Kamp Twilhaar: bijna vergeten, maar op tijd weer “opgegraven”

Een van de activiteiten in de week van 80 jaar Vrijheid is een excursie naar kamp Twilhaar. De excursie begint bij het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer en via een omweggetje naar het voormalige kamp. Onderweg vertellen vertellers het verhaal van het kamp en z’n bewoners, waaronder Joodse mannen die uiteindelijk in Duitsland zijn omgekomen.

Interessant? Deel het artikel

Kamp Twilhaar: bijna vergeten, maar op tijd weer “opgegraven”

Aankoop van Twilhaar. Uit de Volkskrant van 6-1-1940.

Dat het kamp in de belangstelling staat en kan staan is mede het gevolg van speurwerk van de Nijverdallers Jan Fikken en Alex Alferink die zo’n 25 jaar geleden begonnen de geschiedenis van het kamp in beeld te brengen. Hieronder het verhaal van beide mannen, opgetekend door Alex en bewerkt voor deze publicatie.

In de crisisjaren vlak voor de oorlog besloot de Nederlandse overheid actief de grote werkloosheid tegen te gaan door het instellen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Deze dienst kwam met veel plannen om werkgelegenheid te verschaffen waarbij zogenaamde kampen voor de werkverruiming (in de volksmond: werkverschaffing) gebouwd zouden worden om de arbeiders te kunnen huisvesten.

Rijkswerkkamp Twilhaar bedoeld voor werkverschaffing

Rijkswerkkamp Twilhaar was een van die kampen. In 1939 kocht Staatsbosbeheer van onder meer  Ter Horst en Co.N.V. gronden en opstallen op de Sallandse Heuvelrug. Reden was onder meer om een Nationaal Park te stichten. Op een van de gekochte stukken grond kwam Kamp Twilhaar.

Of het uitbreken van de oorlog de plannen heeft opgehouden is onduidelijk, maar uiteindelijk is het Kamp Twilhaar er gekomen zoals gepland. Op 6, 7 en 10 augustus 1940 verschenen er in verschillende kranten berichten dat er in de bossen op de Twilhaar een barak gebouwd ging komen voor werklozen van elders.

De bouw gebeurde volgens een blauwdruk die voor alle kampen van de werkverruiming gold: een kantine, een kok- of beheerderswoning en twee lange in v-vorm geplaatste woonbarakken. Tezamen met een capaciteit van 96 bewoners.

De gebouwen van het werkkamp.

De eerste arbeiders zijn zeelieden uit Scheveningen en Den Haag

De oplevering van het kamp is eind december van dat jaar. Vermoedelijk in januari 1941 verschenen  de eerste arbeiders. Dat waren zeelieden uit Scheveningen en Den Haag, die van de Duitse bezetter te horen hadden gekregen dat ze niet meer mochten uitvaren met hun boten.

Elke twee weken stapten ze op Holland Spoor in Den Haag op de trein naar het oosten van het land. Daar werden ze op de heidevelden aan het werk gezet om woeste grond te ontginnen nabij boerderij Twilhaar.

De werkzaamheden stonden onder toezicht van Staatsbosbeheer. De heer Roebert, afkomstig uit Steenwijkerwold, werd aangesteld als opzichter. Hij ging wonen in boerderij Twilhaar, adres 8C Haarle, daar waar later het kantoor van Staatsbosbeheer kwam. Deze boerderij staat er nog steeds.

Nijverdals comité organiseert activiteiten voor de arbeiders

Een krantenknipsel uit april 1941.

Dat de Nijverdalse bevolking begaan was met het lot van deze ontheemde mannen bleek uit de oprichting van een Comité met als doel het verblijf van de zeelieden te veraangenamen. Burgemeester Witschey van Hellendoorn nam dit initiatief in april 1941.

Er waren vanaf die tijd in de kantine van het kamp regelmatig gezellige en ook lezingen en geestelijke bijeenkomsten op zowel protestantse als katholieke leest geschoeid. Verder zorgde men voor lectuur,  spellen en muzikale optredens. Het eerste optreden vond al op 23 april plaats met een uitvoering van het Eerste Nijverdals Strijkorkest (ENSO). Ook het orkest van de KSW heeft er gespeeld.

Krantenknipsel uit november 1941.

Boomkwekerij De Plantage

De hele zomer en het najaar hebben ze zich bezig gehouden met een akker bij boerderij Twilhaar waarop een boomkwekerij aangelegd met de naam “De Plantage”. Deze mannen zijn met de kerstdagen van 1941 thuis mogen blijven en na terugkeer in januari 1942 zijn ze teruggestuurd omdat het een helse winter was en ze niets konden uitrichten op de hardbevroren grond.

