Het is even zoeken, maar als je eenmaal op de pagina van de gemeenteraad bent, is het knopje “live” snel gevonden. Om precies half acht komt het vrolijke gezicht van burgemeester Jorrit Eijbersen in beeld en kan het beginnen.
Normaal Nederlands
Wil je weten waarover de raad spreekt, kijk je op de agenda. Daar staan ook stukken bij met uitleg. Dat is handig en onhandig. Handig, omdat je anders niet weet waarover het gaat. Onhandig, omdat je bijna een woordenboek nodig hebt om te kunnen begrijpen wat er staat.
Na al die jaren moeite om het allemaal beter te doen, is men er in het gemeentehuis nog steeds niet in geslaagd iets in normaal Nederlands op papier te zetten. Eigenlijk geldt dat ook als je de raadsleden, burgemeester en wethouders hoort praten. Is hetzelfde taaltje.
Standaarden zijn handig, maar soms ook niet
Ze werken veel met “standaarden”; een soort stramien voor het opstellen van teksten voor de raad. De hoofdstukjes die aan de orde moeten komen, zijn al klaar. Je hoeft er alleen wat onder te schrijven. Best handig, want je kunt in één oogopslag zien waarover het gaat, wat de voor- en nadelen zijn, wat het kost enz.
Ook voor brieven zijn er standaarden. Ook dat is makkelijk. Zo vergeet je bijvoorbeeld als ambtenaar niet dat aan het einde van de brief moet staan waar je moet zijn voor nadere informatie. Jammer is dat daar heel vaak staat dat je contact kunt opnemen met de Publiekbalie en dan volgt het algemene telefoonnummer van de gemeente.
Boos op de provincie
In een vergadering maakte de raad zich heel boos over de provincie. Die wil gemeenten verplichten mee te doen aan hun ideeën over nieuwe energie: zonneparken en windturbines. Men besluit de provincie een boze brief te sturen. Ze hebben het alvast op papier gezet. En ja hoor, wat staat er op het einde? Dat het college van Gedeputeerde Staten de Publieksbalie kan bellen als ze meer willen weten. Nou, dat gaat helpen.
Digitaal aftellen
De gemeenteraad gaat ook met z’n tijd mee. Letterlijk. Wie een beperkte spreektijd heeft, krijgt eerst te maken met de telefoon van Jorrit. Die stelt hij in op vijf minuten. Dan schiet de griffier van de raad, zeg maar de secretaris, te hulp met een I-pad die heel groot van vijf naar nul terug telt. Die krijgt de spreker onder z’n neus geduwd.
Geklooi met stemkastje
En o ja, de raad is nog veel digitaler. Men stemt met stemkastjes. Vroeger gingen gewoon de handen bij “voor” en “tegen” de lucht in. Even tellen en klaar. Nu klooit men met kastjes, die dienst weigeren. Of vergeet een raadslid te stemmen en is het wachten geblazen. Wel handig is het als na het stemmen een overzicht verschijnt met in rood en groen wie voor was en wie tegen.





