves wil geen onderscheid maken tussen statushouders en (al dan niet uitgeprocedeerde) asielzoekers. Het is voor hem, zo zegt hij, veel makkelijker om ze allemaal over één kam te scheren. “Al die verschillende namen gaat boven mijn pet.”
Statushouders die hier mogen blijven, moeten van de Noaberschap partij verplicht integreren. De taal leren op een hoger niveau dan nu. Meedoen in de maatschappij/lid worden van verenigingen. Vrijwilligerswerk doen. “Wederkerigheid” noemt Hogenkamp dat. “Zij krijgen wat van ons en daar moeten ze wat voor terug doen.”
Mensen die van buiten hier komen wonen of mensen die leven van een uitkering hoeven dat niet. Die dragen al bij aan de maatschappij; zijn lid van een vereniging of zijn vrijwilliger. Asielzoekers moeten onze maatschappij en onze waarden leren. Wie dat goed doet kan bv een bonus krijgen.”
Ontmoetingsuurtje van de politie en meer activiteiten voor de jeugd
In het verkiezingsprogramma staat dat de Noaberschap Partij de politiecapaciteit wil versterken. Dat betekent niet wat er staat (neer mensen), maar meer zichtbaarheid. De wijkagent die bv wekelijks een ‘ontmoetingsuurtje’ houdt in een wijkgebouw.
Jeugdproblematiek. “Een op de vijf jongeren denkt aan zelfdoding. Een op de vijf!!! Dat is gigantisch. Dat kan niet. Sinds corona voelt de jeugd zich zo eenzaam. Er moeten veel meer activiteiten aangeboden worden. Voor de jeugd is er niks. Helemaal niks. Dat leidt tot verveling. En dat weer tot baldadigheid, vernieling, drugsgebruik. De kleine criminaliteit in Hellendoorn stijgt. Het is te kort door de bocht door jeugdoverlast en drugs als grootste probleem te bestempelen.”
“Dat is precies wat de oude generatie altijd zegt.” Daarom pleit Hogenkamp in zijn programma voor veel meer plekken waar de jeugd naar toe kan en elkaar kan ontmoeten. “Place2B wordt door de jeugd gezien als plek voor jongeren met problemen. Dat heeft een stigma. Er moeten veel meer plekken bij komen waar de jeugd naar toe kan.”