Begin april werd de grond weer bewerkbaar en een paar weken daarna kreeg de beheerder van het kamp, Henner Hoijmann, het bericht, dat de arbeiders uit Den Haag en Scheveningen niet meer zouden komen, omdat de Duitsers het kamp wilden vrijhouden voor de komst van de Joden. We vermoeden dat de eerste groep arbeiders mogelijkerwijs van half januari 1941 tot begin april 1942 in werkkamp Twilhaar heeft gezeten.

Twilhaar wordt Joods werkkamp

In 1942 veranderde de bezetter de bestemming van Twilhaar door in het kamp Joodse Nederlanders te isoleren. Twilhaar werd hiermee een van de bijna vijftig Joodse werkkampen in Nederland. Het Nijverdalse personeel werd naar huis gestuurd. Men wilde geen pottenkijkers. Alleen de kantinebeheerder en zijn hulpje en de nachtwaker mochten blijven.

Op 25 april 1942 zouden volgens de plannen Amsterdamse Joden vanaf het Amstelstation naar o.a. Twilhaar worden gezonden. Er verschenen op dat station die dag echter veel minder opgeroepen mensen dan de bedoeling was zodat in het Nijverdalse geen Amsterdammer is waargenomen. Die dag kwamen in Overijssel voornamelijk Amsterdammers terecht in kampen als Arrien, De Conrad, De Vecht en Molengoot.

Groningers in Twilhaar

Op 10 juli 1942 arriveerde de eerste groep van 83 Joodse mannen. Kampbeheerder Hoijmann: “Het waren allemaal mensen uit de stad Groningen. Nog vol moed en gein.” Alle Joodse mannen tussen de 15 en de 60 jaar werden uit die stad in de werkkampen geplaatst en mannen met achternamen beginnend met een A, B of C kwamen in Twilhaar terecht. Later werd de groep aangevuld met Joden uit Amsterdam en Brabant.

Aanvankelijk was het regime mild. De mannen werd toegestaan het kamp te verlaten en zich vrij in Nijverdal te bewegen. Censuur op brieven was er niet en er mocht bezoek worden ontvangen. Maar al na een maand werden de duimschroeven aangedraaid. De beheerder van Twilhaar werd naar het beruchte strafkamp Erika in Ommen gestuurd om daar te leren hoe hij de Joden er stevig onder kon houden.

We zijn gesplitst in vier afdelingen met aan het hoofd een “kaput” (Latijns woord voor hoofd)

Uit bewaard gebleven brieven is een indruk te krijgen over hoe het er in het kamp aan toe ging. “Nijverdal 8-8-‘42 – Beste Peter, Ik wil je even een kort briefje schrijven. Het is hier rot geworden, heel streng. Ook met de post. Daarom schrijf ik je nu. Ik krijg nl. 1 maal in de week de post: ’s Zaterdags. En 1 maal in de week gaat de post hier weg. Alles gecensureerd. Ik verwacht dus iedere Zaterdags een lange brief van jou.”

“Dit zal voortaan met mijn andere brieven mijn enige afleiding zijn. De volgende keer schrijf ik alle maatregelen wel. Ik moet nog meer van deze briefjes schrijven. Vele groeten en een stevige poot van je vriend Jules.”

De entree van het kamp.

“Na het werk hebben we ons lekker gewassen, toen gegeten en nu zit ik in de cantine. Zoals ik je al in mijn vorige briefje schreef, is het er hier niet leuker op geworden. Alles gaat precies op de klok. We zijn in 4 afdelingen gesplitst met aan het hoofd van iedere groep een kaput. Zo blijf ik tenminste nog een beetje in m’n Latijn.”

“We staan op om kwart over vijf, dan je wolletje opmaken, wassen, eten en dan weg. We lopen drie aan drie naast elkaar. In de pas naar het werk lopen. En dan werken van 7 ¼ uur tot 12. En van kwart over één tot 4 ¾ uur. Dan weer naar huis, wassen, eten, en naar bed om 9 uur. Je ziet dus wel: het grootste deel van de dag werken. En soms ’s avonds ook nog exerceren. De commando’s  in ’t Duits.”

“’s Avonds doen we een beetje aan ontspanning, o.a. biljarten, kaarten, dammen, schaken enz. We werken nu ’s Zaterdags wel een halve dag, maar ook dat is het ergste niet.

Kampbewoners weten weinig over hun lot

Er kwam dus censuur en minder bewegingsvrijheid. De kampbewoners wisten weinig over het lot dat hen te wachten stond maar hadden wel hun vermoedens. Voor zover wij weten hebben twee van hen, Barend Zomerplaag en Jo Broekema, het gewaagd te ontkomen. Alleen de laatste bleef uit Duitse handen en heeft de oorlog overleefd.

De Joodse groep werd aan het werk gesteld op de woeste heidegrond die later het Jodenbos zou worden genoemd. Het was zwaar ontginningswerk met schoppen, die zelf moesten worden betaald. Later typeerde Henner Hoijmann in een artikel dat hij schreef over werkkamp Twilhaar dat deze drie maanden tot de zwaarste van zijn leven behoorden.

Gezinshereniging eindigt in Auschwitz

Na drie maanden ploeteren op Sallandse Heuvelrug werd de groep op 2 oktober 1942 onder bewaking van Duitse soldaten lopend over de Grotestraat naar het station van Nijverdal gedreven. Onder het mom van gezinshereniging ging het naar Westerbork. Vrijwel onmiddellijk werden zij met hun gezinnen naar Auschwitz en andere vernietigingskampen in Oost-Europa gedeporteerd, waar zij vermoedelijk allen zijn vermoord.

Evacués uit de kuststreek

Na de plotselinge ontruiming op 2 oktober 1942 heeft het kamp waarschijnlijk een paar maanden leeg gestaan. Vanaf eind december 1942 met onderbrekingen tot 1944, mogelijk zelfs 1945, zijn er evacués uit de kuststreken gehuisvest geweest, met name uit de omgeving van Katwijk en Noordwijk, Den Haag en Scheveningen. Het waren gezinnen die door de Duitsers in het kader van de bouw van de Atlantikwall uit hun huis verdreven waren.

Jeugdige boosdoeners in Twilhaar?

In oude archieven hebben we een bericht gevonden van 4 april 1943. Dat bericht maakt melding van een rechtszaak in de buurt van Groningen waar een jongeman wegens het verduisteren van bonnen. Hij krijgt ene proces-verbaal en wordt volgens de krant doorgestuurd naar de “stichting voor jeugdige boosdoeners te Twilhaar”.

Navraag bij de voormalige directeur van het NIOD leert dat hij de stichting niet kent, “maar” -schrijft hij- “het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat het kamp als zodanig is gebruikt.” De Nijverdalse onderzoekers Fikken en Alferink kennen dit niet.

V1-lanceerbasis maakt einde aan het kamp

Toen in 1943 in de buurt van werkkamp Twilhaar door de Duitsers een V1-lanceerbasis werd aangelegd, moest het gebied in de directe omgeving hiervan worden ontruimd. De gezinnen zijn toen onder andere tijdelijk overgebracht naar werkkamp Schaarshoek in Heino. De vraag is of het kamp toen helemaal gesloten is.

Bombardement van Nijverdal

Na het grote bombardement op 22 maart 1945 waren  veel mensen dakloos. Voor de gezinnen, die hun huis waren verloren, werd huisvesting gezocht en het werkkamp Twilhaar kon enkele van deze gezinnen onderdak bieden. Zo kwamen Nijverdallers terecht tussen Hagenezen en Scheveningers.

Het kamp heeft, mede door de rol die de beheerder van het kamp speelde in het verzet, ook huisvesting kunnen bieden aan Joodse onderduikers. Vlak voor de bevrijding is in het kamp een Joodse jongeman ter wereld gekomen.

Twilhaar als doorgangsplaats

Niet alleen voor hen bood het werkkamp een tijdelijke oplossing. Er zijn meer groepen mensen die om tal van redenen enige tijd in het Nijverdalse kamp verblijven: Duitse soldaten op doortocht naar andere bestemmingen, Canadese bevrijders, die er hun kampement hadden opgeslagen en teruggekeerde dwangarbeiders, die eerst zo goed als het kon medisch werden behandeld, voor ze terugkeerden naar bijvoorbeeld de Randstad.

Toen de laatste bewoners waren vertrokken, verloor het kamp zijn functie. De barakken werden in delen ontmanteld en aan opkopers verhandeld. In 1947 werd het terrein ingeplant met bomen en herinnerde bijna niets meer aan de aanwezigheid van een werkkamp.

Dit verhaal is grotendeels gebaseerd op onderzoek van Jan Fikken en Alex Alferink. Meer informatie is te krijgen bij het Memory Vrijheidsmuseum in Nijverdal en bij de Historische Kring Hellendoorn-Nijverdal.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke week een update van de artikelen op Hier in Hellendoorn.

Gratis inschrijven

Ook interessant